Filmfestival RotterdamVoetbaldocumentaires

Van de docu’s over Atlético Mineiro en Francesco Totti gaan zelfs voetbalhaters overstag

Lutar, lutar, lutar

‘Wij zijn geen mooiweerfans’, zeggen de aanhangers van de Braziliaanse voetbalclub Atlético Mineiro. ‘Maar waarom moet het zó moeilijk zijn?’ Atlético, opgericht in 1908, is een club van lef, traditie en eer – maar niet van veel prijzen. Er kunnen decennia voorbijgaan zonder dat de voetballers uit de miljoenenstad Belo Horizonte een prijs pakken. Meestal grijpen ze er net naast, soms dwarsgezeten door een corrupte scheidsrechter of een onwillige voetbalbond. Om de een of andere reden hebben clubs uit Rio de Janeiro en São Paulo altijd een streepje voor. Maar de fans uit Belo Horizonte zingen er niet minder hard om.

Lutar, lutar, lutar Beeld
Lutar, lutar, lutar

De prachtige voetbaldocumentaire Lutar, lutar, lutar, gemaakt door twee regisseurs die allesbehalve neutraal zijn (Sérgio Borges en Helvécio Marins Jr. hebben ongetwijfeld vaste plaatsen in voetbalstadion Mineirão), maakt duidelijk hoe irrationeel en frustrerend, maar ook hoe mooi clubliefde kan zijn. De film bevat sterke verhalen, zoals van de succesvolle spits Dario, die vertelt dat hij tot zijn 19de nooit tegen een bal had geschopt. Hij kon heel hard rennen, dat wel. Ook zijn er fraaie archiefbeelden van de strijdbare Reinaldo, die twaalf jaar lang voor Atlético speelde en volgens velen tot de beste Braziliaanse voetballers aller tijden behoort.

De film sleept de kijker mee in de euforie wanneer rond 2012 eindelijk weer eens een goede periode aanbreekt voor Atlético, mede door de komst van ster Ronaldinho. Het kan haast niet anders of zelfs sporthaters gaan na het zien van Lutar, lutar, lutar overstag.

Mi chiamo Francesco Totti

Dat geldt ook voor Mi chiamo Francesco Totti, nog een geweldige voetbaldocumentaire uit het IFFR-programma. Anders dan Lutar, lutar, lutar is dit portret van de Italiaanse voetballegende Totti vooral een verhaal van successen, maar ook in deze film draait alles om clubliefde. Zijn hele voetballeven bleef Totti bij AS Roma, de club waar hij in 1989 als jongetje in de jeugdopleiding kwam en in 2017 stopte.

Mi chiamo Francesco Totti Beeld
Mi chiamo Francesco Totti

Totti staat niet bekend als een groot prater, maar in Mi chiamo Francesco Totti spreekt de briljante voetballer voluit. Terwijl regisseur Alex Infascelli een schat aan voetbalbeelden en homemovies over de kijker uitstort, deelt Totti op de geluidsband in Romeins dialect zijn gedachten. ‘Spoel even terug’, zegt hij af en toe, om dan verder in te gaan op een detail.

Totti wás AS Roma, laat de film zien. Het kwam niet in zijn hoofd op de club te verlaten, ook niet toen Real Madrid miljoenen op tafel legde. ‘Hoe kon ik ooit weggaan uit Rome? Dat is onmogelijk’, zegt hij. ‘Ik hoor bij Rome en daarmee uit.’

Trouw, trots en koppig betoont Totti zich in dit knap samengestelde, vaak ontroerende portret. Natuurlijk is dit Totti’s film, en veegt hij mindere perioden uit zijn carrière soms onder het tapijt. Maar wat maakt het uit? Totti is de baas. Zie maar eens geen kippenvel te krijgen bij de beelden van zijn afscheid als voetballer, waar hij op zijn 40ste nog lang niet klaar voor was.

Lutar, lutar, lutar is op IFFR (2, 3, 4, 5 en 6 juni) en on demand te zien.

Mi chiamo Francesco Totti is op IFFR (3, 4, 5 en 6 juni) en on demand te zien.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden