Beeldende kunstVolta

Van fabriekshal tot kinetisch kunstpretpark: Volta balanceert tussen kunst en volksvermaak

In de expositie Volta van Oscar Peters wordt een achtbaan gecombineerd met kunstwerken.

De achtbaan van kunstenaar Oscar Peters in Den Haag. Beeld Eva Faché

De turbinehal van de Electriciteitsfabriek in Den Haag heeft nogal een wauwfactor. Wie door de verhoudingsgewijs absurd kleine stalen deur binnenkomt, wordt overrompeld door de industriële parel uit 1906: 40 meter breed, 60 meter lang en 40 meter hoog. De in onbruik geraakte betonnen constructies met zware dwarsbalken en smalle ijzeren trappetjes zijn geknipt voor een achtervolgingsscène in Mission Impossible of James Bond.

Maar die afleiding is nou net niet de bedoeling, wat Oscar Peters (38) betreft. Om de bezoekers volledig in zijn expositie Volta te zuigen, schuwt hij het grote gebaar niet. ‘Al mijn werk hier gaat in gevecht met de architectuur van de fabriek’, zegt Peters. ‘Ik probeer de ruimte zo te transformeren dat het niet alleen de Electriciteitsfabriek meer is.’

De achtbaan van Oscar Peters op de bovenverdieping van de Electriciteitsfabriek.Beeld Eva Faché

Boven wacht een houten achtbaan met kunstwerken als passagiers, waarover zo meer. Eerst word je beneden opgewacht door de muil van een beest, een metertje of 10 hoog, 16 meter diep en 16 meter breed. Achter die façade van rode stof kun je dwalen tussen negentien ‘torens’ die hun eigen leven leiden - ze schudden, piepen en kraken. ‘Een architectonisch monster verzwelgt je’, zegt Peters. ‘Het is als Jonas en de walvis.’

Peters groeide op met de monster- en spektakelfilms uit de tijd dat de decors nog geen computeranimaties waren, maar echt werden gebouwd. Dat fascineert hem, net als het circus en de kermis. Zijn eigen werk balanceert dan ook op het randje van kunst en volksvermaak.

‘Hoge en lage kunst hoeven niet zo ver uit elkaar te liggen. Iedereen kan dit voelen. Dit heeft iets van een kermis, maar het is tegelijk bloedserieus. Ik bedoel, het is toch ook best een rare, sombere plek, theatraal haast?’

Het werk van kunstenaar Oscar Peters in Den Haag. Beeld Eva Faché

Deze rode ruimte had hij al langer in zijn hoofd. De eerste schetsen waren kermisachtiger, maar kregen een sacraal tintje na een reis door Japan. In Osaka zag hij hoe buurtschappen met grote altaren op wielen en trommelaars door de straten gingen. ‘Het waren indrukwekkende rituelen. Voor mij houdt dit kunstwerk, hier in de fabriek, het midden tussen een serene plek en een macaber labyrint.’

Het rode gevaarte houdt ook de tussenverdieping uit het zicht. Daar heeft Peters met een groep assistenten een houten achtbaan gebouwd. Ook hier flirt hij met de grens tussen kunst en vermaak.

‘Dit is mijn vierde en grootste achtbaan’, zegt Peters, ‘en de eerste met een looping. Het moet natuurlijk wel een uitdaging blijven.’ De karretjes worden een meter of 8 omhooggetrokken en razen dan over een baan van zo’n 130 meter lang. De exacte maten weet Peters niet, want de baan is voor een groot deel ‘proefondervindelijk, met boerenverstand’ gebouwd.

Op de karretjes zitten panelen vastgeschroefd met kunstwerken van andere kunstenaars. Het is een knipoog naar de statische manier waarop kunst vaak wordt gepresenteerd, zegt Peters. ‘Naar kunst kijken kan een bijzondere ervaring zijn, maar ook saai: vier witte muren met dure, kostbare dingen, heilige huisjes. Kunst is meestal iets statisch. Daar speel ik mee.’

Door de kunstwerken op een achtbaan te zetten, gaat het eerbiedige er vanzelf af. De objecten worden niet per se ondergeschikt aan de achtbaan, en de achtbaan wordt niet per se gereduceerd tot een sokkel.

‘Ik combineer bittere ernst met lichtvoetigheid. Hou toch op met je hyperintellectuele kunst, denk ik vaak. En toch’, zegt Oscar Peters zonder een greintje ironie, ‘neem ik mijn werk heel serieus.’

Oscar Peters.Beeld Eva Faché

Oscar Peters, Volta. Electriciteitsfabriek, Den Haag, 31/1 t/m 22/3 op vrijdag, zaterdag en zondag.

De Electriciteitsfabriek maakt deel uit van een nog werkende energiecentrale  van Uniper in Den Haag. De lege ruimte wordt een paar keer per jaar gebruikt als kunsthal. In het voormalige kantoorpand van de monumentale fabriek zit ook Nest, een vaste tentoonstellingsruimte van 400 vierkante meter. In Nest is nu de groepsexpositie Fluid Desires. Combitickets met de Electriciteitsfabriek, t/m 22/3.

Sinds 2014 mogen beeldend kunstenaars de Electriciteitsfabriek gebruikten als ‘winterwerkplaats’. Theo Jansen toonde er zijn Strandbeesten van pvc-buizen. Zoro Feigl liet er zijn draaiende, schurende en zwiepende kunstwerken zien. Christiaan Zwanikken toonde er zijn hybride wezens - half dier, half machine. Vorig jaar toonde Jeroen Eisinga er zes films, waaronder het poëtische Nightfall, met een kudde schapen rond een wak in Finland.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden