Interview

Van gevonden voorwerpen tot intense kunstwerken

In de tentoonstelling My Life in the Bush of Ghosts combineert Paul Bogaers fotografie met gevonden voorwerpen. Koortsachtig, bezwerend, verrassend. Hoe gaat hij te werk?

Omdat Paul Bogaers even weggaat om worstebroodjes te halen bij de bakker om de hoek, zet hij een pauzemuziekje op. 'Tot zo! Jij vermaakt je wel, hè?' Even later vult zijn atelier zich met de klanken van My Life in the Bush of Ghosts, een experimenteel album uit 1981 van Brian Eno en David Byrne, die kalm omgevingsgeluid, wereld- en elektronische muziek combineerden en er gevonden geluidsfragmenten doorheen sampleden. Dat klinkt als een mengeling van buitenaardse klanken, opzwepend tromgeroffel, Arabisch gezang en het bezwerende stemgeluid van een exorcist. Je zou ook kunnen zeggen: het klinkt zoals het atelier van Paul Bogaers (54) eruitziet.

Het begint al in de gang van het studiocomplex in Tilburg, waar de kunstenaar sinds jaar en dag een ruimte met hoge ramen huurt. Die gang is het voorportaal van een vreemde wereld die bestaat bij de gratie van associatie. Je wordt er verwelkomd door knokige takken, stronken en stukken schors, waarin je gezichtjes herkent en die elkaar verdringen aan de muur. Er hangen maskers van karton en een foto van een modderpoel met daaromheen een rommelige lijst van papier-maché in dezelfde bruine kleur, alsof de modder zo-even over de rand heen is geblubberd. Er staan West-Afrikaanse houten beeldjes, opgezette dieren en mannetjes waarvan het hoofd een foto is en het lijf van papier-maché. En dan ben je nog niet eens in het atelier aanbeland. Daar wordt de intensiteit nog eens vertienvoudigd en staan de houten beeldjes uit Benin en Ghana opgesteld in rotten van twintig.

'Jij vermaakt je wel, hè?' Het understatement van de eeuw.

Over een paar weken zullen deze muren nagenoeg leeg zijn. Dan verhuist alles tijdelijk naar de voorzalen van fotografiemuseum Foam in Amsterdam, voor een tentoonstelling met de toepasselijke titel My Life in the Bush of Ghosts. De plaat van Eno en Byrne is een inspirerende klassieker voor hem, zegt Bogaers, wanneer hij terug is van de bakker. Niet alleen omdat de heren gebruikmaakten van gevonden materiaal, iets wat hijzelf al zijn hele kunstenaarsleven doet, maar ook vanwege de koortsachtige sfeer die de muziek oproept. 'Dat bezwerende, dat beklemmende, zit ook in mijn werk.' Dat is wel duidelijk. Maar wacht even. Die takken, die stukken schors, die maskers - die zullen te zien zijn in een fotografiemuseum? Jazeker. Dat zit zo.

Paul Bogaers is afkomstig uit de fotografie. Dat wil zeggen, hij deed in 1984 eindexamen aan de Tilburgse kunstacademie op de afdeling tekenen. Met foto's. De directeur had daar problemen mee, maar van zijn docent, kunstenaar Marlene Dumas, mocht het. 'Die dacht met me mee', zegt Bogaers, die blijkbaar al vroeg in zijn carrière begon met het scheppen van verwarring. Hij doet het niet expres, het gebeurt gewoon al zolang hij zich kan herinneren: hij wil maar niet in een hokje passen. Stop hem erin en hij wipt eruit om op zoek te gaan naar het moment dat een foto geen foto meer is. Of naar de betekenisvolle tussenruimte die ontstaat wanneer je meerdere foto's bij elkaar hangt.

Drang

Die drang was al aanwezig in zijn eerste tentoonstelling, 1991 in Fotomania in Rotterdam. Daar ontdekte hij de kracht van de 'constellatie': losse beelden die samen één installatie vormen, niet willekeurig, maar met een duidelijk onderling verband. Onder de kopjes 'circus' en 'Afrika' had hij foto's samengebracht, die daadwerkelijk met het thema te maken hadden of daar juist veel verder vanaf lagen.

'Sterker nog: het mérendeel van die foto's had niets met het onderwerp te maken. Maar ik ontdekte dat als je van tevoren aangeeft dat er een samenhang is, de meest uiteenlopende dingen een verband met elkaar aangaan. Toen was ik al bezig met een onderzoek naar het proberen te suggereren van iets. Ik zag dat er een mogelijkheid was om niet iets te laten zien, maar om iets op te roepen wat je juist niet kunt zien.'

