'Valt hier voor mij nog iets te doen?'

Jan Raes..

AMSTERDAM Het Koninklijk Concertgebouworkest bezet volgens een poll onder internationale muziekcritici de eerste plaats in ’s wereld orkestenlandschap. De samenwerking met chef-dirigent Mariss Jansons wordt als ideaal bestempeld. De zalen zijn doorgaans uitverkocht. De KCO-cd’s op eigen label verkopen vaak beter dan die van grote maatschappijen. Minister Plasterk van Cultuur honoreerde de ‘internationale excellentie’ van het KCO met extra middelen voor salarisverhoging.

Kortom: ‘Valt hier voor mij nog iets te doen?’ Dat was de opwelling die Jan Raes ontglipte, toen het bestuur van het KCO hem 1 december tijdens een repetitiepauze aan de musici voorstelde als opvolger van de vertrekkende directeur Jan-Willem Loot. ‘Een emotioneel moment. Dat ik hier als niet-Nederlander zit, geeft een apart gevoel.’

De Vlaming Jan Raes (49) was fluitist in Belgische symfonieorkesten en bij de Opera van Brussel, tot hij ‘stommelings’ als docent op een beleidsstoel terecht kwam van het Antwerps Conservatorium, dat in de jaren negentig vermalen dreigde te worden in een megafusie van Vlaamse hogescholen.

Tot 2004 was Raes directeur van deFilharmonie, het orkest in Antwerpen waar Jaap van Zweden nu de scepter zwaait als chef-dirigent. Crises vormden, zeker tot Raes’ aantreden, een ijzeren traditie binnen de Antwerpse orkestcultuur.

In Rotterdam werd Raes in 2004 directeur van het Rotterdams Philharmonisch Orkest, dat met zichzelf overhoop lag, en waar Valeri Gergjev fungeerde als in- en uitvliegend chef. Raes wist de relatie met de Petersburger te consolideren, haalde banden aan met Rotterdamse bestuurders en bedrijven, zag het abonnementental toenemen en zag dat zijn grootste waagstuk, het aanstellen van de jonge Canadees Yannick Nézet-Séguin als chef, allergunstigst uitpakte.

Bij het KCO voelt Raes ‘geen crisis’. Dat was even wennen. Hij ervaart ‘rustiger vaarwater’. Zo bezwoer hij, improviserend op het podium tegenover honderd pauzerende KCO-musici: ‘Niemand heeft belang bij een methode-Jan Raes. Ik pas mijn methoden aan aan de situatie die ik aantref.’

Ditmaal dus geen 120 spoedgesprekken met stafleden en musici. Allerlei gremia in en rond het orkest – de artistieke commissie, de vereniging van orkestleden, afdelingshoofden, donateurs, de Vriendenvereniging – hebben zich op Raes’ verzoek gebogen over de KCO-toekomst. De analyses werden deze week uitgewisseld tijdens een ontmoeting in het Amsterdamse Stadsarchief (dat dirigentencontracten en andere historische documenten van het KCO bewaart; Raes kreeg er ‘kippevel’ van), en bleken te congrueren met ‘lijnen’ die Raes wil uitzetten.

Omdat zelfs ’s werelds topdirigenten niet onsterfelijk zijn, moet er gewerkt worden aan een verjonging van de KCO-dirigentenlijst, vindt Raes – die dat in Rotterdam aanpakte met jongeren als Nézet-Séguin, de Fransman Morlot en de Venezolaan Dudamel. ‘Het betekent niet dat die allemaal naar het KCO komen. Daar gaan ook anderen over. Dit orkest heeft niet zomaar ‘connectie’ met iedere dirigent. Sommige dirigenten zijn bang naar het KCO te komen, en hebben me dat in de afgelopen weken laten weten, met woorden als: wacht liever nog een jaar of vijf.’

Tegelijk met die verjonging, denkt Raes, moet een geleidelijke, ‘homeopathische’ uitbreiding van het repertoire mogelijk zijn in de traditionele concertseries. Verder de 20ste eeuw in, onder meer. De daartoe van oudsher aangewezen A-serie met nieuw en 20ste-eeuws werk wordt ingesnoerd van acht naar zes programma’s.

‘Dat was voor mijn komst al besloten. Het is echt een verlieslatende reeks, niet vol te houden. Maar we gaan hem verdiepen. En er niet verder in schrappen. Wel belangrijker maken door parallelle projecten in de stad, en door samenwerking met musea en andere instellingen.’ Dat zal ook de ‘aanraakbaarheid’ van het KCO ten goede komen, denkt Raes. ‘Onze sterspelers moeten niet op elke straathoek gaan spelen. Maar ik geloof heilig in initiatie in de kunst, ook voor volwassenen.’

Zelf wil Raes de ‘aanraakbaarheid’ in praktijk brengen door inleidingen te geven aan speciale gasten. ‘In het verlengde van de sponsoring zie ik een bestendigende, educatieve taak. Toplieden willen ook graag weten wat er speciaal is aan Stravinsky.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden