Ronald van der Kemp.

Reportage Ronald van der Kemp

Van Amsterdamse modeprijsuitreiking tot Parijse coutureweek: op pad met modeontwerper Ronald van der Kemp

Ronald van der Kemp. Beeld Antoine Doyen

In aanloop (en na afloop) van zijn vijfde Parijse coutureshow volgen we ontwerper Ronald van der Kemp – die en passant ook nog eens een grote modeprijs wint.

Bij Ronald van der Kemp begint het allemaal met stof. Stel je hem voor als een soort stoffenjutter: steeds op zoek naar vergeten  en verloren lappen en rollen. Partijen die in een opslag liggen te verleppen, schatten die in een oud atelier opduiken. Hij gaat naar markten, koopt resten op, kent de kleinste winkeltjes in Parijs. Heeft hij eenmaal een vondst gedaan, omdat hij werd gelokt door de glans, betoverd door de transparantie of juist de royale dikte van een materiaal, dan gaat er in het hoofd van Van der Kemp iets borrelen. Hij bepotelt de stof, houdt hem tegen het licht, legt hem weg en gaat nadenken. 

Want behalve een jutter is Van der Kemp ook een stoffenfluisteraar. Zoals een beeldhouwer naar een stuk marmer of hout kan kijken, zo beziet Van der Kemp textiel. In zijn hoofd komt een lap chiffon tot leven als blouse, wordt zijde een avondjasje en een stapel gebloemde lappen een dansjurk met hupsende franjes. 

Nog even dit: dat Van der Kemp met bestaande stoffen werkt is een heel bewuste keuze. Hij is faliekant tegen verspilling en overproductie en gelooft heilig in hergebruik van bestaande materialen. Dat doet hij nu al vijf jaar en tien collecties lang. 

Back stage bij Ronald Van Der Kemps modeshow in Hotel D'Avaray. Beeld Antoine Doyen

Ook goed om te weten: Van der Kemp (54) is bepaald geen beginner. Vóór hij zijn eigen label RVDK startte, werkte hij jarenlang achter de schermen bij grote internationale modebedrijven. Tot hij tegen de 50 liep en dacht: ik begin voor mezelf, en ik ga doen wat ik goed, mooi en tof vindt. Op een manier die ik ethisch verantwoord vind. Dat was buffelen, maar: niet zonder succes. De modepers is vol lof over zijn kunnen, zijn kleding wordt gedragen en gekocht door wereldberoemde sterren. Onder zijn klanten zijn stijliconen als Céline Dion en Sheikha Moza bint Nasser. Is Van der Kemp nu de gebraden haan? In naam wel, maar in de praktijk werkt hij nog gewoon drie hoog achter (aan de gracht, dat dan weer wel) in Amsterdam, in een atelier met een kleine groep trouwe medewerkers en zijn onmisbare werkpartner Mirjam Bax. 

21 mei, Herengracht Amsterdam, 14.00 uur

Zes weken voor de Parijse coutureweek zijn de stoffen nog grotendeels stoffen. Niet dat Van der Kemps creativiteit nog niet aan het ronken is: wat hij in zijn hoofd heeft zitten, staat al grotendeels op papier. Op A4-vellen heeft hij outfits geschetst die hij bij die stoffen vindt passen. Er komt een korenbloemblauwe operacape die handbeschilderd, bestikt en geborduurd moet worden. Een zwarte broek, die hij wil bedekken met stukjes ruwe schapenvacht. Een roomwitte avondjurk met een metalen riem en een V-vormige punt achter de linkerschouder – echt een Céline Dion-jurk, vindt hij. Het doel: in totaal vijftig stuks schetsen, waar hij voor de show dan zo’n 35 outfits mee kan maken. En hoofddeksels – hij fantaseert over een tulband met oorwarmers, een lampenkapvormige hoed bekleed met zwarte stof met witte steigerende paarden erop. Hij heeft laarzen getekend met schachten van oude Amerikaanse vlaggen – die zijn volop verkrijgbaar op Ebay. ‘Bij veel Amerikaanse begrafenissen moet er zo’n vlag over de kist, en die gaan niet mee het graf in. Zonde om er niks mee te doen, ze zijn enorm fotogeniek.’ Hij dubt nog een beetje wat te doen met een oude quilt, gemaakt van honderden lapjes stof. ‘Ik denk eraan hier een soort ninja-warrior-outfit mee te maken. Dan combineer ik die zachte quilt met zwart lakleer, daar wordt het meteen stoer van’. Komt nog bij dat hij sinds kort bezig is met brillen: excentrieke monturen gesneden uit koeienhoorns, restmateriaal uit de vleesindustrie. Ronald laat ze maken door Ülsje, het merk van Nederlands ontwerper Leo Vanweersch. Sieraden zijn er ook, van keramiek en gehamerd messing. En dan is er zijn stille protest tegen nepbont, dat dan wel milieuvriendelijk lijkt, maar gemaakt is op petroleumbasis. Van der Kemps antwoord: een luipaardprintmanteltje van dikke zijden tubes, gevuld met gerecycled dons.

De korenbloemblauwe operacape. Beeld Imaxtree
Het anti-nepbont-manteltje. Beeld Imaxtree

Een van de meest uitdagende stukken wordt de spaghetti-jurk, vol gekleurde franjes, gemaakt van lange holle slierten dichtgestikte georgettezijde en zijdemousseline. Die stoffen gedragen zich allebei verschillend, de een is een stuk lichter dan de ander, en dat maakt het lastig om ze in een jurk te verwerken. Maar er is nog tijd, en hij heeft vaardige mensen voor zich werken. Dus dat komt goed, heus.

17 juni, Spuistraat Amsterdam, 19.00 uur

In een bomvol zaaltje van het Soho House, omringd door collega’s, dierbaren en pers, krijgt Ronald van der Kemp de Grand Seigneur uitgereikt: de hoogste Nederlandse mode-onderscheiding. De jury eert Van der Kemps expressionistische stijl, het grote respect dat hij heeft voor handwerk, zijn zorgvuldig gebruik van materialen en kritische houding tegenover de dolgedraaide mode-industrie. Ronald is vereerd, beduusd, verlegen zelfs, zo mooi en complimenteus als alles verwoord is in het juryrapport, geschreven door Louki Boin, oud-hoofdredacteur van het legendarische modeblad Avenue.

21 juni, Herengracht Amsterdam, 16.20 uur

Twaalf dagen voor de show is er een doorpassessie. De ingewikkeldste stukken, waar Ronald met zijn neus bovenop moet zitten, zijn in zijn eigen atelier gemaakt. Niet door Van der Kemp zelf, ben je mal. Naaien kán hij helemaal niet. Schetsen wel. Zó goed en duidelijk zelfs dat zijn teamleden aan de schets genoeg hebben om te snappen hoe ze het maken moeten. En tijdens de doorpas is het aan Ronald om te bepalen of dat gelukt is. 

Van der Kemp is een beetje mopperig. Het model dat hij altijd laat passen kon niet vandaag. Het meisje dat haar vervangt is lang en slank, maar heeft nét andere maten, en dan zit couture toch iets minder eh... couture. Het is snikheet in het atelier, en steeds voller, omdat een voor een de freelance coupeurs binnenkomen met hun noeste thuiswerk. Ze komen uit Amsterdam, Almere en Zutphen. Hoe ze heten heeft Van der Kemp liever niet in de krant. Goede coupeurs die de finesses van de couture beheersen zijn zeldzaam – voor je het weet gaat iemand anders achter ze aan. 

De spaghettijurk is zo goed als af, en Ronald is apetrots. Het was een wérk, zegt hij, al die slierten bias cut maken en omkeren, maar kijk toch eens hoe geweldig-ie geworden is. Of de jurk een naam heeft? ‘De carwash-dress!’ lacht Ronalds rechterhand Ailene. De broek met stukken vacht is half af, de broek waarvan hij de stof handbeschreven heeft met teksten uit zijn manifest over ethische mode, en volgetekend met pijlen is verder gevorderd. Één pijl blijkt, stomtoevallig, midden op de gulp te zitten. ‘Kan dat wel?’, wil de coupeur weten. ‘Moet er misschien een stuk leer overheen?’ En zo stapelen de vragen zich op. Welke hoed bij welke outfit? Een strik op de rug of op de heup? Een rode of een witte tailleband? De coupeur uit Zutphen, maker van spektakelstukken en voor deze show de uitvoerder van de bruidsjurk, komt binnen met haar hand in het gips. Gevallen met de fiets, duim gebroken. Kón niet belabberder uitkomen, maar ze doet met de opgezwollen hand wat ze kan – en dat blijkt best veel. Bovendien heeft ze een helper meegenomen. De jurk móét af, en het rokje volgenaaid met tientallen stoffen lelies. Komt goed, heus.

De spaghetti-jurk. Beeld Getty Images
De bruidsjurk. Beeld AFP

3 juli, Rue de Grenelle, Parijs, 13.15 uur

Backstage in Hôtel D’Avaray. Beeld Antoine Doyen

In de backstageruimte in Hôtel D’Avaray, het huis van de Nederlandse ambassadeur, is het een kwartier voor de show opvallend rustig. Bommetjevol, dat wel, maar de sfeer is ogenschijnlijk ontspannen. Negentien modellen zijn er, visagisten, kappers, fotografen, een plukje journalisten, pr-mensen, technici, helpende handen. En Van der Kemp, op het oog kalm. Zijn team en hij zitten hier al dagen. Er moesten modellencastings gehouden worden, gerepeteerd, gestreken en gestoomd in de garage van de ambassadeur. En gedeald met tegenslagen. Het was Van der Kemps idee om de modellen uit het huis te laten lopen, over de binnenplaats waar een deel van het publiek zit, door de hal naar binnen en in de gigantische tuin waar de rest van de gasten zit weer naar buiten. Dwars over het gras, lekker los, alsof ze hier wonen en na een wilde nacht uitgaan weer thuiskomen. Maar niet alle modellen lukt het om op Van der Kemps torenhoge hakken elegant in het gras te lopen. En het zou zonde zijn als het gestrompel zou afleiden van de kleding. Vandaar dat de route is verlegd. En nog wat: de geboekte haarstilist kwam in Connecticut in een storm terecht en kon niet op tijd in Parijs zijn. Er werd halsoverkop een andere geregeld. Je verzint het niet, dit soort dingen. Maar het komt goed. Echt.

Beeld Antoine Doyen
Beeld Antoine Doyen

5 juli, in de buurt van Brussel, 16.05 uur

Van der Kemp is onderweg naar huis, met zijn team, in de auto. Ja, het was zoals hij gehoopt had, zegt hij per telefoon. Ja, hij had kippenvel en voelde tranen opwellen. Want alles klopte als een bus en was precies zoals hij in zijn hoofd had. Vlak na de show was hij wel in een gat gevallen. Juist toen hij dringend behoefte had aan reacties, aan bevestiging, was er een wereldwijde Whatsapp- en Instagramstoring. ‘Ik liep echt met mijn ziel onder de arm. Toen het om 1 uur ’s nachts weer op gang kwam en ik berichtjes kreeg van Marc Jacobs, Katie Grand en Marc Holgate ben ik gretig alles gaan lezen. Tot half 3 ’s nachts.’ De reacties en de recensies waren lovend, jubelend. ‘Die van Women's Wear Daily en Vogue gingen over het duurzame aspect en het vakmanschap. Het is zo heerlijk dat het gezien wordt, ook door de grote internationale modejournalisten, die zeggen: iedereen heeft nu de mond vol van sustainability, maar jij was de pionier, jij doet het al vanaf het begin. Die erkenning, dat respect, dat voelt zooooo ontzettend lekker.’

Beeld Antoine Doyen
Beeld Antoine Doyen

De strenge regels van de haute couture

De Chambre Syndicale de La Haute Couture bestaat sinds 1868 en is gevestigd in Parijs. Voorwaarde om hierbij te horen als officieel couturehuis is een atelier waar klanten meer dan eens kunnen passen, met vijftien voltijdse coupeurs en twintig voltijdse technische krachten in een werkplaats. Tijdens de coutureweken in januari en juli moeten er minsten vijftig originele ontwerpen getoond worden. Van der Kemp is, evenals Iris van Herpen, guest member. Viktor & Rolf zijn correspondent member.

LEES MEER OVER DE HAUTE COUTURE ZOALS GEZIEN BIJ IRIS VAN HERPEN, VIKTOR & ROLF EN RONALD VAN DER KEMP

Wat is er interessant aan haute couture in Parijs als je niet superrijk bent? Nou, meer dan je in eerste instantie denkt. Kijk maar naar wat de Nederlandse topontwerpers presenteren.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden