Van bamboefluit tot Italo-pop

Het Amsterdam China Festival dat morgen begint, is de grootste daad van Chinese cultuurimport in Nederland aller tijden. Verkenners struinden de afgelopen maanden Shanghai af, voor veldwerk en om te onderhanden....

'Europa weet niet wat er echt aan de hand is in de Chinese cultuur',zegt de Leidse Chinakenner Frank Kouwenhoven, een Tsingtao-biertje soldaatmakend. 'Maar waar ze écht weinig weten, is het Chinese ministerie vanCultuur. Pop, rock, religie, oude volkskunst, het is allemaal onbekend ofop z'n best verdacht. Ze hebben voornamelijk ervaring met depropagandakanten van de cultuur.'

Een grote vraag voor de organisatoren van het naderende Amsterdam ChinaFestival, is of de Chinese overheid zich eigenlijk wel geroepen voelt eensteentje bij te dragen aan extravaganza's als van het Concertgebouw, dateen stoet hoofdstedelijke kunstinstanties meekreeg in de grootste daad vanChinese cultuurimport in Nederland aller tijden: tientallen concerten,theatervoorstellingen, exposities, popoptredens, symposia,jeugdvoorstellingen en presentaties van film en literatuur, alles onder hetmotto Een nieuwe eeuw, een nieuwe uitdaging.

Kouwenhoven ziet 'maar beperkte animo in Peking' en vindt het eigenlijkbest. Samen met zijn vrouw, de sinologe Antoinet Schimmelpenninck, is hijop pad voor het verkennende veld-en onderhandelingswerk. 'Hoe minder steunuit Peking, hoe minder kans op een voet tussen de deur bij hetprogrammeren.'

Op naar het Shanghai Museum, een van de rijkst geoutilleerde musea vanAzië, met zijn 120 duizend artefacten gehuisvest tussen een Plein van hetVolk en een permanent door dampende files verstopte binnenstads-fly over.

Een minpuntje van de voormalige Ming-dynastie (1368-1644) mag geweestzijn dat de keizerlijke overheid destijds op een nogal kinderachtige maniercensuur uitoefende over de kleuren die Chinese kunstschilders gebruikten.Maar wat aardig was in dat tijdperk, zegt Kouwenhoven: 'Om overheidsdienaarte kunnen worden moest je eerst de dichtkunst en de kalligrafie beheersen.Kom daar tegenwoordig eens om.'

Oude schilderkunst, daarvoor moet je in het Shanghai Museum zijn. Vanafeen adembenemende Mistige rivier van de 11de-eeuwer Wang Shen kom je viade kunstenaars van diverse Yuan-, Song- en Tan-dynastieën vanzelf uit bijeen sleutelwerk van de grote Wen Zhenming. Wen (Ming-dynastie) schilderdeeen tuinpaviljoen waar gelukkige zielen worden vermaakt met muziek vantokkelinstrumenten, blazers en percussie - zeg het hele Nieuw Ensemble vanEd Spanjaard en Joël Bons, maar dan in passend gewaad.

'Muziek en beeldende kunst waren in China altijd goede vrienden',verheldert de museumbibliothecaris mijnheer Gu. 'Op dit moment is datmisschien niet zo aan de orde, maar er zijn zóveel Chinezen dat er vastwel weer een paar zijn die die kant op willen.' Gu was musicus, voor hijdoor de Rode Gardisten als schoonmaker te werk werd gesteld in eenvoorloper van het Shanghai Museum. 'De Culturele Revolutie was mijn geluk',zegt hij. 'Zo kon ik me verdiepen in de bronsafdeling.'

Het museumrestaurant is internationaal georiënteerd en biedt pasta withduck en pasta with vegetarian. Kouwenhoven bestelt pasta met vegetariëren stelt Gu een samenwerkingsverband voor met de Amsterdamse Nieuwe Kerk.Kalligrafie zou passen in de New Church. Gu knikt, aangenaam getroffen. Eengloednieuwe kerk, dat mag een eer worden geacht.

Shanghai staat vol nieuwe gebouwen. Bouwen gaat hier 's nachts door.Bouwstof nestelt zich als haarversteviger in de coiffures van miljoenen.De helft van alle bouwkranen in de wereld staat naar verluidt in Shanghai.De skyline is tienmaal Manhattan, met net zulke torens, maar dan vaak metkleurige fantasiespitsen in de vorm van hoeden, petten en damescorsetten.'Je kijkt vreemd op als je naar een wijk zoekt waar je twee jaar geledenzo leuk hebt gegeten, en in plaats van die wijk staat er nu een toren',zegt Kouwenhoven. 'Maar zelfs dat gevoel went.'

Sterk vernieuwd is het Conservatorium van Shanghai in de 'FranseConcessie', een wijk waar vroeger Fransen en Wit-Russen woonden, en joodsevluchtelingen uit Duitsland. Er staan platanen langs de straten. TypischFrans is ook een Beierse biertuin. Om de hoek houdt de Peking Opera vanShanghai kantoor ('Peking' slaat hier meer op het muziektheatergenre danop de stad waar dat genre naar genoemd is). In de Franse Concessie zit degrootste muziekwinkel van Shanghai, met zijn piano's en Chinese cithers alsde qin en de zheng. Er hangen glamouraffiches van de pianovirtuozen YundiLi en Lang Lang en van de 12 Girls Band - qua sekse een soortVivaldi-orkest, maar in muzikaal opzicht een zaak van knievedels,synthesizers en 'romantic energy'.

Daar komt de citherspeelster Wang Wei, zij fietst nog naar hetconservatorium. De knievedelaar Huo Yonggang, docent op de erhu en debanhu, heeft een Audi 8 onder de kont. Hij is een beroemd solist. Defluitist Zhan Yongming arriveert, gevouwen rond een foedraal volbamboefluiten, in een taxi. De meestertokkelaarster Dai Xiaolian (qin) ende luitiste Li Jingxia (pipa) zijn al op de campus.

Daar zijn ook Antoinet Schimmelpenninck en Frank Kouwenhoven van deonderzoeksstichting Chime in Leiden. Ze komen het programma Zevenduizendjaar China in vogelvlucht doornemen, dat de vijf musici in petto hebben alsfestival-highlight voor de Kleine Zaal van het Concertgebouw. Op deconservatoriumcampus is wel wat veranderd, sinds Kouwenhoven enSchimmelpenninck hier woonden en de Chinese cultuur bestudeerden. Ze zatener rond 1980, kort na de Culturele Revolutie, op een kamertje met uitzichtop koolstronken en kippenkluiven ('het was de gewoonte dat studenten hunvuilnis uit de ramen gooiden'). Het klankdecor werd bepaald door violistenen trompettisten die buiten op het terrein Beethoven en Haydn tegen elkaarin repeteerden. 'De ruimte was beperkt.'

Nu is er een conservatoriumtoren, met voor de ingang het borstbeeld vaneen directeur (1903-1999) wiens school het tijdens de Culturele Revolutiein 1967 bitter heeft moeten ontgelden. Musici die iets met Schönberghadden, kregen kokende olie in de oren. Anderen werden aan de armenopgehangen. De directeur, componist van een Gele Rivier-cantate maar tevensaanhanger van de piano en viool, werd voor de televisiecamera uitgekafferdals propagandist van de decadentie. Zijn dochter werd intussen uit het raamgeduwd.

'In China zijn de laatste honderd jaar zóveel omwentelingen geweest',filosofeert Kouwenhoven, 'dat men nauwelijks heeft kunnen nadenken overcultuur die de moeite waard is om te bewaren en cultuur die weg kan.'

Een lift brengt het docentenkwintet naar de twaalfde etage. De gezichtenstaan monter als de fluitist Zhan Yongming snerpend de replica uitprobeertvan een hanenbotfluitje, waarvan het zevenduizend jaar oude origineel ooitbij een opgraving werd aangetroffen, samen met 160 andere botten. 'Mooi datwe dat botje hebben', grijnst Kouwenhoven. 'Anders hadden we het programma1400 jaar China moeten noemen. Ook leuk, maar zevenduizend klinkt beter.'

De musici Zhan, Wang, Huo, Dai en Li hebben zich voorgenomen het deAmsterdamse festivalgangers helemaal naar de zin te maken. De qin-speelsterDai, vertegenwoordigster van een eeuwenoude kunst waarbij de musicus,zoekend naar peilloze diepten, zacht en in eenzaamheid de snaren beroert,heeft een arrangeur verzocht een melodie geschikt te maken voor ensemble.Uiteindelijk, zo blijkt, zijn bijna alle oud-Chinese melodieën van hetvijftal gearrangeerd.

Er klinkt 'een melodie in operastijl die al sinds de vijfde eeuwbestaat'. Het nummer doet onvolledig aan, vindt meesterfluitist Zhan. Hijbeweegt de citherspeelsters hun instrument in vierkwartsmaat tebetrommelen. Nu klinkt er een soort csardas met een vermoeden van Spaansecastagnetten. 'Dit is helemaal de conservatoriumstijl', mompelt Kouwenhovenbedrukt. Er ontstaat een discussie. Moet er niet een echte slagwerker mee?'Dat betekent nog eens drie dagen hotel plus een vliegretour erbij. Dat zaldirecteur Sanders van het Concertgebouw leuk vinden.'

Tijdens een knievedelmelodie van de vermaarde A Bing, een straatmuzikantuit Wuxi, die, vlak voor zijn dood ontdekt, ooit door Mao'scultuurofficials ten voorbeeld werd gesteld aan alle musici van China(Kouwenhoven: 'Een heilige. Dat hij prostituees bezocht wordt in allebiografieën weggemoffeld'), klinkt ganzengesnater. Het is de ringtone vanHuo's mobieltje.

We rijden naar een studiootje waar opnamen zullen worden gemaakt voorde festival-cd A journey through musical China. Dai Xiaolian, ontheven vanritmedwang en ensemble-keurslijven, zet er in één keer een qin-solo opdie haar collega's ontroert. Als om aan te geven hoe nauw het luistert indeze kunst van tonen en glissandi, wordt nog wat geprutst aan een inzet dievolgens Dai een fractie te hoog was.

De knieviolist Huo pakt een banhu en improviseert tussen twee sigarettendoor een nog subtielere solo. 'Ik denk dat we die kant op moeten', zegtKouwenhoven. De sfeer ontspant zich. Dai, wier qin pas sinds vier jaar totde conservatorium-hoofdvakken hoort ('voor die tijd verdiende ik de kostin de bibliotheek'), brengt het prestige van haar instrument in Europa tersprake en verhaalt hoe een Duitse student bij haar aan kwam zetten met zijnouders. 'Ik deed open en noodde de familie binnen in mijn beste Duits: Aufwiedersehen.'

Huo (38), die als kind van negen met vedel en tandenborstel naar hetconservatorium van Peking werd gestuurd, drieduizend kilometer van huis('Ik hoorde tot de eerste generatie die na de Culturele Revolutie naar hetconservatorium kwam'), memoreert hoe onlangs zijn kostuumhoed afviel bijeen opkomst met groot traditioneel orkest, tot hilariteit van het publiek.Huo betoogt dat hij ook zingt, en zet een opname op van zichzelf. Hetblijkt Italo-pop, met pauken en synthesizers.

Kouwenhoven en Schimmelpenninck verheugen zich op een tocht naar deprovincie Hubei. Daar was het 'klokken voor kanonnen' toen de bouw van eenlegerbasis in 1977 werd opgeschort. Bij graafwerkzaamheden kwamen restennaar boven van het paleis van een markies genaamd Yi. Yi bleek begraven inhet gezelschap van een compleet hofinstrumentarium van 65 bronzen klokkenen 32 klankstenen. Enkele tientallen echtgenotes, vermoedelijk gewurgd,hoorden ook tot de grafgift, maar belangrijker voor Kouwenhoven zijn de2500 jaar oude klokken. Een kopie van het monsterinstrumentarium zalbespeeld worden in het Amsterdamse Tropeninstituut.

Kouwenhoven: 'En wat geen westerling gelooft: die klokken wijken totaalaf van het Chinese toonsysteem dat we allemaal kennen.' In plaats van vijftonen in het octaaf - de pentatoniek die iedereen kent die wel eens bamiheeft gehaald bij de Chinees, en die eenvoudig te reproduceren valt dooralleen de zwarte toetsen van een piano aan te slaan - vertegenwoordigen deklokken in Hubei een systeem, vergelijkbaar met de twaalf tonen van deWesterse muziek. Maar wát erop gespeeld werd, weet niemand. Er zijn geenpartituren.

Die zijn er wel bij de Peking Opera van Shanghai, waarvan de traditieruim anderhalve eeuw terugreikt. In het repetitielokaal roeren steracteurs,'generaals', zich met enorme stemverheffing over de vrouw van de ene, dievermoord is door de ander. Een acrobaat strekt de benen in het raamkozijn.

Tegenover hen, voor een muur die gedecoreerd is met militairedraadbaarden en rugwimpels, zetelt een orkest van Chinese luiten en vedels,een synthesizer, een cello en een contrabas. Hun dirigent, gestoken in eenpantalon met de broekband tot de oksels, slaat symfonische passages uit eennotenschrift. Partijen in het orkest zijn genoteerd intelefoonnummerachtige cijferreeksen of met luttele noten zo groot als eenhuis.

Een kleiner maar luider continuo-ensemble, aangevoerd door een klepper,begeleidt bewegingen en stemmingswisselingen in de dialoog met ongenadigaccelererende uitbarstingen van trommen en bekkens. Medici in Peking hebbenhet genre onderzocht op gehoorschade-effecten onder musici en kwamen totonthutsende resultaten.

In het restaurant dat de Peking Opera aan een traiteur heeft verpacht - de directie heeft de nieuw-Chinese adagia van goed eten en geldbinnenhalen op praktische wijze laten samenvallen - wordt de verslaggevervoorgesteld als 'Xiong Luolai'. Xiong blijkt algemeen beschaafd Chinees enbetekent 'beer'. Besproken worden zangersbezettingen, vliegtickets enzaalomstandigheden. Kan een acteur zich verbergen op het podium van hetConcertgebouw?

Kouwenhoven: 'Achter het orgel kan dat, maar zonder die uitstekendevlaggenstokken op de rug.' Nog een probleem: het materiaalvervoer. Kunnener spullen van de Peking Opera in Denemarken blijven en later naarAmsterdam komen?

De Peking Opera van Shanghai komt in Amsterdam Hamlet spelen. Bewerkttot De wraak van de prins, is Shakespeares klassieker op het repertoiregenomen op verzoek van Deense opdrachtgevers, die erachter kwamen dat deDeen Hamlet en de personages die hem omringen merkwaardig genoeg in destereotiepen passen van de Peking Opera. De jonge prins. De despotischesheng (Claudius). De trippelende dame met het hoge stemmetje (Ophelia). Degeest uit het hiernamaals. Clowns (de nurkse doodgravers).

De directie heeft wat moeite gehad met de voorgewende krankzinnigheidvan de gekwelde prins. 'Maar een doodgraver zit erin en voor een schedelwordt gezorgd.' Of men ook gedacht heeft aan het motto To be or not to be,wil Xiong Luolai weten. 'Toevallig hebben we daar een hele vergadering aangewijd', zegt de chefregisseur. 'Het leek ons een nietszeggende zin in hetChinees. Later zagen we in dat het voor westerlingen veel te betekenenheeft.'

In warenhuisportieken en op de Bund, de rivieroever in het centrum vanShanghai, dansen grote groepen bij wijze van ochtendgymnastiek de Engelsewals op het geluid van een ghettoblaster. Op de 45 televisiekanalen inShanghai is dagelijks keus uit Peking-opera's in soap versies en zendersmet Zuid-Amerikaans voetbal. De krant China Daily meldde onlangs dat eentopman van een van de grote Chinese bedrijven de prijs in de wacht heeftgesleept van modelarbeider van het jaar.

Het zijn innovaties die grotendeels voorbij gaan aan de dagelijksebezoekers van het theehuis achter de Tianshanstraat, waar thee uit dethermoskan minder dan een cent kost, en vergezeld gaat van 'zijde- enbamboemuziek' van vedels, mondorgels, maanluiten en doorrookte stembanden.Ze wordt aangevoerd door mijnheer Zhang (hakkebord). De ambiance is er eenvan stoppels, petten, solitair naar voren stekende tanden en duttendeliefhebbers. 'Deze muziek verwarmt mijn geest', zegt een ontwakendebezoeker (85).

Meeslepend is de dertig minuten lange traditional Mooie tuin, waaraanZhang een snel deel van eigen hand heeft toegevoegd. Kouwenhoven enSchimmelpenninck willen dat Zhang met acht andere theehuismusici en eentheehuismuzikante naar Amsterdam komt, een plan dat zijn bewerkelijkekanten heeft, gezien de leeftijd van de betrokkenen. 'Meneer Zhang', zegtKouwenhoven, 'de vonken spatten ervan af.'

Zhang heeft een ongehoorde vernieuwing doorgevoerd, een walsritme in delaatste minuten van Lentemorgen in Jiangnan. Toch ziet het ernaar uit datzijn kunst is aangeland in een herfsttij. Zhang, voormalig architect enaannemer, ging 26 jaar geleden met pensioen. 'Wat vindt u van die nieuwegebouwen in Shanghai?', vraagt Schimmelpenninck. Zhang: 'Vroeger bouwdenwe comfortabeler.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden