Recensie Graphic Matters

Van guerilladesign tot geurinstallaties: Graphic Matters maakt van data lezen een avontuur

Dat datavisualisatie allesbehalve nieuw is, blijkt wel uit een kerkplattegrond uit 1300.

Hyper-Reality schetst een toekomst bekeken door een vr-bril. Beeld Keiichi Matsuda

Een groep ontwerpers goot zo’n vijfduizend liter waterverf over een druk kruispunt in de Berlijnse wijk Mitte. Geel, rood, blauw en paars, op elk van de vier straathoeken een andere kleur. In een mum van tijd tekenden de auto-, motor- en fietsbanden een wild en bontgekleurd strepenpatroon op het asfalt. Niet alleen werd wat kleur aangebracht aan de straten van de voormalige DDR, de performance Painting Reality van Iepe Rubingh legde ook op speelse wijze de verkeersstromen in de stad bloot. Welke straat was het drukst? Welke afslag was het populairst bij fietsers? Het is in één oogopslag af te lezen aan de kleurintensiteit en de dikte van de strepen.

Dit guerrilladesign is een van de zestig inventieve datavisualisaties op de biënnale voor grafisch ontwerp Graphic Matters. Dit evenement, verspreid over diverse locaties in Breda, staat de komende vier weken in het teken van ontwerpers die complexe informatie vangen in infographics, pictogrammen en andere pakkende beelden. Daar is steeds meer behoefte aan, simpelweg omdat data – al dan niet big – een steeds grotere rol in ons leven spelen.

Illustratief voor de alomtegenwoordigheid van data is een ingenieus organogram van de 180 dochterbedrijven en ruim vierhonderd partners van Alphabet, het moederbedrijf van Google. De boodschap is helder: van woonklimaat (Nest) tot woonwerkverkeer (Google Maps) of biomedische data (de startup 23Me), al deze data worden vastgelegd en geanalyseerd. Wat fijn dus dat een ontwerper dat proces opgraaft en betekenis geeft. Als een archeoloog van onze datasamenleving.

Painting Reality van Iepe Rubingh. Beeld Iepe Rubingh

Dat datavisualisatie niet nieuw is, blijkt uit de buitenexpositie met billboards vanaf het Bredase treinstation, beginnend met een minutieuze plattegrond van een klooster uit circa 1300. Een ietwat naïeve tekening die meteen doet denken aan The Soft Atlas of Amsterdam van ontwerper Jan Rothuizen, die elders wordt getoond. Met zijn gedetailleerde tekeningen van asielzoekerscentra of verpleeghuizen maakt hij complexe vraagstukken als migratie en dementie herkenbaar en invoelbaar. Waarmee Rothuizen ook laat zien dat data niet kil hoeven te zijn. En al helemaal geen taartpunten of staafdiagrammen, want de technische mogelijkheden worden alleen maar groter.

In de toekomst dragen we wellicht vr-brillen en komen data in een onafgebroken stroom tot ons. Over fictieve winkelruiten buitelen aanbiedingen over je heen terwijl slimme metertjes weergeven hoever je nog moet lopen en hoeveel calorieën daarbij worden verbrand. De informatie is verpakt in beelden, alleen nog ultrakorte zinnen hoeven te worden gelezen. Wen daar maar aan, is de boodschap van Hyper-Reality, een videosimulatie van futuristische dataconsumptie.

Een tegenreactie op deze visualisering is er ook op Graphic Matters: in de geurinstallatie Census Spices is de etnische diversiteit in de verschillende wijken van New York gedocumenteerd in specerijen. Italianen worden verbeeld door oregano, Mexicanen door paprikapoeder: elke wijk heeft zijn eigen kruidenmix. De beleving van de multiculturele samenleving aan de hand van exotische geuren is even persoonlijk als in het echte leven. Een aangenaam aroma voor de een kan voor de ander juist afstotend zijn. Deze manier van communiceren heeft niet eens de pretentie objectief te zijn. Waarmee ook de keerzijde van data – de schijn van waardevrije informatie – wordt belicht, zij het summier.

Zo vertelt elk ontwerp op Graphic Matters een volstrekt uniek verhaal. De informatiedichtheid is groot en de presentatie soms wat vergezocht. Dat maakt het ‘lezen’ van deze datavisualisaties niet per se sneller of overzichtelijker dan pak ’m beet de krant, maar wel veel avontuurlijker.

Beste data

Dat data ook sensitief en intiem kunnen zijn, toont het project Dear Data van Stefanie Posavec en Giorgia Lupi. De twee ontwerpers uit Londen en New York hadden elkaar maar één keer ontmoet en besloten te testen hoe goed ze elkaar leren kennen als ze alleen data uitwisselen. Meer dan een jaar lang stuurden ze elkaar wekelijks een tekening over een dagelijkse handeling of gedachte, bijvoorbeeld hoe vaak, waarom en tegen wie ze gedurende een dag sorry hadden gezegd. Of hoe vaak ze hadden gekeken hoe laat het was, en waarom. Deze persoonlijke data zijn vervolgens weergegeven in fantasierijke tekeningen van vallende boomblaadjes of dansende muzieknoten. De poëtische tekeningen zijn gebundeld in het boek Dear Data (uitgeverij Penguin), de 140 originele prentkaarten zijn aangekocht door het MoMa en genieten cultstatus onder informatieontwerpers.

Graphic Matters

Beeldende kunst

Diverse locaties in Breda. 

T/m 27 oktober 2019.

★★★☆☆

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden