Review

Van Dis' nieuwste roman bulkt van de koketterie en kitsch

Boek (fictie) - In het buitengebied

Van Dis laat de teugels vieren.

Foto RV

Twee gevaren bedreigen het schrijverschap van Adriaan van Dis al vanaf 1984: koketterie en kitsch. Door zijn zelfkritiek, stijl en humor houdt hij die neigingen meestal onder de duim. Maar nadat hij op zijn 70ste werd bekroond met de Constantijn Huygens Prijs en de Libris Prijs, liet hij de teugels eens ontspannen vieren. Met desastreuze gevolgen: de korte roman In het buitengebied bulkt van de baarlijke koketterie en kitsch. Daartegen is ook zijn eigen kritische 'Binnenstem' niet opgewassen.

De verteller, een schrijver van 70 die een groot huis nabij de IJssel bewoont, is bang om alleen oud te worden. Soms denkt hij erover de rivier in te lopen: 'Bij hoogwater, op een koude dag, in een jas zwaar van stenen.' Een theatrale flirt, omdat we niet horen wat er dan zo zwaar aan zijn leven is.

Adriaan van Dis, In het buitengebied (**), fictie.
Atlas Contact; 142 pagina's; euro 18,99.

De smetvrezende heer die we van eerder werk kennen, kreeg altijd weerwerk van de personages (denk aan de vader in Indische duinen, of de moeder in Ik kom terug) en de locaties (China, Zuid-Afrika, Parijs) rondom hem. Via het andere en de ander kon hij zichzelf met zijn tics en bangigheden relativeren.

Dit keer beschrijft hij enkele types die hij even in zijn leven en huis toe laat, maar nooit echt. Ze gedragen zich alle stereotiep: de computergestuurde pop kent geen gevoelens, een domme jongen die folders rondbrengt wil alleen boeken met plaatjes, een bazige oude Jodin zet hem ertoe aan om naar Auschwitz te gaan (teneinde haar oorlog 'te verkennen'), waar hij een deurknop meepikt: 'Die deurknop kon praten. Ik hoefde hem maar in mijn hand te houden of ik hoorde stemmen. Daders, slachtoffers - door elkaar.'

Over de zevenvingerige Afrikaanse vluchteling die hij als tuinman inhuurt: 'Koudvuur vrat aan zijn vingers - het kwam door de lijken. Hun bloed was onder zijn nagels gekropen. Niet weg te wassen.'

Alles blijft cliché en buitenkant. De stijl is een mengeling van ouwelijkheden ('baldadig', 'verdorie', 'ik moest vreeslijk hoesten') en Ot & Sien-proza voor grote mensen: 'Hij gaf haar een duw. Ze greep naar haar buik. Zeven maanden. Dader onbekend. Struikel niet over de troep. Hou je bek, zei Jet.'

Heus, ik ben mijn hoofdpersoon niet, verzekert Van Dis in zijn nawoord. Die heeft namelijk aambeien, en Adriaan niet.

Dat is dan, op de valreep, het goede nieuws.

Meer over

Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.