InterviewNatascha van Weezel

Van haar vader leerde Natascha van Weezel dat het belangrijk is lol te hebben

Na de dood van haar vader schreef Natascha van Weezel een column over de blikjes Fanta in de keuken die niemand nu ooit nog op zou drinken. Nu verschijnt ‘Nooit meer Fanta’, een boek over zijn laatste levensjaar. Beeld Frank Ruiter

Schrijver en filmmaker Natascha van Weezel schreef een boek over Max van Weezels laatste levensjaar. Net als hij houdt de schrijver en filmmaker óók van luchtige zaken zoals het Songfestival. ‘Hij heeft me geleerd dat het heel erg belangrijk is om lol te hebben.’

Fanta citroen of Fanta sinaasappel?

‘In Nooit meer Fanta schrijf ik over het jaar dat mijn vader Max, journalist van Vrij Nederland, ziek werd en overleed. Door de chemokuur veranderde zijn smaak. Hij had veel dorst en kreeg trek in zoete dingen.

‘Hij dronk zeven, acht blikjes Fanta per dag. Véél te veel suiker natuurlijk, maar hij was heel erg aan het afvallen, dus mijn moeder en ik vonden het goed. Hij dronk eerst Fanta sinaasappel, maar dat begon te vervelen. Cassis, citroen, exotic, we hadden alle smaken in huis, zodat hij kon drinken waar hij zin in had.

‘Toen hij overleed zei mijn chef bij Het Parool dat het prima was om mijn column voor de krant een keer over te slaan. Dat wilde ik niet. Mijn vader had heel vaak gezegd dat ik te allen tijde door moest blijven werken. Zijn dood was overal al breed uitgemeten. Voor het eerst schreef ik erover, zijn dochter. Ik schreef over de blikjes Fanta in de keuken, dat niemand ze ooit nog op zou drinken. Dat stond voor mij symbool voor zijn dood.

‘Fanta, noemde ik de column. De eindredacteur van Het Parool, San van de Ven, zei dat ‘Nooit meer Fanta’ mooier was. Ze had gelijk. Toen ik een titel zocht voor het boek wist ik meteen dat dat ’m moest zijn.’

Binnen of buiten? 

‘Het was altijd binnen. Ik hou van huiselijkheid, van de beslotenheid van mijn woninkje in de Pijp in Amsterdam met mijn boeken en mijn tv. Maar door het virus heb ik gemerkt hoe belangrijk ik buiten vind.

‘In het begin was ik heel streng, ik had het gevoel dat ik mezelf en anderen moest beschermen. Mijn vrienden doen allemaal aan social distancing. Als ik wel was gaan wandelen, zou ik het gevoel hebben gekregen dat ik iets fouts deed. En naar mijn moeder ging ik niet omdat ze al een maand verkouden is.

‘Sinds de dood van mijn kat ben ik iets minder streng voor mezelf. Ik móést eruit, naar de dierenkliniek, omdat mijn kat haar nek brak. Het was een binnenkat, ze was nooit buiten geweest. Ze viel uit een kast. Ik zag meteen dat het niet goed was, ze had pijn en haar hoofd stond raar. In de dierenkliniek moest ik haar afgeven en meteen weer vertrekken.

‘Even leek het beter te gaan, maar ze kwam op de intensive care terecht, aan de beademing, en overleed. Ik mocht er bij wijze van uitzondering bij zijn, omdat het om een stervend dier ging. Het was één avond voor de eerste sterfdag van mijn vader.’

Linda Dekker of Ludo Sanders? (1) 

‘Linda Dekker, oftewel Babette van Veen. Wat grappig. Ik heb dit nog nooit aan iemand verteld. Als ik één personage uit Goede tijden, slechte tijden zou moeten noemen van wie ik écht, écht fan was, is zij het wel. En dat begon al vroeg. Ik val niet op vrouwen, maar toen ik een jaar of acht, negen was, voelde ik een soort verliefdheid voor haar. Ik keek enorm tegen haar op. Zij had het leven dat ik ook wilde. En ik wilde zelf soapster worden. Dat was mijn droom.’

Tel Aviv of Amsterdam?

‘Amsterdam. Ik voel me Amsterdammer. Maar Tel Aviv staat op de tweede plaats van favoriete steden. Mijn familie woont er en ik kom er al vanaf mijn vierde. Mijn liefde voor Tel Aviv heeft natuurlijk iets te maken met de Joodse identiteit, maar ook met het strand en het uitgaansleven en de geweldige restaurants; met de luchtigheid van de stad.

‘We gingen er elk jaar heen met mijn opa, Herman Bleich. Hij gaf altijd leiding aan de sederavond, de opening van het pesachfeest. Zo is mijn band met Tel Aviv ontstaan. Ik voel daar een warmte die ik nergens anders voel. Israël is mijn tweede thuisland. Maar: ik ben geen Israëli. Ik heb niets met het leger en de zogenaamde stoerheid van het land.’

Conchita Wurst of Trijntje Oosterhuis?

‘Mijn vader ging in 2015 voor de Volkskrant naar het Songfestival in Wenen. Dat kwam door mij. Ik had een bijbaantje op de redactie en iemand stelde de vraag wie het festival zou kunnen verslaan. Ik stelde voor dat mijn vader zou gaan. Hij was een enorme fan. Iedereen was stomverbaasd. Het paste totaal niet bij zijn imago, maar dat maakte hem niets uit, hij had schijt aan conventies. 

‘Ik ben meegegaan naar Wenen. Trijntje Oosterhuis lag er na de halve finale al uit, dat was jammer. Ik had geen kaarten. Voor de finale heeft mijn vader op de zwarte markt een kaart gekocht. Ik móést erbij zijn. Het kostte 400 euro.

‘In ons hotel was een persconferentie. Conchita Wurst liep langs, hij had het jaar daarvoor gewonnen. Mijn vader vroeg of ik een foto van hem wilde maken met Conchita. Doe even normaal, zei ik, absoluut niet. Toen liep hij naar hem toe en maakte hij een selfie. Ik schaamde me. Maar nu moet ik er alleen maar heel hard om lachen. En een klein beetje om huilen.’

Thuis bij de vijand of Natascha’s beloofde land?

‘Hm. Mijn boek over moslims en joden in Nederland en de documentairereeks die ik in 2018 in Israël en op de Westbank voor de VPRO maakte. Schrijven en filmen, ik ben zó blij dat ik het allebei kan doen. Ik noem mezelf nu schrijver, omdat mijn laatste project een boek was, maar ik ben ook filmmaker. De afwisseling is fantastisch.

‘Door de crisis heb ik niet veel meer te doen. Ik had de komende maanden superstrak volgepland. Mijn boek zou uitkomen, met alle promotie van dien, ik zou twintig Vrijheidscolleges hebben gegeven vanwege 4 en 5 mei en daarna zou ik samen met mijn moeder een Nieuwspoort-rapport gaan schrijven over populisme en de media. Het gaat voorlopig allemaal niet door.

‘Ik ga de biografie van mijn vader schrijven, maar daar is het nu nog te vroeg voor. Ik wil meer afstand hebben. Ik heb hem dertig keer geïnterviewd, van oktober 2018 tot maart 2019. Ik ben gewoon begonnen bij zijn kindertijd. Van tevoren had ik bedacht wat de belangrijkste hoofdstukken in het leven van mijn vader zijn geweest. Zeven van de dertig gesprekken gaan over Vrij Nederland, dat is wel grappig. En het is ook veelzeggend.

‘Ik kon vrijuit praten, en hij ook. Hij wist dat hij dood zou gaan, hij kon alles vertellen en hoefde niet meer die leuke man met dat petje en die regenjas te zijn. Mijn moeder werkt de opnamen uit. Ik kon het niet, je hoort dat de stem van mijn vader steeds slechter wordt. Ik kan dat niet aan. Mijn moeder vindt het heerlijk, ze heeft zo het idee dat ze uren met hem samen is.’

Annie M.G. Schmidt of Roald Dahl?

‘Annie M.G. Schmidt! Ik ben met beide schrijvers opgegroeid, maar aan haar heb ik heldere herinneringen. Ik in mijn bed, onder mijn dekbed met Barbie-overtrek, en mijn moeder die voorlas uit Pluk van de Petteflet, Wiplala of Jip en Janneke. Dat voelde veilig en fijn. Later zag ik haar eens in een interview, met Ischa Meijer. Ik zag een heel andere vrouw dan ik in mijn hoofd had. Ze rookte en praatte openhartig over mannen. Fantastisch. 

‘Annie M.G. Schmidt heeft me geleerd hoeveel mooie dingen je kunt doen met woorden. Niemand creëert beter een wereld op papier dan zij. Ze is nog steeds een van mijn favoriete schrijvers. Als ik ooit kinderen krijg, ga ik ze ook lekker voorlezen uit haar boeken.

‘In 2018 hebben mijn ouders en ik de musical Was getekend, Annie M.G. Schmidt nog gezien in het DeLaMar Theater. Het was een van de laatste uitstapjes met z’n drieën, we wisten al dat mijn vader kanker had. Toen het liedje Ik zou je het liefst in een doosje willen doen werd gezongen, moest ik vreselijk huilen.’

Linda Dekker of Ludo Sanders? (2)

‘Met mijn moeder heb ik op de dag dat mijn vader werd geopereerd naar oude afleveringen van GTST gekeken. Het was een enge, riskante operatie en we zochten naar afleiding. Door mij is mijn moeder fan geworden van de soap. Wie haar kent, de oud-Volkskrant-journalist die biografieën schreef over Joop den Uyl en Max van der Stoel, zal dat vast vreemd in de oren klinken. Ik ben een jaar of vijf geleden gestopt met kijken, zij pas net. Ze vond het echt te slecht worden.

‘Tegen wil en dank speelt GTST een belangrijke rol in mijn leven. Als mensen mij googelen, denken ze waarschijnlijk: wat een serieuze vrouw, ze schrijft over de dood en over anorexia en over het Israëlisch-Palestijnse conflict. Maar er is ook een andere kant: het Songfestival, een soapserie, feestjes, gin-tonic. Dat heb ik van mijn vader. Hij heeft me ook geleerd dat het heel erg belangrijk is om lol te hebben.’

Natascha van Weezel: Nooit meer Fanta – Het jaar dat mijn vader overleed 

Balans; €19,99; 224 pagina’s.

CV

1986 Op 2 augustus geboren in Amsterdam

1998-2005 Vossius Gymnasium Amsterdam

2007 Magere jaren – Anorexiadagboek

2012 Studeert af aan de Nederlandse Filmacademie

2014 Documentaire Elke dag 4 mei

2015 Boek De derde generatie – Kleinkinderen van de Holocaust

2015-2017 Wisselcolumn met haar vader in Trouw

2017 Boek Thuis bij de vijand – Moslims en joden in Nederland

2018 Vierdelige VPRO-serie Natascha’s beloofde land

2018-nu Columnist Het Parool

2020 Boek Nooit meer Fanta – Het jaar dat mijn vader overleed

Natascha van Weezel is de dochter van de journalisten Max van Weezel (Vrij Nederland, Met het oog op morgen) en Anet Bleich (de Volkskrant, biograaf Joop den Uyl). Ze woont in Amsterdam.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden