Vagebond in de literaire onderwereld

SINDS DE JAREN zeventig bestaat, zowel in Nederland als daarbuiten, een levendige belangstelling voor de 'literaire onderwereld' van vroegere eeuwen....

Weyerman was een gevierd man in de stedelijke koffiehuizen en bodega's aan het begin van de achttiende eeuw. Hij mocht dan wijd en zijd te boek staan als een schuinsmarcheerder en door zijn weinig verheffende levenswandel in het gevang eindigen, als satirisch schrijver was hij onovertroffen. In zijn geschriften paarde hij een superieure stijl en een ongenadige spotlust aan een scherp gevoel voor de zwakheden van zijn medeburgers.

In minder conformistische kringen oogstte Weyerman daarmee bewondering, maar daarbuiten wekte zijn optreden vooral afkeer, opschudding en vrees. Waarom zijn publicaties zulke heftige reacties teweegbrachten, is drie eeuwen later niet altijd even makkelijk vast te stellen en na te voelen.

Aan de toegankelijkheid van het materiaal ligt dit niet, want inmiddels is zijn werk voor een belangrijk deel in herdruk beschikbaar. Jaren geleden al verscheen een heruitgave van De Rotterdamsche Hermes (1720), Weyermans eerste satirische weekblad, waarvan de politieke en culturele achtergronden kort geleden nog in een vuistdikke studie werden beschreven. Onlangs verscheen een rijk becommentarieerde herdruk van een aantal afleveringen van zijn tweede tijdschrift, Den Amsterdamschen Hermes (1722). Wie de oorspronkelijke tekst ter hand neemt, zal bemerken dat zelfs een vloed van commentaren en voetnoten niet kan verhinderen dat de scherpte en dubbelzinnigheden - en daarmee de pointe - nauwelijks meer te voelen zijn. Weyermans verhalen, afwisselend geschreven in de geest van Fontaine, Jonathan Swift of de klassieken, zijn doortrokken van verwijzingen naar de mythologie van de Oudheid, theologische kwesties en historische personen en gebeurtenissen waarvan de betekenis de meeste hedendaagse lezers geheel of gedeeltelijk vreemd is.

Niet alle onderdelen van Den Amsterdamschen Hermes zijn zo moeilijk doordringbaar. Een groot deel van het blad wordt in beslag genomen door 'commentaren': onder kopjes als 'De Kanselery der Coffyhuis-Staatkundige' of 'Historisch uyttreksel van de Republyk der Leeggangers' maakte Weyerman karikaturen van de krantenberichten over vooraanstaande persoonlijkheden en vooral internationale politieke en dynastieke verwikkelingen. Een geliefd doelwit van zijn spot was de katholieke kerk, ergens aangeduid als 'Babels geblankette snol'.

Toen Weyerman zijn eerste pennenvruchten het licht deed zien, genoot het satirisch nieuwscommentaar als genre een grote populariteit. Dat was vooral te danken aan het pionierswerk van Hendrik Doedijns, telg uit een Haagse advocatenfamilie, die in 1697 met geld uit een erfenis een eigen tijdschrift had opgericht, De Haegse Mercurius. Ook dit blad is onlangs gedeeltelijk herdrukt, in een even onaantrekkelijke vormgeving, maar met een gedegen inleiding van de hand van de literatuurhistorica Rietje van Vliet.

Doedijns' Mercurius, die tweemaal per week verscheen en het twee jaar zou volhouden, kan beschouwd worden als het eerste volwaardige satirische blad in het Nederlandse taalgebied. Over politiek en religie mocht het blad niet schrijven, maar Doedijns wist zijn lezers niettemin uitvoerig te berichten over het doen en laten in glamourland, de internationale politiek en adellijke slaapvertrekken. Zijn vertrekpunt lag meestal in een krantenbericht, waaraan hij, als een geboren columnist, met grote souplesse een draai wist te geven om er vervolgens een zelfstandige beschouwing aan op te hangen. Aan stof had hij geen gebrek: de Republiek was nog altijd het belangrijkste perscentrum van Europa.

Doedijns wilde, naar eigen zeggen, het menselijk feilen aan de kaak stellen 'sonder de braven luyden van eenige Professie te chagrineren'. Zijn uitgangspunt was moralistisch, maar tegelijk hoopte hij met zijn ironische en vaak lichtvoetige beschouwingen 'de zware, taaie en stroperige humeuren vloeibaar te maken'. Door zijn scherpe pen en zijn moderne, vrijzinnige opvattingen groeide hij echter al snel uit tot een omstreden figuur. Het plotselinge einde van het blad was dan ook waarschijnlijk het gevolg van overheidsingrijpen.

Zo goed als Den Amsterdamschen Hermes is De Haegse Mercurius meer dan een interessante en amusante tijdspiegel. Het tijdschrift markeert niet alleen een belangrijke fase in de ontwikkeling van journalistieke stijlen, maar moet bovendien worden beschouwd als een vroege exponent van de Verlichting in Nederland. De Mercurius was meer dan het 'vunzige blaadje' waarvoor het in de geschiedschrijving lang is doorgegaan, en in die constatering ligt tegelijk de waarde van deze heruitgave besloten.

Frank van Vree

Jacob Campo Weyerman: Den Amsterdamschen Hermes I (1722), no. 1-8.

Ingeleid en verzorgd door R. Hoogma en M. Ruthenkolk.

Astraea, Leiden; 238 pagina's; ¿ 39,95.

ISBN 90 75179 08 1.

Hendrik Doedijns: De Haegse Mercurius (9 augustus 1697 - 1 februari 1698).

Ingeleid en uitgegeven door R. van Vliet.

Astraea, Leiden; 328 pagina's; ¿ 39,95.

ISBN 90 75179 06 5.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden