Van azc naar Gouden Kalf-nominatie

Ooit verbleven ze in een azc, nu spelen ze in de korte film Jungle, een Arabisch gesproken drama over asielzoekers in Calais. De twee Nederlandse acteurs van Syrische afkomst, Majd Mardo en George Tobal, zijn gezamenlijk genomineerd voor een Gouden Kalf. Een unicum.

Majd Mardo en George Tobal.

In de korte film Jungle van Hetty de Kruijf, over de twee Syrische vluchtelingen Ibrahim en Benjamin, zit een scène waarin bij Ibrahim (George Tobal) de stoppen doorslaan. Hij zit dan al negen maanden in vluchtelingenkamp de 'Jungle' bij Calais, en zijn gasstelletje is stuk. Woest mept hij op de toonbank van de kampwinkel, witheet om de nutteloze prul die hem is verkocht. 'Ik kan niet eens een kopje thee zetten als een normaal mens!'

George Tobal (31), die in Nederland elf jaar in asielzoekerscentra verbleef, vindt dat moment zeer herkenbaar. 'Niks is normaal, dus je hunkert enorm naar iets wat normaal is.' Zijn tegenspeler Majd Mardo (28), die Benjamin speelt: 'Ja, je kunt wel zeggen 'het is thee', maar het is théé, snap je? Het is zijn laatste restje waardigheid.'

Mardo en Tobal komen, net als hun personages, uit Syrië en begonnen hun Nederlandse levens in een asielzoekerscentrum: twee acteurs met een Nederlands paspoort en jeugdherinneringen aan Aleppo.

Ze spelen de hoofdrollen in Jungle, een op feiten gebaseerd drama over de lotgevallen van Syrische vluchtelingen in Calais, die parallellen vertonen met hun eigen (vlucht-) verleden. De grotendeels Arabisch gesproken film is genomineerd voor een Gouden Kalf, en de twee acteurs zijn dat ook: samen - een unicum.

George Tobal

George Tobal (31) studeerde aan de Amsterdamse Theaterschool. Met Eran Ben-Michaël vormt hij het duo George & Eran. In samenwerking met jeugdtheatergezelschap de Toneelmakerij gaat 6 oktober hun stuk Woestijnjasmijntjes in première, een jeugdvoorstelling over de vlucht van een vader en dochter, een barre tocht - in de geest van La vita è bella. Zij treden ook op voor kinderen die nu verblijven in azc's.

De jury schrijft: 'Kiezen tussen beide mannen is onmogelijk, juist hun samenspel is overrompelend en ijzersterk.'

Jungle is een verhaal over ontheemding, over de hoop op een toekomst en een thuis. Het is ook het verhaal van een vriendschap tussen twee verschillende mannen: Benjamin wil acteur worden, Ibrahim komt van de boerderij. Mardo: 'Benjamin is een intellectueel type, meer bezig met zelfontplooiing dan met brood op de plank.' Zijn wens is te kunnen studeren aan de Royal Academy of Dramatic Arts in Londen. Hij is een opgewekt en extravert persoon, die in de mensen om hem heen het optimisme aanwakkert, zelfs bij de stugge Ibrahim, van wie we veel minder te weten komen, behalve dat hij al veel te lang in het kamp verblijft.

Wat die parallellen met hun eigen levens betreft: beiden benadrukken dat hun situatie eind jaren negentig echt anders was - ze hebben nooit in een opvangkamp als de Jungle gezeten. Mardo: 'Dat overkwam Irakezen en Afghanen, die toen in groten getale kwamen, en ging als een soort horrorstory rond bij ons in de azc's.'

Niemandsland

Tobal: 'Een azc is natuurlijk wel comfortabeler dan een tentenkamp. Ietsje.'

Wat ze allebei wél goed kennen, is tegen je wil de plek verlaten die je vertrouwd was, op weg naar een onzekere toekomst, om vervolgens te stranden in een soort niemandsland, waar je niemand bent, en niets kan, behalve wachten.

Tobal herinnert zich de frustratie van het feit dat je identiteit en autonomie je worden ontnomen. 'Wij mochten in het azc niet zelf koken, maar we snakten soms naar een gebakken ei. Dat maakten we dan stiekem in de waterkoker. Beetje boter erin en één ei per keer. Dan moest je heel vaak de waterkoker aan en uitdoen om te zorgen dat-ie niet verbrandde. Het was best een vies ei, maar het was óns ei.'

Een azc is natuurlijk wel comfortabeler dan een tentenkamp. Ietsje.

Mardo: 'Je persoonlijkheid zoekt een weg naar buiten, ook al is dat niet volgens de procedure. Mijn vader maakte een deal met een groenteboer in de buurt, waardoor hij groente en fruit kon verkopen in het azc. Mocht niet, want je mocht niet werken, maar dat wilde hij gewoon graag. In Aleppo was hij ook ondernemer.' Die hardnekkige menselijke neiging zagen de acteurs ook terug in de opnamen en verhalen die regisseur De Kruijf mee terugnam uit de Jungle in Calais, dat ze ter voorbereiding voor het filmen bezocht. Haar indrukken werden minutieus vertaald in het decor van de film: een minitentenkamp van een stuk of dertig tenten op het terrein van het Magneetfestival in de Amsterdamse wijk IJburg. Ja, dat decor bevestigde het beeld van de Jungle dat continu werd herhaald op tv: treurige, lekkende tenten in de modder, het zeil klapperend in de wind. Maar er was ook een andere kant, vertelt Tobal.

'Op het hoogtepunt - of dieptepunt - woonden in Calais zo'n tienduizend mensen in het kamp, dat is een kleine stad. En dan zie je dat de bewoners die stad, hun plek, naar hun smaak gaan vormgeven. Er waren winkeltjes, een schooltje, zelfs een disco. Er waren sociale structuren, een economie. Het functioneerde, op een bepaalde manier.' Mardo: 'Ik vind dat ontroerend, een beter woord heb ik niet. Die mannen zijn op doorreis en ze zijn bepaald niet welkom. En toch bouwen ze een huisje en proberen het leefbaar te maken. Kennelijk willen we onder alle omstandigheden toch iets van een gemeenschap creëren.'

Majd Mardo

Majd Mardo (28) studeerde aan de Toneelacademie Maastricht en speelde in de voorstellingen Nobody Home, Jihad, en Macbeth van de Toneelmakerij. Op tv was hij te zien in onder meer Overspel, Nachtoord en Kamp Holland. Binnenkort speelt hij in Kinderen van Judas, bij Toneelgroep Oostpool (première 14/10). In seizoen 2018-19 treedt Mardo toe tot het ensemble van Toneelgroep Amsterdam.

Scrollen: Hier worden (Gouden) Kalveren geboren

De Gouden Kalveren gaan natuurlijk om de eer, maar ook als object is de prijs een fraai ding. Bekijk hier hoe ze gemaakt worden.

Kat- en muisspel

De acteurs vinden het belangrijk om dit aspect van de kampbewoners te laten zien. Mardo: 'In de media ontstond een beeld van nietsontziende barbaren, die desnoods met geweld een rit naar de overkant van het kanaal afdwingen. Zo begin je niet, niemand. Eerst probeer je het aardig, probeer je een deal te sluiten. Maar als je maar lang genoeg wordt afgewezen en achternagezeten en opgejaagd, kom je in een bepaalde staat, een soort mengeling van wanhoop en overlevingsdrift. Dat maakt je misschien agressief, ja. Maar ik denk dat dat iedereen kan overkomen.'

De film laat enerzijds de nachtelijke pogingen zien om naar Groot-Brittannië te ontsnappen: het verbijsterende kat- en-muisspel van de mannen met vrachtwagenchauffeurs en douane, het gevaar dat daarbij komt kijken: rondom de jungle stierven tientallen vluchtelingen omdat ze 's nachts op de snelweg werden aangereden. Anderzijds is er het dagelijkse leven in het kamp, met taalles, post, meisjes, een kopje thee. En met theater: Benjamin geeft de kinderen toneelles, en ze voeren in het kamp een scène op uit de film Gladiator. Dat klinkt vergezocht, maar is juist heel alledaags. Mardo: 'Er zijn op zulke plekken veel soortgelijke initiatieven van vrijwilligers.'

De gedachte dat toneel iets kan betekenen op zo'n harde, lugubere plek, lijkt naïef. Maar Mardo en Tobal weten uit ervaring dat het waar is. Mardo mocht van de juf in het klasje van het azc elke dag voor de les een act opvoeren, vertelt hij. 'Ik danste eindeloos lang op Britney Spears. Heel slecht, met maar twee pasjes.' Of hij deed een minutenlange mime-act in een kartonnen doos. 'Mijn beste werk.' De acts brachten afleiding en ontlading, zegt hij. En, niet onbelangrijk: plezier. 'Ik hang nog steeds graag de clown uit voor kinderen, omdat ik uit ervaring weet wat zo'n optreden voor ze kan doen.'

Voor George Tobal begon zijn theaterloopbaan in het asielzoekerscentrum, dankzij Stichting De Vrolijkheid, die in azc's workshops dans en theater voor kinderen en jongeren verzorgt.

Tobal: 'Ik was 17 of 18 en ik mocht niks, ik mocht niet werken of naar school. Ik had niks met toneel, tot ik begreep dat ik er 150 euro voor kreeg. Wow, daarvoor deed ik alles. En ik werd volledig gegrepen. Theater gaf mij een doel, een richting, een reden om door te gaan. In zekere zin werkt het ook therapeutisch: verbeelding en spel zijn hulpmiddelen om grip te krijgen op een situatie die je niet snapt.'

Figuranten uit azc's

Tobal belandde op de Amsterdamse toneelschool, Mardo op de Toneelacademie Maastricht. Beide acteurs maakten eerder voorstellingen over hun vlucht en het leven in een azc. Tobal studeerde af met de bekroonde solo Vertrekvergunning en Mardo maakte met Vanja Rukavina, Saman Amini en Daria Bukvic, allen voormalige vluchtelingen, het veelbesproken en gelauwerde Nobody Home.

Bij Jungle waren veel medespelers en figuranten Syrische vluchtelingen die nu in Nederland in azc's zitten.

Tobal: 'Sommigen hadden echt in de Jungle gezeten en ze kwamen voortdurend met ons praten over hun ervaringen. Ik denk dat ze ons beschouwden als 'van hier', maar ook een beetje 'van hen.' Het was confronterend om opnieuw in die ontheemde sfeer te verkeren, zeggen ze.

Tobal: 'En het was ook nogal dubbel om een potje te gaan acteren wat zij echt hebben meegemaakt.'

Tegelijk hielpen de vele kleurrijke anekdotes de acteurs juist om hun personages vorm te geven.

Tobal: 'Als wij goed hebben gespeeld, dan is dat vooral te danken aan alle gesprekken die wij met hen voerden, aan hun energie en veerkracht. Dankzij die informatie, en de vele, vaak grappige details, kunnen we dit verhaal goed over het voetlicht brengen.'

Geheel in het Arabisch

Mardo: 'Hun verhalen gingen meestal over hoe ze zich met humor en vindingrijkheid staande hielden. Mensen wapenen zich met humor, passen zich aan met humor. Daarom is de film, ondanks het heftige verhaal, vaak ook behoorlijk grappig. Grappig-grimmig. Tragikomisch.'

Het feit dat de film bijna geheel in het Arabisch is, vergroot het gevoel van authenticiteit, al was hun Arabisch, aldus Tobal, 'behoorlijk roestig': beiden spreken de taal uitsluitend thuis. Verrassend genoeg, zeggen ze, beïnvloedde die taal hun spel. Tobal: 'In het Nederlands is de zoektocht naar de drijfveren van mijn personage altijd behoorlijk rationeel, zoals ik dat op de toneelschool heb geleerd. Nu leek het alsof ik intuïtiever te werk kon gaan. De emotie lag dichter onder de oppervlakte. Misschien omdat je dat als kind ook hebt en het Arabisch de taal is van onze jeugd.'

Maar het gebeurde ook dat de taalcoach hem sarcastisch complimenteerde: 'Ja, heel mooi hoor George! Erg ontroerend. Alleen bestaat dat woord helemaal niet.' Dat de voertaal van Jungle Arabisch is, maakt het ook een unieke film van Nederlandse makelij. Zoiets werd nog niet eerder gedaan. Mardo: 'En deze Nederlandse film die bijna geheel Arabisch is gesproken, is nu genomineerd voor twee Kalveren. Dat dát kan, vind ik heel bemoedigend.'

Jungle wordt op 10/11 uitgezonden op NPO 3, om 22.30 uur.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden