Interview

Van alles veel, dat is het eigenzinnige merk Maison the Faux

Van alles veel, dat is de kracht van het eigenzinnige merk Maison the Faux. Met hun opvallende show waren de drie jonge ontwerpers vorig jaar spraakmakend op de Amsterdam Fashion Week. Nu staan zij er weer.

Vanaf links: Joris Suk, Tessa de Boer en Hans Hutting. Beeld Mariska Kerpel

Anderhalve week voor de show wordt er ijverig gewerkt in het atelier van Maison the Faux, een lichte ruimte in een morsig kantoorpand in het centrum van Arnhem. Maison the Faux is een initiatief van Joris Suk (27), Tessa de Boer (24) en Hans Hutting (24), die samen hebben gestudeerd aan modeacademie ArtEZ in Arnhem, de opleiding die ook succesvolle ontwerpers als Viktor & Rolf, Iris van Herpen en Alexander van Slobbe heeft voortgebracht.

Vandaag dragen de ontwerpers een joggingpak. Maar voor De Boer dan wel in combinatie met torenhoge hakken, een dikke laag mascara en blauwe oogschaduw. Want alleen een grijs joggingpak, dat is niets voor Maison the Faux. Suk laat enthousiast een rol metallic rood leer zien die hij eerder in de week op de kop heeft getikt. Dat was precies wat ze zochten.

Niemand hoeft het drietal te vertellen dat een beetje hysterie het over het algemeen goed doet op de catwalk. Ze doen nu voor de derde keer mee aan de Amsterdamse modeweek en zo langzamerhand beginnen ze een stevige eigen merknaam op te bouwen. Een jaar geleden gaven ze een presentatie tijdens de openingsavond waarbij modellen op leeftijd in gescheurde jeans en korte glittertops verschenen; die show was de rest van de avond onderwerp van gesprek.

Een half jaar geleden presenteerden ze hun collectie in een decor met een vijver en schreeuwden drie bijna naakte achtergrondzangeressen meer dan dat ze zongen. De modellen - mannen en vrouwen, want hun mode is uniseks - droegen vrolijke hippiemode met veel laagjes, kleur en handwerk, en veel sieraden en make-up. Van alles veel. Dat is typerend voor het werk van Maison the Faux.

Blijvertje?

De vraag of Amsterdam Fashion Week een blijvertje is, wordt steeds actueler. Begin vorige week maakte initiatiefnemer Bart Maussen in Quote bekend dat de organisatie overweegt het evenement te verplaatsen naar een andere stad of om er zelfs helemaal mee te stoppen. De reden? Het feit dat de modeweek geen structurele steun krijgt van de gemeente Amsterdam. Bovendien wordt volgens Maussen Nederlands talent de laatste tijd steeds vaker weggekocht door buitenlandse modeweken die volgens hem wél subsidie krijgen. Parijs, Londen en Milaan dan niet meegerekend, want Nederlandse ontwerpers die daar presenteren doen dat steevast op eigen kosten. In de komende weken zal blijken of Maussen serieus van plan is te vertrekken of te stoppen, of dat zijn uitspraak niet meer is dan een dreigement richting de gemeente Amsterdam.

Beeld Luka Karssenberg

De kracht van deze ontwerpers is dat ze zich weinig aantrekken van het heersende modebeeld en er hun eigen opvattingen op nahouden. Aan de ene kant is het opmerkelijk dat er zo enthousiast wordt gereageerd op hun theatrale modebeeld. Dit is kleding die maar heel weinig mensen durven dragen, zeker in Nederland. Aan de andere kant is de aandacht vrij gemakkelijk te verklaren. Want niet alle shows op het catwalkprogramma van de Amsterdam Fashion Week zijn even inspirerend, en bovendien zijn de meeste mensen in de mode altijd op zoek naar de next big thing.

Maar goed, showen is één ding. Zolang een show, hoe geweldig en spraakmakend die ook is, naderhand geen enkele vorm van verkoop oplevert, is het een nutteloze en kostbare exercitie. Nu komt het showen-om-het-showen steeds minder voor in Nederland, onder meer door de bezuinigingen op cultuursubsidies. Ondertussen lijkt ook het besef dat het helemaal niet zo makkelijk is om een eigen merk uit de grond te stampen steeds meer door te dringen onder net afgestudeerde modeontwerpers.

Voorlopig verdient Maison The Faux nog niet zoveel aan de verkoop van hun eigen kleding. Buiten Hans Deemoed en Geert de Rooij, van modemerk The People of the Labyrinths, is nog geen Nederlandse inkoper opgestaan die brood ziet in de mode van Maison the Faux. In Nederland is hun kleding alleen te koop in de winkel van The People of the Labyrinths in Amsterdam. Zoals de meeste beginnende ontwerpers hebben ze een bijbaan. 'Ja, het is karig. Maar anders zouden we nu voor een hongerloontje stage lopen bij een groot bedrijf in Parijs. Dan zitten we liever hier. Hier kunnen we alles zelf bepalen', zegt Suk. 'Natuurlijk doen we dit wel met de gedachte dat we er op termijn een boterham mee kunnen verdienen. Maar ik vind het moeilijk om te zeggen wat voor vorm ons merk gaat aannemen. We zijn broekies, we kunnen nog alle kanten op. En we houden niet zo van binnen de lijntjes kleuren. Misschien wordt Maison the Faux wel een conceptbureau dat af en toe een eigen collectie uitbrengt', zegt De Boer.

Beeld Luka Karssenberg

'Gespreid bedje'

De presentaties tijdens de Amsterdamse modeweek zien de ontwerpers als een oefening. 'Amsterdam Fashion Week is een ideaal platform om te beginnen: het is een gespreid bedje. We leren er veel over de opzet van een show én we houden er professionele catwalkfoto's aan over', zegt De Boer.

De ontwerpers houden het niet alleen bij presentaties in Amsterdam. Kort na hun afstuderen, in juli 2013, huurden ze een bus waarmee ze naar Parijs reden. Daar gaven ze bij de ingang van een aantal grote modeshows korte 'guerrillashows'. Een half jaar geleden regelden ze met een paar bevriende ontwerpers een showroom in Parijs; onder de naam Sauce Hollandaise presenteerden ze zich daar aan het internationale modepubliek. Dat leverde wél wat op. De inkopers van V-Files, een toonaangevende winkel in New York, bestelden meteen een aantal stuks uit de collectie. Die hangen nu in de rekken tussen ontwerpen van bekende merknamen als Maison Margiela, Moschino en Walter Van Beirendonck. Suk: 'Daar doen we het voor. Het gaat erom dat genoeg mensen onze kleding willen dragen. Het hoeven er echt niet heel veel te zijn en we verwachten ook niet dat iemand meteen een complete outfit van ons merk aantrekt. Je kunt ook gewoon een bijzondere handgemaakte trui van Maison the Faux combineren met je eigen spijkerbroek.'

Het catwalkprogramma van Amsterdam Fashion Week begint donderdag 22/1; Maison the Faux geeft een show op zaterdag 24/1.

Beeld Luka Karssenberg



Vijf jonge Nederlandse mode-ontwerpers

1 Het is de eerste keer dat Liselore Frowijn (23) zelfstandig een modeshow geeft tijdens Amsterdam Fashion Week, maar in de modewereld geldt ze al sinds haar afstuderen in 2013 (cum laude aan ArtEZ) als een belofte. Haar kleding is nog niet te koop, maar ze werkte eerder freelance voor Vlisco in Helmond en nu voor Mantero in Milaan, twee stoffenfabrikanten. In haar eigen werk combineert ze elementen uit de sport, denk aan lycra, met klassieke luxe elementen zoals borduursels. Ze houdt van felle kleuren en bijzondere materialen; haar kleding is vaak uitbundig. Met haar afstudeercollectie won ze de Frans Molenaar-prijs. In april vorig jaar won ze een prijs tijdens het prestigieuze modefestival in Hyères. Begin maart geeft ze buiten het officiële schema om een eigen show tijdens de modeweek in Parijs.

2 Tijdens haar studie liep Barbara van Langendijk (26) stage bij Walter Van Beirendonck in Antwerpen en later bij Proenza Schouler in New York. Langendijk heeft een fascinatie voor het Japanse silhouet, dat een stuk rechter is dan het klassieke Westerse zandlopersilhouet. De kleding uit haar afstudeercollectie, die geïnspireerd was op kimono's, hield ze zo veel mogelijk op de plaats met zelf ontworpen spelden en klemmen in plaats van met gestikte naden. De collectie die ze vrijdagmiddag laat zien is gebaseerd op de Japanse traditie van het rollen van textiel. Dat wil zeggen dat ze, waar dat mogelijk is stof heeft gerold, in plaats van gestikt. Met haar werk heeft ze al een vermelding in het toonaangevende Engelse designtijdschrift Wallpaper gehaald.

3 Camiel Fortgens (23) heeft geen klassieke modeopleiding gevolgd, maar maakt als sinds zijn 14de zelf kleding. Hij studeerde afgelopen zomer af aan de Design Academy in Eindhoven met een mannenmodecollectie die was gebaseerd op herkenbare kledingstukken en vormen. Denk aan een stijve donkerblauwe spijkerbroek, een stugge jas van zware vilt en een simpel T-shirt van verstevigde jersey. Voor Fortgens is zijn collectie meer dan een paar kleren: het is zijn manier om commentaar te geven op zijn generatie, die hij de cut-copy-pastegeneratie noemt omdat ze alles van internet bij elkaar plukken. Ook hun modebeeld. Aanstaande maandag debuteert hij met een flink uitgebreide versie van zijn afstudeercollectie.

4 Philip Schueller (30) en Rens de Waal (31) van Schueller de Waal leerden elkaar kennen bij Hugo Boss in Stuttgart. Een jaar geleden zegden ze hun baan op en vertrokken naar Amsterdam om daar als duo hun eigen ideeën te ontwikkelen. In oktober presenteerden ze hun eerste collectie tijdens de modeweek in Parijs, samen met Maison the Faux. De humor en persoonlijkheid die ze bij Hugo Boss misten, proberen ze in hun eigen werk te leggen. Dat levert bijvoorbeeld een opvallende cocktailjurk op; uitgevoerd in zwart, wit en mintgroen en afgewerkt met uitvergrote ruches en plexiglas. Het is een jurk die de draak lijkt te steken met klassieke cocktailjurken en op het randje balanceert van smaak en wansmaak. Typisch Schueller en De Waal, ze zoeken graag de grenzen op nu ze daarvoor de ruimte hebben.

5 Lisa Konno (22) studeerde vorig jaar zomer af aan modeacademie ArtEZ in Arnhem met een collectie die ze had gemaakt van oude kledingstukken, die uit elkaar waren gehaald en opnieuw in elkaar gezet. Sindsdien heeft ze zich vastgebeten in het recyclen van mode zonder dat daaraan een geitenwollensokkensfeer kleeft. Het bekendst is ze van haar truien, die gebreid zijn van restmateriaal, en volumineuze knielange rokken, ook gemaakt van oude spullen. Haar kleding hangt nog nergens, maar ze hoopt dat haar nieuwe collectie For the Workers, waarmee ze vanavond debuteert, straks wel te krijgen is. Ze omschrijft die collectie als een eerbetoon aan alle mensen die in de kledingindustrie werken, maar niet zichtbaar zijn. Oftewel: alle arbeiders en naaisters in fabrieken in het buitenland.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden