Val dood

Het nieuwe jaar bracht voor veel literaire tijdschriften een komen en gaan van redacteuren. Maarten Doorman verliet het Hollands Maandblad, Huub Beurskens maakte bij De Gids plaats voor Monica Soeting, en Tirade mocht zich verheugen op de komst van dichter Erik Menkveld....

Nieuwe poëzie van Willem Jan Otten gaf aanleiding tot het woord dat bij wijze van titel verticaal op het omslag staat: VAL. Het woord komt uit een gedicht dat handelt over een dobbelsteen die 'steeds,/ als hij gerammeld werd, de geest' krijgt en zodoende tot inzicht komt: 'Al heb ik niet te willen welke zijde/ van mij boven komt: ik ben ik en val.' In de slotregels richt de dobbelsteen zich tot zijn werper: 'U bent U/ en wat te werpen valt./ Dat U leze, werper, mijn getal.'

Het gedicht gaat over onmacht en afhankelijkheid. Het kan in die zin worden gelezen als een poëticale verwoording van Het wonder van de losse olifanten, Ottens inmiddels breed besproken rede over zijn bekering tot het rooms-katholicisme.

Op deze rede schreef de godsdiensthistorica Carola Kloos een fel antwoord dat in Tirade voorafgaat aan Ottens poëzie. Net als Otten kent Kloos zowel het ongeloof als het geloof, alleen bewandelde zij de omgekeerde weg, van belijdend christen tot 'overtuigd ongelovig'. Net als Otten hanteert zij het woord 'val', zij het in de nogal grove bewoordingen van 'val dood'. Niet dat Kloos de door haar gewaardeerde dichter en romanschrijver vroegtijdig van deze aardbol af wil hebben, wel is zij meermalen oprecht kwaad op de bekeerling Otten. Zeker als deze zijn ongelovige tegenstanders verwijt 'triomfantelijk en onbedaarlijk zeker' te zijn over het ontbreken van een mogelijk leven na de dood.

Kloos stelt ook dat Otten zich enkel met vormen en rituelen bezighoudt en zich nergens echt uitspreekt over de inhoud van zijn geloof: 'Wat hij beaamt zijn symbolen, die hij door een psychologische krachttoer een eigen leven heeft ingeblazen, maar onder het uitspreken van zijn verdedigingsrede loopt het leven er alweer uit weg. De inquisitie zou er korte metten mee maken.'

Stevige taal, en de vraag is of Kloos op alle punten gelijk heeft, maar zeker is wel dat haar artikel een van de eerste stukken is die werkelijk ingaat op de rede van Otten.

Het 'val dood' van Kloos wordt in deze Tirade niet door Otten beantwoord maar wel door beeldend kunstenaar Luuk Wilmering. Op een uitklapbare pagina is te zien hoe hij doodgemoedereerd van een vensterbank stapt, zijn rechtervoet reeds in het grijze niets. Redacteur George Moormann schreef een inleiding bij deze fotografische 'valdroom' en citeert zeer toepasselijk Gerrit Komrij: 'Maar geen mens, helaas,/ Heeft je nog gezegd: Val dood. Oh ongeduld. . .'

De foto van Wilmering oogt dramatisch maar wordt toch overtroffen door de foto van het ongeluk op 14 juni 1969 waarbij de dichter en fervent motorrijder Jan Hanlo dodelijk gewond raakte. In een liefdevol artikel beschrijft Peter van Lier deze tragische valpartij en geeft hij zijn interpretatie van de driehoek 'het kind, de motor en de literatuur' die als 'werelden van volmaaktheid' Hanlo's leven en sterven bepaalden.

Toeval of niet, deze keer lijken alle artikelen in Tirade naar elkaar te verwijzen.

Het is een plezier dit nummer van A tot Z uit te lezen. Alleen het proza stelt wat teleur, maar dat is een probleem waar momenteel meer literaire tijdschriften mee kampen.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden