Van Doesburg was spin in het web van de constructivisten

BEELDENDE KUNST..

leiden De Nederlandse Stijl-kunstenaar Theo van Doesburg staat bekend als vurig pleitbezorger van rigide, geometrische kunst, waarbij hij een spoor van ruzies achterliet.

De spotprent van de Hongaarse kunstenaar Sándor Bortnyik op de groots opgezette Van Doesburg-tentoonstelling in Stedelijk Museum De Lakenhal in Leiden lijkt deze zienswijze te bevestigen. Vanuit een gevangeniscel kijkt het starre hoofd van Van Doesburg neer op een koorddansende, naakte vrouw. Hoog achter haar staat de deur naar de buitenwereld wijd open (Satire op de Stijl, 1924). De kritiek van een in zichzelf gekeerde kunst druipt er vanaf.

Het vreemde is: Van Doesburg (1883­1931) ruilde de spotprent met een van zijn contracomposities en drukte hem in 1927 af in het door hem geleide tijdschrift De Stijl. Blijkbaar had hij gevoel voor humor en onderkende hij het gesignaleerde gevaar.

De tentoonstelling Van Doesburg and the International Avant-Garde: Constructing a New World toont een andere, internationale kijk op deze altijd in de schaduw van Mondriaan gebleven kunstenaar.

Van Doesburg maakte nog brave, landschappelijke schilderijen, toen hij op exposities in Den Haag onder de indruk raakte van het kubistische werk van onder anderen de Tsjechische oorlogsvluchteling Emil Filla en de Oekraïense Alexander Archipenko. Samen met Mondriaan maar ook met onbekendere, Leidse stadsgenoten als Harm Kamerlingh Onnes en Hendrik Valk (van wie een indrukwekkend, in zwart-witte rechthoeken gedeconstrueerd ontbijttafereel is te zien) verkende Van Doesburg een kunst die weliswaar was afgeleid van de werkelijkheid, maar daar zo weinig mogelijk op leek.

Eenmaal in de ban van de nieuwe, abstracte kunst van lijnen, vierkanten en rechthoeken, reisde Van Doesburg naar België, Frankrijk en Duitsland, op zoek naar soortgenoten. Hij vertrok naar Weimar om Stijl-lessen te geven en kwam in Berlijn in contact met constructivistische geestverwanten uit Rusland en Hongarije. Noem een belangrijke tijdgenoot en Van Doesburg kende hem, van Piet Mondriaan tot Gerrit Rietveld, van Marcel Duchamp tot Man Ray, van El Lissitzky tot Hans Richter, van Eileen Gray tot Kurt Schwitters. Het was de kracht van Van Doesburg om als een spin in een internationaal web en als netwerker avant la lettre met al deze uiteenlopende kunstenaars, architecten en grafisch ontwerpers banden te smeden, hen via congressen, lezingen en kunstenaarsgroepen bij elkaar te brengen en hun werk te promoten.

De tentoonstelling, die meer dan driehonderd werken toont van tachtig kunstenaars, laat mooi zien hoezeer men elkaar voortdurend beïnvloedde. Zozeer lijken sommige werken op elkaar – Mondriaan en César Domela die voortborduren op een blokkenstramien van Van Doesburg, Breuer die een stoel maakt à la Rietveld, ontwerptekeningen van Van Doesburg die zijn geënt op de dynamische schilderijen van El Lissitzky – dat we de kruisbestuivingen tegenwoordig als plagiaat zouden zien. Toen stond plezier, inspiratie en behoefte aan experiment voorop.

Daarnaast valt op met welk gemak het ideaal van geometrie zich leende voor vele disciplines en activiteiten. Men hanteerde de stijl niet alleen voor schilderijen, maar ook voor huizen en woonwijken, voor reclames, boekomslagen, meubels, gedichten, films en theaterstukken.

Daarmee laat de tentoonstelling overtuigend zien dat het werk van Van Doesburg en consorten zich voortdurend dynamisch ontwikkelde, niet gemaakt was voor een doods museum, maar midden in het leven stond.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden