Vallende ziekte 1

Getekende beschermengelen

Hovius Ranne

'Ik heb een enorme woede in me die ik beheers door voortdurend te tekenen', zegt David Beauchard bij een van de tekeningen in Vallende ziekte 1. Hij is, op die tekening, nog maar een kleine jongen. Een jongen die op dat moment Pierre-François heet en met zijn oudere broer Jean-Christophe, zijn jongere zusje Florence en hun ouders, die beiden tekenleraar zijn, in Orléans woont. Een gelukkig en gewoon gezin, tot op een dag in 1964 alles verandert: Jean-Christophe begint tijdens het spelen plotseling met zijn ogen te draaien, het speeksel loopt uit zijn mond, hij verliest de controle over zijn ledematen en hij valt, buiten bewustzijn, op de grond.

Hij heeft epilepsie, vallende ziekte. Aanvankelijk een incidentele aanval, maar al snel zo'n drie aanvallen per dag. Het gezinsleven komt in de daaropvolgende jaren volledig in het teken te staan van de bestrijding van deze ontwrichtende ziekte.

Pierre-François, die zich later David gaat noemen, is vijf jaar oud als 'de grote rondgang langs de dokters' van zijn broer begint. Die rondgang beperkt zich niet tot de zieke zoon maar heeft ook verregaande consequenties voor David en Florence. Wanneer de reguliere geneeskunde niet veel meer dan een uiterst riskante operatie weet te verzinnen, slepen de ouders het hele gezin mee naar alles wat de jaren zestig en zeventig aan heil te bieden hebben: van antipsychiatrie naar macrobiotische communes, van Swedenborgiaanse spiritisten naar helderziende magnetiseurs, van de ene dolgedraaide goeroe naar de andere.

Het resulteert uiteraard allemaal niet in de genezing van de oudste zoon, maar wel in een vernauwing van de wereld tot een beangstigend universum voor de drie kinderen. Florence doet een zelfmoordpoging door alle resterende, ooit uitgeprobeerde medicijnen van haar broer te slikken. David ontsnapt in een getekende fantasiewereld van geesten, strijders en heldendaden. 'Al die krijgers en soldaten die jij tekent', zegt zijn moeder terecht, 'dat zijn je beschermengelen.'

David Beauchard heeft van tekenen zijn beroep gemaakt. Als striptekenaar - onder de naam David B. - had hij al ruimschoots zijn sporen verdiend toen hij in 1996 begon aan het als zijn meesterwerk beschouwde en met prijzen bekroonde L'Ascension du Haut Mal - een zesdelige autobiografie die hij in 2003 voltooide. De eerste drie delen zijn nu in het Nederlands vertaald en samengevoegd in Vallende ziekte 1. De tweede helft volgt in het voorjaar van 2007.

Schrijven over doorstaan leed is in deze tijd nauwelijks meer verrassend. Dat doen in de vorm van een beeldverhaal voegt daar een tot dusver ongekende dimensie aan toe. Met expressieve, doeltreffende en soms erg geestige zwart-wittekeningen voert David B. zijn lezers mee in de fantasierijke geest van een opgroeiende jongen die overeind probeert te blijven in een onbegrijpelijke wereld waarin hij het goeddeels op eigen kracht moet zien te rooien.

Hij heeft daarmee een boek gemaakt dat ook de moeite waard is voor degenen die het lezen van strips al jaren geleden achter zich hebben gelaten.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden