Review

Van Hall blijft regent en had meer 'mens' mogen worden

Gijs van Hall, een keurige man die bovendien in het verzet had gezeten, werd burgemeester van Amsterdam. Dat was een grote vergissing, blijkt uit de biografie.

Gijs van Hall.Beeld anp

'Regent', dat was een geliefd scheldwoord in het Amsterdam van de jaren zestig, de jaren waarin de verbeelding aan de macht kwam. De glorietijd van Provo, van antirookmagiër Robert Jasper Grootveld, van studentenopstanden, demonstraties tegen atoombewapening en de rellen bij het huwelijk van Beatrix en Claus.

Jongeren veroverden een eigen cultuur. Zij zetten zich af tegen de belegen waarden van hun ouders, van de materialistische 'spitsburgers' dan wel 'het klootjesvolk'. Ze hadden de pest aan degenen die het gezag vertegenwoordigden: de regenten. De man die tussen 1957 en 1967 burgemeester was van de hoofdstad, was de verpersoonlijking van het regentendom.

Dirk Wolthekker, Alleen omdat ik een Van Hall ben - Gijs van Hall 1904-1977 (***), non-fictie.
Balans; 416 pagina's; euro 29,95.

Waterloo

Het was nog wel zo'n keurige, rechtschapen man. Gijs van Hall was afkomstig uit een geslacht van rijke, liberale bestuurders en bankiers. Tijdens de Tweede Wereldoorlog zat hij in het verzet, met zijn broer Walraven, die daarbij het leven liet. Hij regelde valse bankpapieren waardoor er een steunfonds kon worden opgezet voor verzetsmensen en hun gezinnen. Na de oorlog werd hij PvdA'er uit overtuiging, atypisch voor zijn milieu. Naast zijn werk was hij lid van de Eerste Kamer. In 1957 werd hij, met weinig politieke ervaring, burgemeester van Amsterdam.

Het zou zijn Waterloo worden. Hem overkwam in 1967 een vernedering die geen andere Amsterdamse burgemeester werd aangedaan: de regering stuurde hem naar huis. Een rapport over wantoestanden in zijn gemeente mocht hij niet eens afwachten. Hij had jammerlijk gefaald.

Zelf meende hij dat zijn afkomst tegen hem werkte. Hij werd door jongeren gehaat, 'alleen omdat ik een Van Hall ben'. Politicoloog Dirk Wolthekker, die op 6 juni promoveerde op deze biografie, ontleende er de titel van zijn boek aan. Helemaal gelijk had de afgezette burgemeester niet, blijkt uit de biografie. De jongeren die hem haatten, wisten weinig van de familie Van Hall. Hij op zijn beurt schatte de jonge helden niet op waarde: nozems, pleiners, langharigen - het was voor hem allemaal 'schorriemorrie'. Maar de voormannen, zoals Harry Mulisch en Roel van Duijn, waren zelf afkomstig uit de betere kringen. Een 'regent', dat was simpelweg iedere gezagsdrager. Hadden ze maar meer over hem geweten, over zijn verzetsverleden, dan hadden ze meer begrip gehad, concludeert een van de voormalige opstandelingen in het boek.

Vergissing

Was het ontslag van Van Hall volstrekt onterecht? Dat nu ook weer niet. De burgemeester voelde de tijdgeest slecht aan. Hij had zijn politieapparaat niet in de hand, waardoor dat er bij vreedzame demonstraties lustigop los sloeg. Hij had te weinig zelfkritiek en was niet in staat tot een dialoog. Hij was doof voor de toenemende roep om democratie en inspraak. Hij bracht ook goede dingen tot stand, zoals de losmaking van de Universiteit van Amsterdam van de gemeente, en de bouw van de Bijlmermeer. Maar wie de fascinerende slothoofdstukken van deze biografie leest, moet concluderen dat hij als burgemeester een vergissing was.

Wolthekker deed grondig archiefonderzoek en sprak met veel betrokkenen. Hij verdiepte zich ook in de familiegeschiedenis van de 'Hallemannen'. Dat is prijzenswaardig, maar levert niet altijd een aantrekkelijk verhaal op; de eerste twee delen van het boek zijn een tikje saai, op het hoofdstuk over het verzet na. We komen de 'mens' Van Hall niet echt nader.

Pas als de jaren zestig aanbreken en zijn gestuntel als burgemeester begint, wordt het een spannend verhaal, met gevoel voor drama verteld. De deconfiture maakt van Van Hall een tragisch personage. Uit wat hij deed blijkt zijn koppige en wereldvreemde karakter.

Wolthekker beschrijft mooi zijn pijnlijke televisieoptreden bij Mies Bouwman, een week na het huwelijk van Beatrix en Claus en precies op de dag dat Jan Wolkers een fototentoonstelling over het gewelddadig politieoptreden had geopend. Mies Bouwman moest er wel naar vragen. Van Hall schutterde, en bleek onzeker over zijn gevoerde beleid.

Zijn vrouw Emma Nijhoff typeerde hem scherp: geen politicus, maar een zakenman; een manager die dacht orders te kunnen geven. Dat bedoelde ze positief. Zij was bloedambitieus waar het haar man betrof en had thuis de broek aan. Over hun gezinsleven met een doofstomme dochter (later blijken er ineens twéé gehandicapte kinderen te zijn) had ik meer willen lezen. Het had de formele houten klaas wellicht menselijker gemaakt.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden