Van groots gedachtenexperiment tot literaire lappendeken: Wie wint de 25ste AKO Literatuurprijs?

Zes schrijvers maken vanavond kans de 25ste AKO Literatuurprijs 2011 te winnen. In het recent heropende Scheepvaart Museum in Amsterdam zal juryvoorzitter Ernst Hirsch Ballin na tienen de winnaar bekendmaken. De uitreiking is rechtstreeks te volgen in het actualiteitenprogramma Nieuwsuur. De schrijver van het winnende boek ontvangt een bedrag van 50.000 euro en een sculptuur van Eugène Peters. Wat schreven de Volkskrant-recensenten over de genomineerde boeken?

Arnon Grunberg Beeld anp

Jeroen Brouwers (Bittere bloemen) *****
Gekker moet het niet worden: de hoofdpersoon in Bittere bloemen, de tiende roman van Jeroen Brouwers (70), gaat op een cruise naar Corsica en komt ter plekke in een cinematografisch gezelschap terecht met onder meer Nicole Kidman. Laat dus niemand nog zeggen dat er in die boeken van Brouwers zo weinig gebéurt, en dat zijn malende mannen niet vooruit te branden zijn. In Bittere Bloemen is aan actie geen gebrek.

Brouwers is al een oeuvre lang een meester geweest in het uitbenen van situaties en gedachten die met schaamte zijn verbonden. Wie zit daar ook op dat cruiseschip met zwembad, in de hoedanigheid van clairvoyante en chiromante lid van het vermaakpersoneel?

Bittere bloemen is een groots gedachtenexperiment. Te midden van de aliens en het nepherfstweer, in de kunstmatigheid beland zonder de uitgang te weten, wordt de ondergang van de hoofdpersoon bepaald geen verrassing meer. En tóch ontroert Brouwers in de aanzwellende finale. Hij etst de vergeefsheid, van alles, met zo veel liefde dat je de hoofdpersoon al zijn dwaasheid vergeeft. (Arjan Peters)

Peter Buwalda (Bonita Avenue) ***
Bonita Avenue is het verhaal over de ondergang van een moderne familie. Hoofd van het gezin is vader Siem Sigerius, partner en tevens ex-buurman van Tineke. Uit een eerdere verbintenis heeft Tineke twee dochters, Joni en Janis. Siem op zijn beurt heeft een zoon, Wilbert, uit zijn eerste huwelijk. Deze jongen, die goeddeels door zijn moeder is grootgebracht, heeft een misdadige inborst, iets wat hem op zekere dag aan het moorden brengt. Voor jaren gaat hij achter de tralies.

De personages reflecteren zelden op hun veelal buitenissige handelingen. Dat maakt deze roman tot een merkwaardig oppervlakkige geschiedenis: verdorven karakters, maar zonder gegronde gedachten, ideeën of innerlijke motivatie. Dat geeft Bonita Avenue, wat de personages betreft, een zielloze aanblik. Er zit geen leven in. Een ander bezwaar is de omvang. Het verhaal bevat veel ondienstige alinea's en scènes met weetjes en terzijdes, meestal in muzikale of journalistieke sfeer, waaraan Buwalda's oude stiel is terug te zien. Leuk en interessant, ook omdat Buwalda fijn weet te formuleren, maar onmisbaar is het niet. Sterker, het vertroebelt het zicht op het handelingsverloop, wat tergend is voor wie van een beetje helderheid houdt.

Wat Bonita Avenue enigszins overeind houdt, is Buwalda's stijl. Een roman op zich is de regel waarin hij een kleuterjuf beschrijft: 'Het melkwitte pagekapsel, het grote aseksuele gezicht, schoeisel met klittenbandsluitingen waaraan hij zag dat ze langzaam afdreef van de volwassen wereld.' Een enkele zin maakt soms meer indruk dan een hele roman. (Daniëlle Serdijn)

Arnon Grunberg (Huid en haar) * * * *
Van hogere literatuur moet Roland Oberstein niets hebben, en omdat hij de hoofdpersoon is in Huid en Haar, de nieuwe roman van Arnon Grunberg, krijgen wij lezers een man tegenover ons die wereldvreemd aandoet, terwijl hij ons niet begrijpt. De wereld zoals Roland Oberstein zich die voorstelt is dermate overzichtelijk, en ogenschijnlijk ontdaan van gevoelens als schuld, jaloezie, wrok of romantiek die het evenwicht zouden kunnen verstoren, dat hij er zowaar iets sympathieks door krijgt. Het wordt de lezer in ieder geval niet gemakkelijk gemaakt een hekel aan hem te krijgen- hij kan er weinig aan doen dat hij niet weet wat empathie is, en de omstandigheden lijken het gelijk van zijn instelling te bevestigen.

Om Oberstein heen is het een radeloze carrousel van relaties en gejammer om scheidingen en verlies, maar hem hebben ze niet, de econoom die in een studie wil blootleggen dat bubbels door de mens gewild worden; zoals de mens ook tranen krijgt als het over geloof, hoop en liefde gaat, terwijl hun hart zich in hun portemonnee bevindt, want ze hebben 'geen groter verlangen dan bedrogen te worden'. Overspel is diversificatie, spreiding van risico, en het is bevorderlijk voor de economie: 'Denk aan alle cadeautjes die voor minnaressen worden gekocht'.De onderzoeker die niet in de gaten heeft dat zijn eigen gedrag het gelijk van zijn theorieën illustreert, dat is de kern van Huid en Haar, een moderne antieke tragedie.

Meestal amusant, soms tot het niet leuk meer is en genant wordt (in het uitbeelden van groezelige en treurige seks is hij onovertroffen), borduurt Arnon Grunberg voort op het thema van de vrije markt en het spel dat zich verder uitstrekt dan het casino en het voetbalveld, zoals dat in voorgaande jaren door Michel Houellebecq en Grunberg zelf is behandeld. Voordat je het weet, zit je zelf in een verhaal verstrikt dat naar een roemloos einde snelt. En zo weldadig is de vrije markt niet, dat ze naar een verliezer een poot uitsteekt. Daarom is Arnon Grunberg een hogere romancier. (Arjan Peters)

Marente de Moor (De Nederlandse maagd) ***
Slaviste Marente de Moor (1972) noemde haar tweede roman De Nederlandse maagd. In haar goed ontvangen eerste, De overtreder (2007), beschreef ze de levens van Russische immigranten in Amsterdam. De Moor grossierde in treffende observaties, waaraan haar verblijf als correspondent in Rusland was af te lezen. Haar elegante schrijfstijl sprong eveneens in het oog.

Wat dat laatste betreft is er weinig veranderd: ook de nieuwe De Moor is gracieus geschreven. Het is echter de weinig oorspronkelijke inhoud die twijfels oproept. In de zomer van 1936 wordt de 18-jarige schermster Janna door haar vader op de trein gezet naar Aken. Daar zal zij schermlessen krijgen van maître Egon von Bötticher. Deze Von Bötticher, een huzaar die verminkt en verbitterd is teruggekeerd uit de Eerste Wererldoorlog, leidt knorrig zijn leven op landgoed Raeren. Daar organiseert hij duels. Bij vlagen is het alsof je in het verkeerde boek terecht gekomen bent, alsof je een pastiche leest op een 19de-eeuwse roman.

Als Janna dreigt flauw te vallen - ook hier zo'n typisch ongedefinieerde, vrouwelijke fin de siècle neiging - vangt Von Bötticher haar op. Von Bötticher ondertussen sombert verder, zich bewust van de dreiging van een nieuwe oorlog, de vorige nog vers in het geheugen. Wanneer een schermpartij eindigt in bloederig drama is het voor Janna tijd om huiswaarts te keren. De Nederlandse is geen maagd meer, en ook Nederland zal zijn maagdelijke neutraliteit verliezen. En daar eindigt deze lappendeken van literaire sjablonen. De Moors fijne pen is niet genoeg. (Daniëlle Serdijn)

Marja Pruis (Kus me, straf me) ****
In kus me, straf me verzamelde Pruis, sinds jaren verbonden aan De Groene Amsterdammer, diverse publicaties die zich het best laten omschrijven als literatuur- en zelfbeschouwingen. Pruis kaderde haar stukken binnen een groter geheel; die van het uitruimen van de ouderlijke boekenkast. Binnen dit kader passen bespiegelingen over literatuur, familieaangelegenheden, over lezen, schrijven, en over andere zaken die op haar pad komen. Haar helden lopen uiteen van Renate Rubinstein tot Ethel Portnoy, van Willem Elsschot tot damespunkgroep The Slits.

Dat maakt het avontuurlijk om mee te wandelen door haar innerlijke audio- en bibliotheek. Kijken we links, dan lezen we daar een pleidooi voor de vrolijke seksverhalen van Ronald Giphart, die volgens Pruis te vroeg piekte. Kijken we rechts dan zien we een oproep tot herwaardering van de verlegen mens, zoals Thomas Rosenboom die beschreef in zijn roman Zoete mond (2009).

Niet te missen is de feministische component. En wat steeds opvalt, is dat de zelden ongeestige Pruis ook hierin die tweeslachtigheid laat zien. In het stuk 'Hogeschooldressuur' beschrijft Pruis zowel de fysieke schoonheid van zangeres Beyoncé, als het verlangen van de ietwat onopvallende Charlotte Brontë én haar beroemde personage Jane Eyre: 'om even een mooie vrouw te kunnen zijn'. Brontë was, lezen we, 'bereid om er al haar werk voor in te ruilen.' Zoiets geeft te denken. Zijn vrouwen, volgens Pruis, liever mooi? En slingert deze vraag ons niet terug in de tijd? Zou Pruis haar werk inruilen voor absolute schoonheid? (Daniëlle Serdijn)


P.F. Thomése (De weldoener) **
Bij wijze van eerbetoon heeft de in Haarlem woonachtige P.F. Thomése zijn nieuwe roman De weldoener opgedragen aan stadgenoot Louis Ferron (1942-2005), de romantische romancier die zo hartstochtelijk kon kankeren op de kleingeestigheid in zijn woonplaats, en die vijf jaar geleden vanuit bovengenoemde kerk aan de Groenmarkt werd begraven. De destructieve sukkel die Thomése opvoert, en die alleen in zijn gedachten de pathetische kunstenaar durft te zijn, zou inderdaad ook hebben kunnen rondstappen in de hilarische Haarlemse romans van Ferron.

Waar Thomése in novelles als die van Zuidland (1990) en Haagse liefde & De vieze engel (1996) zijn personages aandoenlijk hield en met ironische distantie benaderde, heeft hij in zijn meest recente romans Vladiwostok! (2007), J. Kessels: The novel (2009) en De weldoener de rem losgelaten. In de laatste roman is het gevolg niet vaart, maar een slepende voortgang.

Het houdt niet meer op; de woorden gemis, ontbreken, gat en verdwijnen tuimelen zo dikwijls over de pagina's dat ze op den duur niets meer betekenen. Dat Thomése in kitsch en schmieren afglijdt, zodat mooi schrijven in mooischrijverij ontaardt, was hem vroeger niet overkomen. 'Zijzelf is een doodlopende weg geworden, met aan het eind een onbewoonbaar geworden hofstede met klapperende luiken en een ingezakt dak. Een verlaten oord. Dat is haar lot.'

Aan het slot van een hoofdstuk: 'Wat hem rest, is de tombola van de verloren tijd, die laatste attractie der verliezers, waar enkel troostprijzen te vergeven zijn.' Lelijk: 'Van de tweede persoon is hij in haar innerlijke grammatica gedegradeerd tot de derde persoon.' Veel te genieten is er niet, in deze trage roman met een flinterdun verhaal. (Arjan Peters)

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden