Bericht uit Canada

Van een Canadees industrieterrein naar een Roemeense dorpsherberg binnen enkele seconden

In zijn queeste naar het aardse paradijs, is Olaf Tempelman in Canada beland. De natuur is er zo overweldigend als de bewoners gastvrij zijn. 

Ioana en Mohamed in de Roemeense bistro-supermarkt ‘Maria’ in Calgary. Beeld Olaf Tempelman

Canada bezit dan misschien wel ’s werelds mooiste wilde natuur – maar vele bewoonde stukken van het noordelijkste land van Noord-Amerika doen denken aan onze industrieterreinen maar dan eindeloos uitdijend.

Officieel geloof ik in toeval. Maar wat er gebeurt als ik ten behoeve van een sanitaire stop halt houd op een industrieterrein in de maat XXL aan de rand van Calgary, is wel erg toevallig. Er is een filiaal van de budgetwinkel Dollarama, er is een winkel met intieme lingerie die Adult Service heet en een restaurant van Canada’s fastfoodkoning Tim Hortons. Als je een presbyteriaanse protestant bent, kun je hier je begrafenis regelen bij de Presbyterian Funeral Service. Maar ík blijk hier pal voor de Roemeense supermarkt-annex-bistro ‘Maria’ te hebben geparkeerd.

In een winkel met ‘verse producten’ uit het land waar ik vroeger correspondent was, moet ik even naar binnen. Ik ben de drempel nog niet over of ik ben niet meer op een Canadees industrieterrein maar in een Roemeense dorpsherberg.

Directeur-eigenaar Ioana is een bazige Roemeense. Ondernemen zit haar in het bloed, haar personeel luistert goed, de varkensbuiksoep van supermarkt Maria is de beste van Canada. Klanten heeft Ioana volop: Calgary telt ruim tienduizend inwoners van Roemeense origine. De meerderheid arriveerde in de vroege jaren negentig. Het kan niet anders of daar zitten mensen bij die ik zelf destijds in de ellenlange rij voor de Canadese ambassade in Boekarest heb zien staan. Nooit ben ik die rij vergeten. Ze ontstond nadat het eerste postcommunistische regime in een ‘disciplinaire maatregel’ mijnwerkers huis had laten houden op de kantoren van nieuwe oppositiepartijen en de nieuwe vrije pers. Canada bleek gul met inreisvisa.

Terwijl Ioana een rondleiding geeft in haar supermarkt-bistro en haar heldere visie geeft op de recente Roemeense geschiedenis, knik ik naar haar onmiskenbaar Roemeense echtgenoot met baardje, die minzaam meeluistert. Hij zit duidelijk onder de plak. Als de baas even naar de keuken gaat, ratel ik tegen hem door in het Roemeens. De man met baardje maakt dan duidelijk dat hij me niet verstaat. Hij is helemaal niet Ioana’s echtgenoot. Hij komt uit Syrië. Hij heet Mohamed.

Twee restaurants en een delicatessenwinkel bezat Mohamed in Damascus. Een jaar geleden liet hij die achter samen met twee personenauto’s, een bestelbus en een groot huis. Dat Mohamed zich met zijn voltallige familie als vluchteling meldde bij de Canadese ambassade in Damascus, was niet vanwege zijn door de oorlog dramatisch gedaalde klandizie. Het ging om iets anders: zijn twee zoons hadden een oproep gekregen voor het regeringsleger en vader wilde niet dat ze kanonnenvlees zouden worden. ‘Assad krijgt mijn jongens niet’, zegt Mohamed.

Waarom ging hij naar de Canadese ambassade? Om die vraag moet Mohamed lachen. ‘Waar kun je het ánders nog proberen? Europa en Amerika zitten dicht. Canada is about the only good country left in the world.’ In dat goede land moet deze Syrische restauranthouder nu stage lopen bij een bazige Roemeense. Zij gaat een deel van haar forse restaurantruimte aan hem verhuren. Daar gaat Mohamed op zijn 52ste helemaal opnieuw beginnen, met een Syrische bistro.

Op de cover van mijn Lonely Planet Canada staan ijsberen. Sinds ik er ben geweest denk ik bij het woord Canada aan XXL-industrieterreinen waar je leert in hoeveel landen rijen staan bij Canadese ambassades. 

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.