Van daaruit ging het verder. Bogaers legde in de jaren daarna een beeldarchief aan, van gevonden materiaal (ansichtkaarten, krantenfoto's, beelden die hij overal vandaan plukte) en eigen werk. Hij maakte onwaarschijnlijke combinaties die, eenmaal samengevoegd, een levenslange alliantie aangingen. Een zwarte vlek op de bil van een wit hondje werd gekoppeld aan een even groot zwart gat in een bakstenen muur; een wit laken dat uit een raam hangt, gaat naadloos over in een bruisende waterval.

Geheimzinnig

Hij 'schreef' een boek dat geheel uit citaten uit andere boeken bestaat. Hij draaide oude ansichtkaarten van in water spiegelende landschappen op hun kant, zodat ze van iets herkenbaar alledaags veranderden in iets abstracts en geheimzinnigs. Hij is steeds bezig dingen uit hun context te halen en er een nieuwe vorm aan te geven. Een vorm die niet per se een foto hoeft te zijn.

'Ik was nooit een klassieke fotograaf', zegt hij. 'Ik val altijd in een soort buitencategorie. Voor mij is het kunstenaarschap als een zoektocht naar iets wat geen vorm heeft, maar wat je wel vorm wilt geven. En dat mag alles zijn, daar zit geen restrictie aan.'

Met andere woorden: als hij maskers van papier-maché wil maken, of een manshoge vogelkop van datzelfde materiaal, met een uitvergrote oude ansichtkaart van twee ronde grotten als ogen en met takken en speelgoedpaardjes aan de zijkant, precies zo'n ding als waar ik nu al uren tegenaan zit te kijken - dan doet hij dat gewoon. En ook al valt in sommige van zijn creaties geen foto meer te ontdekken, toch is het uitgangspunt van zijn werk nog altijd de fotografie, zegt hij. Hij schiet in de lach. 'Jij vindt dat misschien vergezocht... Zal ik het even uitleggen?'

Geest

Graag. Hij doet het op z'n Bogaers: met omwegen en zijpaadjes. 'Kijk, ik ben altijd op zoek geweest naar het onzichtbare. Dat is iets wat elke kunstenaar doet: waarneembaar maken wat áchter de zichtbare werkelijkheid ligt. Ik noem dat 'geest'. Dat kan van alles zijn: iemands karakter, de spanning tussen twee mensen, het ouder worden, een idee - alles wat je niet met je zintuigen kunt waarnemen. Maar precies dat, het onzichtbare, kun je niet in een foto vastleggen. Een foto heeft te weinig materie. Wat ís een foto nou helemaal: een plat vlak met wat kleurpigmenten. En het onzichtbare heeft juist materie nodig om zichtbaar te worden.

'Eigenlijk', zegt hij, spanning opbouwend, 'is dat medium dus helemaal niet geschikt om weer te geven wat ik wil uitdrukken.' Grijns. Eh ja. En toch?

Non-materie

'Toch gebruik ik het. Want a) ik kan niets anders en b) ik zie in de fotografie mogelijkheden die ik in andere media niet zie.' Hij wijst op de foto van de modderpoel met de rand van modderige papier-maché eromheen. 'Fotografie is bij uitstek het medium dat je kunt gebruiken voor het trompe l'oeil-effect: het in elkaar overlopen van materie en non-materie. Dan wordt het interessant. Ik wil een foto juist tot object maken.' Daarom voegt hij er van alles aan toe, plakkerige papiersnippers, takken, bladeren, speelgoedpaardjes.

'Precies. Dat is nodig om de foto als het ware... te begéésteren. Ik werk naar het punt toe dat het niet meer belangrijk is waar een foto begint en waar hij ophoudt.' Het belangrijkste, zegt Bogaers, is dat mensen die zijn tentoonstelling in Foam bezoeken, meteen geraakt worden, net als bij muziek. Door de sfeer, door de urgentie, doordat ze voelen: deze starende gezichten, deze bezwerende bende, dit geestenbos - het moest er blijkbaar úít. 'Uiteindelijk zijn de gedachten óver het werk veel interessanter dan de vraag of het fotografie is of niet.'

Het zal leeg worden in de gang en zijn atelier. 'Ja. Maar dat vind ik wel fijn. Veel erger is, dat het straks allemaal weer terugkomt.'

Paul Bogaers, My Life in the Bush of Ghosts, t/m 17/1 in Foam, Amsterdam.

Eno en Byrne
De tentoonstelling My Life in the Bush of Ghosts van Paul Bogaers ontleent zijn titel aan de gelijknamige, experimentele plaat van Brian Eno en David Byrne uit 1981. De muziek op dat album is koortsachtig, opzwepend en bezwerend, precies zoals zijn tentoonstelling ook zou moeten zijn, vindt Bogaers. 'Eigenlijk is muziek de mooiste kunstvorm. Muziek raakt iedereen, grijpt meteen in. Dat is wat ik wil bereiken in mijn werk. Dat mensen er meteen iets bij voelen en er wat van vinden, het maakt niet uit wat.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden