Reportage Sunny

Van de zonnige kant: hoe popklassieker Sunny iedereen aan het dansen krijgt

Weinig popliedjes hoor je zo vaak als Sunny uit 1966. John Schoorl vraagt kenners én uitvoerenden naar de magie van Bobby Hebbs klassieker. 

Bobby Hebb in 1966 in de Verenigde Staten. (Photo by Gilles Petard/Redferns) Beeld Ephameron

Stochelo Rosenberg is net uit zijn bed maar Sunny is rap ontwaakt in hem, met één beweging op zijn gitaar. Er ging zachtjes geneurie aan vooraf, dat overging in fluiten. En daar gaat de vermaarde Nederlandse zigeunergitarist, in full swing, variërend in tempo, tappend met blote voeten. Hij haalt Sunny uit elkaar, zonder de o zo herkenbare melodie uit het oog te verliezen, en lanceert Sunny met een bossa nova – en rumba-groove naar een van de mooiste uitvoeringen.

Als enige toeschouwer zeg ik: wow.

Stochelo (50) zit tussen de geraniums op een bank achter ‘het chaletje’, op het woonwagenkamp in Nuenen, met de voor hem gebouwde Selmer-gitaar op zijn schoot. Overvallen door het bezoek, heeft Stochelo zich snel in een wit overhemd en een spijkerbroek gehesen, en zijn gitaar gepakt. Een zware nacht had hij achter de rug: zijn zoon Jazzy (21), die de ziekte van Kleefstra heeft, hield ’m uit zijn slaap.

Sunny – hij speelt het nummer al veertig jaar, bij gelegenheid samen met zijn neef Nous’che en en zijn broer Nonnie in het Rosenberg Trio. Hij groeide op met de zigeunerjazz van de Franse grootheid Django Reinhardt, net als hij een Sinti-gitarist of manouche. Andere muziek klonk er niet op het kamp. En toen was daar Sunny. Op een door bezoek aangereikte cassette speelde jazzgitarist Pat Martino een instrumentale versie van Sunny. ‘Ik wist niet wat ik hoorde’, zegt Stochelo. ‘Ik dacht: ‘Zo, dat kan dus ook, Stoch. Dat je bekende popnummers onder handen neemt, en er een Hot Club de France-ritme aan geeft. Dat deed niemand in de zigeunerjazz, er was alleen Django. Er ging een wereld voor me open.

The Typewriter Brothers

Robert Von ‘Bobby’ Hebb was dan wel voor de muziek van Nashville naar New York verhuisd, veel had het ’m als muzikant en liedjesschrijver niet gebracht, begin jaren zestig. Zeker, hij had muzikale soulmates gevonden met wie hij nachten kon doorhalen en jammen. Er was nu en dan een gig, zoals in Brandy’s Piano Bar, en na afloop was er ergens wat te doen en een fles whisky die op kon.

Na zo’n nacht in 1964 pakte hij bij thuiskomst zijn gitaar. De in alcohol gedrenkte somberte lag voor het grijpen; hij hoefde maar te denken aan die twee moorden een jaar eerder, op 22 en 23 november 1963. Eerst werd president John F. Kennedy vermoord, en een dag later zijn broer Harold. Die werkte als uitsmijter bij een nachtclub in Nashville en kreeg het aan de stok met een lastige klant.

Juist op dit soort momenten was hij in gedachten bij zijn oudere broer. Met hem had hij vroeger opgetreden, als The Typewriter Brothers, twee jongens uit een zeer muzikaal gezin met een blinde vader en moeder. Hij was te bang om te gaan slapen, en buiten zag hij de zon opkomen. En dat was wat hij ook kon proberen, zo zou hij nadien verklaren, hij kon zich oprichten, naar de zonnige kant van het leven. Met de gitaar in zijn handen, ontstond er een liedje, met de bijpassende woorden. Want de zon, die is er altijd. Dat moet je vertrouwen geven, en geloof in het goede. Dus duw weg die negatieve gevoelens, Bobby, richt je op de zonnige kant van het leven – the sunny side.

In drie kwartier was er een liedje geboren, terwijl de zon ging schijnen in zijn New Yorkse appartement. Muzikaal gezien was er de inspiratie van de opgewekte jazz van Gerald Wilson, en zijn orkest. Later, toen Sunny een reusachtige hit werd, ontstonden er hier en daar twijfels over zijn uitleg. Vraag: ‘Maar Bobby, die Sunny tot wie je je richt in de tekst, is dat niet gewoon een leuk grietje? Of de aantrekkelijke buurvrouw?’ Dan reageerde Bobby altijd hetzelfde: dat zou kunnen, maar dan gaat het wel gaat om de zonnige kant van de liefde.

Sunny, yesterday my life was filled with rain

Sunny, you smiled at me and really eased the pain

Met het liedje in zijn tas sjokte hij langs platenmaatschappijen in New York. Er was niet onmiddellijk het vertrouwen dat hij een hit in handen had. Door toedoen van bevriende muzikanten nam eerst de Japanse zangeres Mieko Hierota het op, en kwam er een jazzversie van Dave Pike. In het voorjaar van 1966 mocht Bobby Hebb zelf de studio in. Toen de studiotijd al bijna was verstreken, kwam hij met Sunny op de proppen. Nou vooruit, ’ns kijken of dat wat wordt, zei producer Jerry Ross, bijgestaan door twaalf studiomuzikanten.

Het resultaat was 2 minuten en 44 seconden epische muzikale betovering, de signature song van Bobby Hebb (1938-2010). Jazz, soul, country, gospel en blues in de mix, en hup, de voetjes van de vloer, zet maar op. Twee seconden tromgeroffel. Wandelend basloopje. Hi-hat. Slaggitaar. Daar is de stem van Bobby. De vibrafoon plinkplonkt. De blazers zetten de boel op scherp. Het geluid zwelt aan. Achtergrondzang. Bobby gromt.

My Sunny one shines so sincere

Sunny one so true, I love you

Het werd de een na grootste Amerikaanse zomerhit van 1966, slechts verslagen door Summer in the City van The Lovin’ Spoonful. In Europa schoot Sunny omhoog in de hitlijsten, later in het jaar; in Nederland bleef Sunny ook op nummer 2 steken, achter Little Man van Sonny & Cher. Halsoverkop werd er een plek voor Bobby Hebb ingeruimd in de laatste Amerikaanse tour van The Beatles. Ook leek het wel alsof alle grote zangers het in no time in hun repertoire hadden opgenomen. Wat te denken van Marvin Gaye, Dusty Springfield, Stevie Wonder, James Brown, Ella Fitzgerald, Cher, The Walker Brothers en Frank Sinatra. Nadien zouden artiesten als  Nick Cave, West Montgomery, José Feliciano, Ray Conniff, George Benson, James Last en Boney M. volgen, dienden zich vele easylistening-, hiphop- en reggaeversies aan, dance-remixen en versies in vele talen. Voorbeeld: de Maleisische zanger Uji Rashid en zijn Sani.

Joe Viglione, uitbater van de website Bobbyhebb.com, weet van vele honderden professioneel opgenomen versies van Sunny. ‘Ergens zijn we de tel kwijtgeraakt’, vertelt de Amerikaanse muziekdeskundige telefonisch vanuit Boston. ‘Zo veel mensen hebben het gedaan. Bobby zei altijd: ‘Het nummer is zo muzikaal dat als een beginner elke dag Sunny probeert te spelen, dat je dan in een mum van tijd het grote muzikale handwerk beheerst’. Nou, als iedereen Bobby’s advies heeft opgevolgd, dan bestaan er ontelbaar veel versies.’

Rob de Nijs

Behalve van Stochelo Rosenberg waren er in Nederland jazzy uitvoeringen van Rita Reys (1967) en Laura Fygi (2016). Maar de meest mieterse versie staat toch echt op naam van Rob de Nijs, uit 1966, met zijn Fanny, ik mis je.

Fanny, duizend keer begin ik aan een brief

Fanny, je wil niet meer, maar wat is je motief

Zo ging het in mijn beginjaren, vertelt De Nijs: hij zat thuis te wachten tot platenmaatschappij Phonogram een liedje voor hem had, vervolgens werd hij naar de studio in Hilversum gedirigeerd voor de opnamen. Er werd gekeken naar wat het goed deed in de Amerikaanse hitlijsten, en vervolgens werd dit nummer ‘onder handen’ genomen. Gerrit den Braber hertaalde Sunny tot Fanny, ik mis je, zoals hij drie jaar eerder Rhythm of the Rain naar Ritme van de regen had omgezet, een megahit voor De Nijs met The Lords. Waarom Sunny Fanny werd, is De Nijs tot op de dag van vandaag een raadsel: ‘Ik kende geen Fanny. Ik weet niet welke Fanny Gerrit bedoelde. Het was gewoon een meissie, denk ik, zoals er toen veel meissies waren. Liedjes gingen altijd over meissies. Zo’n meissie was Fanny ook.’

Zijn allerbeste plaat ooit wil Rob de Nijs zijn versie van Sunny zeker niet noemen – hij zou het na 1966 nooit meer zingen. Dat was ook schier onmogelijk, zegt hij. ‘Het origineel was zo ontzettend goed, dat kon je niet overtreffen. Zo’n swing… En qua ruigheid van zingen stelde ik toen niet zoveel voor. Hoor me toch eens, zó netjes, alle woorden goed uitgesproken. Nee, dan Bobby Hebb, met die soul in zijn stem. Die melodie… die herhaling. Dan de versnelling die een hypnotiserend effect geeft. Uitermate hitgevoelig! Ik denk dat ik de enige op aarde ben die er nooit een hit mee scoorde.’

Sunny duikt herhaaldelijk op in tv-reclames, wereldwijd. Voorbeelden op dit moment zijn Bavaria-bier, Volkswagen en Indeed, een zoekmachine voor vacatures. Op Bobbyhebb.com is te zien dat eerder al hamburgers, koffiebonen, crackers, verzekeringen, banken en betere arbeidsomstandigheden in Canada aan de man werden gebracht met Sunny. De Hebb-revenuen komen terecht bij de dochter van Bobby Hebb, Kitoto.

Hello dear.’

Door de telefoon klinkt vanuit Engeland de zwoele donkere stem van Liz Mitchell, de enige echte zangeres van Boney M., laat dat gelijk maar duidelijk zijn. Hun eerste nummer één-hit was Sunny, in de discodroesem gedoopt, met leadzang van Mitchell, in 1977.

Boney M. was een door de Duitse producer Frank Farian in elkaar geknutselde hitmachine, in 1975 gelanceerd en vernoemd naar een Australische tv-detective. Naast de Brits-Jamaicaanse zangeres waren daar de in Aruba geboren dansmagiër Bobby Farrell en de achtergrondzangeressen Maizie Williams en Marcia Barrett.

Om in de band te komen moest Liz Mitchell Sunny zingen, en haar demonstratie van vocaal vernuft kreeg van Farian en de platenmaatschappij de zegen. ‘Mijn sound paste precies bij het liedje’, zegt Mitchell. Eigenlijk was Sunny bedoeld als zomaar een van de acht tracks van hun debuutelpee uit 1976, Take The Heat Off Me. ‘Maar in Nederland was een dj gek van dit nummer, dus die draaide het veel op de radio. Daarom werd Sunny een hit nog voordat het als single was uitgekomen. Wonderlijk, want het nummer was reeds door vele beroemde zangers gezongen. Dat wij er een hit mee scoorden, was verbazingwekkend.’

Mitchell heeft daarvoor wel een verklaring. ‘Onze interpretatie van Sunny is vooral de interpretatie van mij’, zegt ze. ‘Ik breng zonnestralen van liefde, als ik dat lied zing; een uiting van mijn hart. Ik geloof in God, voor elk liedje dat ik zing, bid ik en vraag om spirituele kracht. Als ze mijn stem horen, weten ze: dat is Boney M. Ze geloven me. Mijn stem laat de mensen niet koud.’

Als ‘Boney M. Featuring Liz Mitchell’ staat ze nog meer dan honderd keer per jaar op het podium, elk optreden beginnend met Sunny, en in de toegift wil-ie ook weleens voorbijkomen. Want in haar optiek komt in Sunny al het goede van Boney M. tezamen. De band, in de originele bezetting, viel in 1992 uit elkaar. Nadien plugde elk lid zijn eigen vertakking van Boney M., zelfs de niet zingende Bobby Farrell en Maizie Williams, en ‘misbruikten’ zij de stem van Mitchell.

‘Erg verdrietig dat dat gebeurde’, zegt Mitchell weemoedig. ‘Ze hadden niet het unieke geluid van Boney M. dus begonnen ze mij te playbacken, met mijn stem op de achtergrond. Ik vond dat erg moeilijk, die fake. En Marcia, die kon wel zingen, maar die probeerde Sunny net zoals ik te zingen. Dat ging natuurlijk niet. Het brak mijn hart dat onze muzikale nalatenschap zo naar beneden werd gehaald. Dat verdienden Boney M. en onze liedjes niet.’

In een klein restaurant met uitzicht op de rivier, in de staat Massachusetts, vond een Amerikaanse verslaggever Bobby Hebb, in het najaar van 1987. De storm in zijn leven was gaan liggen, vertelde hij voorafgaand aan een optreden met zijn trio. Ja, de zonnige kant had hij een tijd niet gekend.

Na die ene reusachtige hit was er nog wel een nakomertje afgescheiden, maar amper een hit te noemen, A Satisfied Mind. De hobbelige route die hij had afgelegd, werd vooral bepaald door zijn onmatige inname van kruidenlikeur. Ook zat de belastingdienst hem op de hielen. De release van de discoversie, Sunny ’76, had ’m niet de financiële armslag gegeven waarop hij had gehoopt. In 1978 schoot hij onder invloed zijn vrouw ‘per ongeluk’ in de schouder en hij zat twee jaar in de gevangenis. Hij vertelde nu van de drank af te zijn, en als ambtenaar te werken. Op maandag- en vrijdagnacht speelde hij met zijn trio – als vanzelf, ook Sunny.

In 2010 overleed Bobby Hebb. Joe Viglione, ‘the number one Bobby Hebb-kenner’, sprak ’m bijkans elke dag aan de telefoon, de laatste jaren. Er was nog een nieuwe plaat geweest, in 2005, en hij was betrokken geweest bij een Grammy-winnend project over zwarte muziek in Nashville. ‘Hij wist dat zijn einde naderde’, zegt Viglione. ‘Hij voelde zich content. Sunny makes me always happy, zei hij, telkens als hij het nummer hoorde. Hij stierf als een dankbaar mens.’

Sunny, thank you for the truth you let me see

Sunny, thank you for the facts from A to Z

Stochelo Rosenberg legt zijn gitaar neer, en neemt een slokje van zijn koffie. Vier maanden lang had hij het geprobeerd, in een villa in Nuenen, hemelsbreed 1 kilometer verwijderd van het kamp. Als een door God geschonken paleis zag het eruit, alles erop en eraan. Maar op een dag zat hij buiten met zijn vrouw te roken. ‘En toen zei ik: ‘Wat doen we hier eigenlijk? Hoor je de stilte. Op het kampje is altijd wat te doen. Hier horen we niet thuis.’ En weet je, toen we terug waren, ging de zon weer schijnen.’

Hier in de tuin kan hij ongestoord spelen. Niet eens om te oefenen maar bijvoorbeeld voor zijn zoon Jazzy. Die heeft één voorwaarde: wat zijn vader speelt moet wel swingen. Natuurlijk speelt Stochelo dan Sunny, in een razendsnelle versie. Want als het even kan komt Sunny voorbij. Of hij nou met de kleinzoon van Django Reinhardt speelt op het jaarlijkse Django Reinhardt-festival in Samois-sur-Seine, of zoals laatst op een feestje van een advocatenkantoor op de Amsterdamse Zuidas, met het Rosenberg Trio.

‘Het leek wel alsof niemand ons in de gaten had’, zegt Stochelo. ‘We waren het muzikaal behang van het feestje, geluisterd werd er niet, iedereen praatte er gewoon doorheen. Toen zei Nonnie: ‘Stoch, laten we Sunny spelen!’ Het sloeg gelijk aan. Er ging een vrouw dansen, samen met haar man. En nog meer mensen. Opeens veranderde de sfeer. Dat heb je alleen met Sunny.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.