Van eiland naar eiland, van lichaam naar lichaam

EEN Antwerpse aan het begin van deze eeuw, dochter van een 'negerjong' dat in de Zoo als attractie te kijk stond, die een romance had met de tragische Chinese keizer Guangxu....

Waarom deze drie wonderlijke, maar willekeurig lijkende personages? Waarom juist deze tijden en plaatsen? Vermoedelijk omdat Wiersinga telkens precies die historische entourage vond die omlijst wat hij te zeggen heeft. Ooit bestond die werkelijkheid echt, maar zijn hoofdrolspelers zijn niet die van de geschiedenis, maar door hem bedacht. Ze belichamen zijn thema: de ontheemdheid van mensen die een beladen verleden meezeulen, maar geen toekomst hebben. Wiersinga's speelterrein is de hele wereld en de geschiedenis, maar zijn Antwerpse Jozefien, zijn Romeinse Skamander en zijn Arubaanse Myra de Miranda zijn wanhopige, 'moderne' zoekers zoals wij. Niet geleid door God, zonder heilbrengende opdracht, maar wel vervuld van een knagend verlangen naar mooier en beter.

Wiersinga is een breed schilderende verteller. Hij neemt de tijd om een tafereel neer te zetten, een uitzicht te beschrijven of een slepende dialoog uit te werken. Om een zijpad meer of minder bekommert hij zich niet, maar alle historische details kloppen. Hij heeft de hoge, ouderwetse ambitie om een wereld neer te zetten en personages tot leven te wekken. Daarmee behoort hij in Nederland - met enkele anderen, zoals Thomas Rosenboom - tot een groepje witte raven in een literair landschap dat gedomineerd wordt door kwetsbare ego's die zichzelf breed maken en geen ander personage dan zichzelf belangwekkend achten. Schrijvers in de traditie van de grote negentiende-eeuwse vertellers en modern-klassieke romanciers als Couperus en de vroege Hella Haasse. Laten we ze koesteren, de schrijvers met lef die een paar jaar de tijd nemen.

De 20-jarige Myra de Miranda in Tropenzomer is een sympathiek kind, maar je zou haar af en toe een schop willen verkopen. Zij is gedoemd tot een leven waarin alles net niet lukt. En ze legt zich er net iets te makkelijk bij neer. Ze groeide op in de luidruchtige Bakalaosteeg op Aruba, omringd door bronstige straatjongens, afgunstige roddeltantes en vaders met een eeuwige drankkegel. Het wijde verschiet was niet groter dan Curaçao. Daar woonde, in een keurige wijk, haar ambitieuze tante Patricia. Daar stond het gymnasium, met de dichterlijke leraar Baukema, die gloedvol vertelde over Odysseus, over Achterberg en Madame Bovary, het leven van de geest. Myra was slim en mocht doorleren. Maar terug in de vissteeg op Aruba scheurt haar dronken vader het gymnasiumdiploma aan snippers.

Myra's grote verdriet dateert van de dag dat haar moeder haar verliet. Ze zei het mooi: ooit zou haar dochter inzien dat zij 'handelde uit liefde' - maar ze werd gewoon een hoer. Myra is alleen als een kleine Bambi, met als enig aandenken een paar gouden oorbelletjes. 'Als je ze indoet, zul je aan me denken.' Maar zonder de mooie indiaanse moeder als spiegel voelt ze zich al snel een 'zwartje' in een maatschappij waarin rijke witte makamba's het voor het zeggen hebben. Haar engelachtige vriendinnetje Elvira is een blonde prinses, zíj is in haar dromen een Azteekse prinses, maar de blonden hebben de wereld. Het pijnlijke verlangen naar haar moeder verlamt Myra en voert haar uiteindelijk regelrecht naar de barakken van Kas Triste, waar de geile mannen het vrouwenvlees schouwen.

Het zal wel goed komen met Myra, die door Baukema uit de goot wordt gered, maar haar dromen - een studie en een carrière in Nederland - zullen vervliegen. Als een wijze, naturalistische verteller achter de schermen heeft Wiersinga duidelijk gemaakt waarom. Hij laat Myra meevoeren door 'stemmen' in haar hoofd, sprookjeswerelden waarin ze zich opsluit. Steeds krachtiger wordt Myra - een zusterziel van de residentsvrouw Léonie uit Couperus' roman De stille kracht - teruggeworpen op haar lichaam, haar onvervreemdbare ik dat slechts kan voelen als anderen het bezitten.

Seks is Myra's roes. Met witte rijkeluiszoontjes die uiteindelijk meer aandacht hebben voor elkaar, met een alwetende huisknecht, met een zwarte pooier, met een collega-hoer. Het bijzondere van Wiersinga's stijl, en van zijn vermogen te versmelten met zijn personage, is dat hij die niet al te verheffende omstrengelingen tot noodzakelijke en indrukwekkende gebeurtenissen maakt. Over platte seks hangt in dit proza een zacht licht - er zijn maar weinig schrijvers die dat kunnen.

Het zijn vooral de schitterende scènes die bijblijven uit deze roman. Myra's paradijselijke kinderwereld in de Blauwdruifbaai, aan de rokken van haar moeder, de wasvrouw. Myra in de ongemakkelijke rol van tijdelijke verloofde van de zoon des huizes op de begrafenis van een machtige makamba. Het tropische decor is vanzelfsprekend. Wiersinga is niet bang voor zinnen die rieken naar een tropische verrassing in melkchocolade: 'Ik hoorde het praten van de wind die door de cactushagen snijdt; de sirenenzang van de zee in een schelp, het geratel van palmtakken bij een terras.' Hij strooit vrolijk met uitroepen als 'Caramba!', alle vrouwen worden aangesproken met 'dushi' (schatje), en de Blue Curaçao wordt bij liters ingenomen. Toch krijg je nergens de indruk dat ijverig met kleurpotloodjes een 'exotische' omgeving is geschetst.

Het enige bezwaar is dat de stuurloosheid van Myra zich ook meedeelt aan de roman. Myra zwerft van eiland naar eiland, van lichaam naar lichaam, haar geld raakt op, en haar krachten. En dat is het. Want zo was het, volgens de schrijver. Maar waar ging het nu allemaal om? Net als Myra heeft Tropenzomer geen harde kern; er is geen dwingende kracht die het verhaal voortjaagt, een lokkend perspectief ontbreekt.

Tegelijk kan de stuurloosheid van de roman om deze reden geen groot bezwaar zijn. De liefdevol tot leven gewekte indiaanse is zo overtuigend dat zij in haar eentje de roman ís, en Wiersinga's dilemma belichaamt: geluk is definieerbaar, maar ligt altijd één binnenzee verder. Niet zo heel lang geleden heette dit najagen van de telkens voortspringende schim 'het menselijk tekort'. Meisjes als Myra wonen nu misschien al twintig jaar hier in makamba-weelde, maar het gat waarin hun illusies verdwijnen is nog even groot.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden