RECONSTRUCTIE

Van gevierd theatermaker naar kluizenaar: het verhaal van Jozef van den Berg

De wereld lag aan zijn voeten. Toch beëindigde poppenspeler Jozef van den Berg precies 25 jaar geleden abrupt zijn carrière. Waarom?

Beeld Ivo van der Bent

Jozef van den Berg staat op 14 september 1989 om kwart voor acht in het donker voor het doek dat hem nog scheidt van de Rode Zaal van De Singel in Antwerpen. Alle achthonderd stoelen zijn bezet. Hij is 40, vader van vier kinderen, ervaren en gevierd theatermaker, acteur en poppenspeler. Hij heeft met zijn sprookjesachtige vertellingen al in New York gestaan, in Tokio en Parijs, met zijn familie van poppen: mevrouw De Heks, mijnheer De Koning, Pol de Portemonnee, Grootoog. In de rechterzak van zijn camel jas schuilt deze avond een zwart bijbeltje.

Zeker drie personen in de zaal kijken met meer dan gewone spanning toe. Het is de tweede keer dat Van den Berg in het Vlaamse kunstencentrum Genoeg gewacht zal opvoeren. De Belgische première was twee dagen eerder geweest.

Koen Tachelet, nu dramaturg bij de Münchner Kammerspiele, is dan 23 en net begonnen als programmeur. Hij bewondert Van den Berg, die in Vlaanderen nog populairder is dan in Nederland. De première had hem niet overtuigd. Veel improvisatie en aanzienlijk langer dan gepland. In de pauze was er een kort rendez-vous. Van den Berg twijfelde of hij verder moest spelen. En nu had hij in de kleedkamer er zelfs op gezinspeeld dat het hem helemaal niet ging lukken. Vanaf dat moment staat Tachelet te trillen op zijn benen.

Tussen de coulissen kijkt decorontwerper en -bouwer Edwin Hagedoorn bezorgd toe. Van den Berg heeft hem zojuist toegefluisterd dat hij om een stoel zal vragen om te vertellen dat hij niet verder kan. Hagedoorn gelooft het niet. Er is altijd wel wat met Jozef, en zeker met Genoeg gewacht, dat hij zelfs na tachtig keer spelen in Nederland en een handvol optredens in New York maar bleef veranderen.

Beeld Ivo van der Bent

Achter in de zaal, in de regiekamer, zit lichttechnicus Ad de Leeuw. In zijn koptelefoon hoort hij de acteur. 'Ik ga niet op, ik ga niet op, je hoeft niks te doen.' Dat doet hij vaker, Jozef. Twijfelaar. Zoeker. Even geduld. En zie, om vijf voor acht, schuift de acteur het doek opzij en stapt de volle schijnwerpers in. De Leeuw drukt de opnameknop van de cassetterecorder in.

Enkele minuten later trekt een schok door de zaal en enkele uren verder door de theaterwereld.

In Genoeg gewacht ontbreken meneer De Koning, mevrouw De Heks en hun verwanten. In de vorige voorstelling, De Pleisterplaats, heeft Van den Berg de poppenfamilie in een koffer door de zee laten opnemen. In het scenario staat hij alleen op het toneel. Een acteur gaat op zoek naar een schrijver die voor hem een voorstelling heeft gemaakt. De titel verwijst naar Samuel Becketts Wachten op Godot. Godot verschijnt in dit stuk wel, hij is de schrijver en blijkt uiteindelijk ook de acteur. Op het podium is een theatertje nagebouwd, met op een tribune twaalf stoelen. Van den Berg schreef het stuk voor zijn broer Aloys, die een hersentumor had en stervende was; twee keer nog zat hij in de zaal. Het stuk moet troost en verlossing bieden. In de slotscène zit Van den Berg onder een bloeiende boom, een glas wijn onder handbereik.

Op 14 september in De Singel is er niet eens een begin. Het bandje van technicus De Leeuw registreert hoe Van den Berg de zaal toespreekt.

'Ik zal nooit meer spelen. (...) U denkt: hij houdt me voor de gek. Hij gaat wel iets doen. (Ongemakkelijke lachjes in de zaal.) Ik wil geen dingen meer zeggen die niet waar voor mij zijn. Daarom heb ik besloten: voor mij is het voorbij. Ik zeg u allen goeiendag. Mijn theaterleven zit er wat dat betreft op. (Stilte) U gelooft het nog steeds niet? (Bevrijdende lach in de zaal; zie je wel, hij meent het niet.)

Van den Berg zegt dat het geld kan worden teruggevraagd bij de kassa, keert zich om en verdwijnt voorgoed tussen de coulissen, de zaal verbouwereerd achterlatend. Naar verluidt vloeien er tranen.

Speeltijd

Jozef van den Berg (Beers, 1949) gaat, na het behalen van het gymnasium, naar de toneelschool in Arnhem. Hij stopt al snel en gaat poppenkast spelen. Hij trekt rond, eerst met paard en wagen, later in een brandweerauto. Zijn voorstelling Appeloog krijgt de Hans Snoekprijs. De voorstelling Moeke en de Dwaas voor het Holland Festival betekent zijn doorbraak. In 1981 ontvangt hij de CJP Podiumprijs. Genoeg gewacht uit 1988 en 1989 is zijn laatste programma. Er zijn meerdere documentaires over hem gemaakt. Deze maand verscheen bij Lannoo het boek Jozef van den Berg, van poppenspeler tot acteur voor Christus. Het boek is geschreven door Francis Jonckheere en kost 19,99 euro.

Nee, dat het hier op zou uitlopen, had hij natuurlijk ook niet kunnen voorspellen. Jozef van den Berg (65) zit 25 jaar later op een stoeltje tussen twee hutjes onder een kweeperenboom in Neerijnen, aan de Waal. Binnen staat een geïmproviseerd altaar: het is zijn oude theaterkist, waarop waxinelichtjes branden. Aan de wand hangen iconen. Er is geen water, geen stroom, geen riolering. Hij leeft van wat buurtgenoten en voorbijgangers hem toestoppen. Met zijn woestgrijze baard, bruingrijze pij en mutsje op het hoofd voldoet hij aan het archetype van een kluizenaar. Maar hij krijgt geregeld aanloop, veelal mensen die met hem over God willen praten. Een enkele keer zijn het zijn kinderen. Zijn oudste dochter Lotte is ook theatermaker.

Na zijn vertrek uit De Singel, bekeerde hij zich tot de Grieks-orthodoxe kerk. Hij verbleef in Athene, op de heilige berg Athos en in een klooster in Maldon, Engeland. Nog twee keer werkte hij aan een toneelvoorstelling, zonder resultaat. Tussendoor was er een opname in een psychiatrisch centrum. In juni 1991 kreeg hij de boodschap van God dat hij iedereen moest verlaten. Twee jaar woonde hij in een fietsenstalling bij het gemeentehuis, totdat een buurtbewoner hem deze plek onder de boom aanbood.

Heeft de 'acteur van Christus', zoals Vader Porphyrios uit Athene hem noemde, ooit betreurd dat hij die avond afscheid nam? Een peinzende blik onder de borstelwenkbrauwen. Hij ademt kort in. 'Nee. Nee.'

Signalen dat hij ermee moet stoppen, komen al voor 14 september. Van den Berg worstelt nog altijd met Genoeg gewacht. Het einde klopt maar niet, hoe kan één persoon iedereen uit het stuk zijn geworden, daar onder die bloeiende boom? Op de middag voor de première op 12 september, werkt hij in de kleedkamer aan een brief van de schrijver naar de zoekende acteur. Die moet verhelderend zijn. 'Beste jongeman (...), waarom zie je steeds maar niet dat Ik niet komen kán, omdat Ik er al ben!?' Die hoofdletter is belangrijk. Hij, die tot dan toe vooral met oosterse spiritualiteit bezig is geweest, laat God toe in zijn leven. Hij voelt dat hij wordt aangeraakt, een hand rust op zijn hart. Later zou hij zeggen: 'Wie zoiets ervaart, weet dat het God is'.

Op de première zelf volgt meer wonderlijks. Hij moet, zittend in een boven het podium zwevende stoel, een rol met tekst laten vallen in een openstaande kist. Het symboliseert een offer: wie zich wil vernieuwen, moet het oude weggooien. Wat tijdens de repetities telkens goed liep, gaat tijdens de voorstelling mis. De met lood verzwaarde rol belandt naast de kist. Weggeduwd door een onzichtbare hand, ziet Van den Berg van bovenaf. Een gedachte schiet door hem heen. Offer niet aanvaard! Als hij in een nieuwe scène het licht wil inlopen, weigert ineens een gordijnwand opzij te schuiven. Paniek. 'Ad, open! Gordijnen open!'

Wat heeft God hem duidelijk willen maken? Dat hij een echt offer moest brengen? Niet alleen de tekst, maar het hele theater? Het wordt hem in de aanloop naar de tweede voorstelling duidelijk: hij kan een ontmoeting met God niet spelen. Hij heeft de Schepper echt ontmoet, dan kan je niet meer doen alsof.

Hij wil zekerheid. Een bevestiging van hogerhand. Hij slaat op 14 september, nog onzichtbaar voor het publiek, tussen de stoeltjes van het decor willekeurig het zwarte bijbeltje open. Het blijkt Korintiërs: 'Daarom, ga weg uit hun midden en scheidt u af, spreekt de Heer.' Duidelijker kan de boodschap niet zijn.

Wanneer Van den Berg achter het doek is verdwenen, neemt programmeur Tachelet plaats voor het podium. 'Beste mensen, dit is waar. Hij zal niet spelen.' Het ongeloof blijft. Hij herhaalt zijn boodschap. 'Ik ben de programmeur. Het is waar.' Tachelet, nu: 'Het was ongelooflijk: het licht ging aan, maar honderden mensen bleven meer dan een uur zitten.'

Lichttechnicus Ad de Leeuw voelt gelatenheid. Hij was, blikt hij terug, er wel klaar mee. 'Er was de laatste tijd veel stress. Het moest altijd anders.' Decorbouwer Edwin Hagedoorn is vooral terneergeslagen. Hij werkte sinds 1971 met Van den Berg, vijftien jaar zijn ze samen de wereld rondgetrokken. De boosheid over het abrupte eind zou later komen. Hij moest helemaal opnieuw beginnen.

Jozef van den Berg vraagt Hagedoorn of hij hem naar huis wil rijden, naar Herwijnen, naar Huize Kerkenstein. Zijn vrouw Hansje wacht in de keuken, ze is al gebeld. Zijn huisarts is er ook. Van den Berg voelt zich niet opgelucht, niet bevrijd. Hij ervaart 'bittere, diepe duisternis'.

'Maar', zegt hij nu, 'God heeft het later meer dan goedgemaakt. Zo is zijn didactiek. Een zon komt overdag niet op. Daar heb je eerst een nacht voor nodig.'

Beeld Ivo van der Bent
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.