Van een liefde die vriendschap bleef

Nergens en bij niemand thuis

Het aantal brieven dat de dichter J. Slauerhoff aan zijn geliefde Heleen Hille Ris Lambers schreef, was bijna groter dan het aantal keren dat hij haar ontmoette. De brieven zijn nu in boekvorm gepubliceerd.

Op 3 september 1936 schreef de dichter Slauerhoff vanaf het adres Boschlaan 7 in Hilversum, waar hij 'kuurde' (totdat de dood er ruim een maand later op volgde), een lange brief aan de in Merano (Zuid-Tirol) als particulier verpleegster werkende Heleen Hille Ris Lambers deze zinnen: 'Wat ook ongunstig werkt is dat ik nu al een half jaar bijna altijd alleen mijn maaltijd moet kauwen. Dat gaat ook verdomd vervelen. Maar daar is weinig aan te veranderen. Elk gezelschap zou mij ook niet bevallen.'

Het is de kern van Slauerhoffs bestaan. Het ene is niet goed, het tegendeel bijna altijd ook niet. Op zee verlangt hij naar het land, op het land naar zee, al weet hij dat het verblijf daar ook niet alles is, al roemt hij de beslotenheid en stilte van de kajuit. 'Echt leven is het varen toch eigenlijk niet. Je mist eigenlijk alles wat het essentieele is. De psyche van de zeelui is daardoor ook wel beïnvloed, de meesten zijn nogal goedig maar leeg en zonder interresse', schrijft hij. En elders (je hoort hier de taal van de gedichten achter): 'Ik wacht met ongeduld het moment af dat ik het varen er aan zal kunnen geven. Voorgoed. Maar in Holland heb ik zo weinig kansen op een bevredigend bestaan! Een klein dorp trekt mij nog altijd wel, maar ik haat het gedwongen zijn om te gaan met tuig.'

Hij is nergens thuis, hij weet zich ook nergens thuis, op geen plaats en bij niemand. Hij is misschien nog het liefst alleen. Kenmerkend kan zijn dat hij zijn liefde Heleen tussen 1927 en 1936 meer dan zeventig brieven heeft geschreven (die zijn althans bewaard, er is nogal wat verloren gegaan) en dat is bijna meer dan het aantal keren dat hij haar ontmoet heeft. Het lijkt dat hij ook alleen in zijn brieven kon wonen. Ze halen dichtbij, maar houden ook op afstand.

Afgezien van allerlei gecompliceerde geestelijke remmingen, moet hij vooral de laatste jaren om zijn slechte gezondheid - hij is een wrak, een optimistisch wrak overigens - anderen op afstand hebben gehouden. 'Ik was 2 maanden heel ziek - nu een maand herstellend, erg langzaam, stilstaand, ben erg verzwakt, was al niet erg voor die tijd', schrijft hij op 30 april 1931 vanuit een rusthuis in Scheveningen. Hij was toen 32 jaar! We wisten al veel over zijn astma, tuberculose, malaria, maar de opeenhoping van gelaten of ongeduldige of toch optimistische ziektemeldingen in de brieven maakt je licht wanhopig, droevig ook. Het is met de brieven als met de gedichten: er is geen schrijver bij wie je je zo persoonlijk betrokken voelt als bij Slauerhoff. (Hij is ook de enige dichter in wie ik blijf lezen tot aan het laatste gedicht en dus het einde van zijn leven.)

Slauerhoff die in Leeuwarden opgroeide, kende Heleen Hille Ris Lambers, die de dochter was van een zeer originele en veelzijdige dominee in Jorwerd, al van de schooltijd af. (Hoe God uit Jorwerd verdween, heeft Geert Mak beschreven.) Het dorp ligt niet ver van Leeuwarden; Slauerhoff was een vaste gast in de pastorie. Hij zal met alle gezinsleden, maar toch vooral met de zussen Heleen, Anneke en Jopie, bevriend blijven. De dominee wordt later beroepen in Lith; 'Lith' werd een verre, bijna verleidelijke plaats van bestemming. Slauerhoff gaat er echter niet heen; hij was ook een grote aarzelaar en uitsteller.

Slauerhoff was ongeschikt voor de vriendschap en de liefde. 'Hechte vriendschappen kun je beter niet sluiten, want des te beroerder is 't weggaan. Zo blijft alles voorlopig en tijdelijk.' In het begin kan Slauerhoff moeilijk berusten in de tijdelijkheid van zijn liefde en vriendschap voor Heleen, later wordt Heleens afstandelijkheid verlangen. ('Lieve, lieve Jan, Wees niet boos, maar ik was ten einde raad. Vergeet niet dat jij minder van mij verlangt, dan ik van jou - ik wil je geheel.')

Wee

r later wordt verlangen berusting in een liefde die vriendschap bleef, zoals de relatie mooi omschreven is. Heleen is Slauerhoffs vertrouweling; ze zal dat blijven. Al ligt er soms een grote afstand in tijd tussen de brieven, de vertrouwelijkheid is er niet minder om. De dichter schreef in zijn brieven voor haar een soort dagboek. Door de publicatie van de brieven nu worden ook wij vertrouwelingen van een druk leven dat eenzijdig en eentonig wordt in de verslagen ervan. Maar de brieven blijven boeien omdat de schrijver ervan je zo dichtbij komt.

Maar ook hierdoor: de brieven zijn een bevestiging van de wereld van de poëzie. Mijn nadruk valt wellicht te zeer op Slauerhoff. Maar het is onmogelijk ook niet van Heleen te gaan houden, tot op de foto van haar op zeer hoge leeftijd. Zij was bij al haar onvervulde liefde bereid Slauerhoff aan te horen en te antwoorden, tot zijn dood. (Van haar zijn maar enkele brieven bewaard.)

Slauerhoffs biograaf Wim Hazeu heeft de uitgave van de brieven verzorgd; hij schreef er ook een inleiding bij. Ik las van de week dat een uitgave van alle brieven van Slauerhoff in voorbereiding is. De bezorger is H.G. Aalders, die in 2005 op Slauerhoff promoveerde. In Van ellende edel bracht hij de literaire wereld (die van de gedoemde dichters en van Rilke vooral) en het dichterschap van Slauerhoff in kaart aan de hand van een onderzoek naar door de dichter geschreven recensies. Hij plaatste de poëzie zo in een internationale context, zoals Slauerhoff dat blijkens zijn recensies zelf ook zag. Die dichterlijke wereld van geestgenoten is de enige geweest waarin hij zich thuis heeft geweten.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden