Vage sfeerfilms maken kunnen we allemaal

Het lijkt allemaal op wat er in de jaren zeventig werd gemaakt. En niemand die weet hoe je gewoon een goed verhaal vertelt....

Dick Maas (1951): 'Iedere keer als ik een film heb gemaakt denk ik: "Deze is zo goed, hier valt helemaal niets op aan te merken". En dan krijg je toch weer reacties die je niet verwacht. Tot nu toe kon ik me verschuilen achter het gebrek aan middelen of achter de acteurs. Na deze film niet meer. Ik had het geld en de acteurs. En met de stunts zat ik al aan een soort top. Dit is wat ik kan, en als het weer niet goed is, dan wordt het ook niet beter.'

Do not disturb heet de nieuwe film van Maas. Een internationale thriller die zich afspeelt in Nederland. Een Amerikaans gezin komt naar Amsterdam omdat de vader (William Hurt) er voor zaken moet zijn. Dochter - die niet kan spreken - raakt verdwaald in hotel l'Europe en is getuige van een moord, waarna zij door de hele stad wordt nagezeten.

12 miljoen gulden heeft de met veel stuntwerk gelardeerde film gekost. Maas maakte hem bijna geheel met Engelstalige acteurs. Voor Nederlanders zijn enkel een paar gastrolletjes weggelegd, en die moesten nagenoeg allemaal worden nagesynchroniseerd. 'Ik vind de Engelse taal veel geschikter voor films', zegt hij. 'Vooral omdat ik het soort films maak dat al heel Amerikaans aandoet. Ik schrijf mijn scripts ook direct in het Engels. Daarbij, mijn films werden tot nu toe heel leuk aan het buitenland verkocht en alle landen synchroniseerden ze vervolgens na. Maar in Amerika kom je op die manier nooit echt binnen, omdat ze er een hekel hebben aan nagesynchroniseerde films. Die worden meteen het art-house circuit ingedrukt. Amsterdamned heeft het daar goed gedaan voor een nagesynchroniseerde film. Maar die kwam ook niet verder dan de 21ste plaats van de Variety Top 100. Ik wilde daar vanaf. Daar mag het niet meer aan liggen.'

Komt bij dat hij de kwaliteit van Nederlandse acteurs aanmerkelijk minder hoog acht. 'William Hurt en Jennifer Tilly - die de rol van de moeder speelt - zijn zo gefocust, dat vind je nauwelijks in Nederland. Met Nederlandse acteurs heb ik vaak meegemaakt dat ze op de set komen zonder hun tekst te kennen. Zij denken die gaandeweg wel even te kunnen leren. Hier een goede taxichauffeur vinden, is geen probleem, maar een leading man? Coen van Vrijberghe de Coningh vond ik heel goed, en Monique van de Ven en Renée Soutendijk zijn goed, maar zij komen nu in een andere generatie terecht. Een Nederlandse Cameron Diaz? Een Nederlandse Tom Cruise? Die zijn er niet.'

De casting voor Do not disturb was overigens nog steeds een probleem. De eerste die werd gecontracteerd was het meisje Melissa, gespeeld door Francesca Brown. Bij haar moest vervolgens een passende vader gevonden worden - Hurt, die echter een maand voor de opnamen afzegde wegens privé-problemen. 'We konden de opnamen niet stilzetten en zijn begonnen met de scènes waar William niet in zit. En we hadden ook nog steeds geen moeder, want zij moest bij de mannelijke hoofdrolspeler passen. In november zijn we begonnen en halverwege december werd duidelijk dat William toch kon. Toen konden we Jennifer Tilly pas boeken. We hadden iemand nodig met donker haar - het meisje is donker en William niet, dus er moest een donkerharige vrouw bij. Zij was de tweede op de lijst die geschikt en available was. Maar het was een lijdensweg. Er zijn momenten geweest waarop we dachten: laten we dan in godsnaam maar Nederlanders nemen.'

Als middelbare scholier schreef Dick Maas verhalen, fotografeerde hij, tekende hij strips, maakte hij muziek en bedacht hij toneelstukken. 'En op een gegeven moment dacht ik: "Goh, al die dingen komen samen in film".' Dat wil zeggen: in zijn geval. De regisseur schrijft altijd zijn eigen scripts en heeft bij al zijn films de muziek verzorgd.

Voor de Film Academie, waar hij in 1977 cum laude afstudeerde, werd hij tot tweemaal toe afgewezen. 'Ze vonden dat ik een lusteloze indruk maakte. Nou ja, waarschijnlijk zie ik er nog steeds lusteloos uit als je me niet kent.' Niet dat Maas altijd hard zijn best doet die indruk weg te nemen. Zo zei hij vorig jaar, toen hij en zakenpartner Laurens Geels tot hoofdgasten van het Nederlands Filmfestival werden gebombardeerd: 'Ze konden misschien niemand anders vinden.'

Maas' eerste bioscoop film was De lift, een internationaal succesvolle thriller - ondanks het beperkte budget van 700.000 gulden - over een lift met kuren. Drie jaar later, in 1986, volgde de comedy Flodder, inmiddels geproduceerd door Maas' eigen productiemaatschappij First Floor Fea tures, die hij oprichtte met producent Geels - voorheen zakelijk leider van theatergezelschap Hauser Orkater. Flodder had het voor die tijd enorme budget van 4 miljoen gulden. Hij trok het eveneens zeer grote bezoekersaantal van 2.3 miljoen. First Floor was ook de producent van Abel van Alex van Warmerdam, die in 1986 Gouden Kalveren won voor Beste Film en Beste Kritiek. De thriller Amsterdamned (1988), Maas' derde eigen bios coopfilm, is dankzij de uitgebreide internationale distributie zijn winstgevendste film tot nu toe.

De eerste twee Engelstalige films die onder productie van Maas en Geels werden gemaakt, Wings of fame van Otakar Votocak en The last island van Marleen Gorris, werden echter beide geen succes. 'Het waren heel dure films', zegt Maas. 'Vooral Wings of fame: die kostte 12 miljoen gulden en dat was zeker tien jaar geleden heel veel geld. Maar de films zijn allebei niet geworden wat ik ervan had gehoopt. Het script van Marleen had nog iets lichts, maar daarvan was in de film niets terug te vinden. Die is loodzwaar en dat vrouwenemancipatiegedoe in het verhaal wordt je enorm door de strot gedouwd. Wings of fame had eigenlijk hetzelfde manco: te dramatisch en veel te traag.'

Ook de Nederlandstalige films die daarop volgden, Oh boy! van Orlow Seunke en My blue heaven van Ronald Beers, deden niet veel.

Precies op het goede moment kwamen Van Warmerdams De noorderlingen (weer twee Gouden Kalveren plus een aantal internationale onderscheidingen), Flodder in Amerika, Flodder 3 en de Flodder tv-series (die niet geheel door Dick Maas werden geregisseerd). Lang leve de koningin!, een jeugdfilm van Maas' vrouw Esmé Lammers kreeg in 1995 een Gouden Kalf en vorig jaar won een fff-productie een Oscar met Karakter van Mike van Diem. Het was voor William Hurt reden om mee te werken aan Do not disturb. De jeugdfilm Rode zwaan van Martin Lagestee, die nu in de bioscoop draait, zal voorlopig het laatste Nederlands talige project zijn van First Floor.

In 1991 startte het meest prestigieuze project van Maas en Geels: de First Floor Film Factory, een enorme filmstudio in Almere met een hoogte van 15 en een vloeroppervlakte van bijna 3000 meter. Bestemd voor eigen producties, maar vooral ook voor derden.

Vorig jaar werd de studio overgedaan aan het nob. First Floor is recent ook vertrokken als huurder. De tien vaste medewerkers zitten sinds een paar weken in Amsterdam, op een sobere etage van de voormalige Stork-fabrieken in Amsterdam-Oost.

ffff bleek niet de bezetting te krijgen waar Geels en Maas op hadden gehoopt. De verwachte Amerikaanse producties zochten hun heil liever in het goedkopere Oost-Europa - en ook Nederlandse filmers wisten de weg naar de studio niet te vinden.

Maas: 'Nederlandse filmers bleven gewoon in loodsen en op locatie zitten. Ze hebben geen geld over voor een goede studio. Dit was de eerste grote en geluiddichte in Nederland. Er wordt hier sowieso niet goed geproduceerd. Het moet steeds maar met mensen van de academie en een zusje dat de catering doet. Zo blijft het natuurlijk aanmodderen.

'Het is ook moeilijk om goede mensen te vinden. Mensen die goed zijn, verdwijnen heel snel naar het buitenland omdat hier niet genoeg films van niveau worden gemaakt. Er worden hier maar een of twee films met een groot budget gedraaid. Van een lowbudget film met een klein setje licht leer je ook niks. Je leert pas iets als je, zoals bij Do not disturb, de hele stad moet uitlichten. Maar misschien dat dat verandert door fine.' fine is een recente fiscale maatregel die het rijke Nederlandse particulieren aantrekkelijk maakt te investeren in films van Neder landse producenten en waarvoor met name Laurens Geels druk heeft gelobbyd.

Dick Maas en Laurens Geels hebben zelf nooit serieus over wogen het land te verlaten. Maas: 'Vijf jaar geleden zei iedereen nog tegen ons: je moet hier weg, want je kunt hier nooit echt een grote film van de grond krijgen. Ik denk dat we met Do not disturb nu wel hebben laten zien dat dat niet hoeft.'

Maas' volgende film , The elevator, een sequel op De lift, net als Do not disturb grotendeels gefinancierd door het moederbedrijf van RTL, zal een nog internationaler karakter krijgen: hij speelt zich af in een wolkenkrabber in New York of Chicago. 'Maar ook die kan ik gewoon vanuit Nederland maken', zegt Dick Maas. 'Voor Paul Verhoeven en Jan de Bont ligt dat anders. Zij schrijven zelf geen scripts en hebben geen eigen productiefaciliteiten. Zij moeten iets aangeboden krijgen, en dan kun je maar beter daar zitten. Ik vind het trouwens prachtig wat ze doen. Niet alle films zijn goed, Speed 2 en The haunting heb ik niet gezien, maar die lijken me niet zo. Die nieuwe van Verhoeven, met die spinnen, ook niet. Maar Twister was best aardig en Speed heel goed. Het is natuurlijk fantastisch dat ze op zo'n positie terecht zijn gekomen. Showgirls vond ik trouwens helemaal niet zo belabberd als iedereen deed voorkomen. Was een mindere film van Verhoeven, maar nog altijd tien keer beter dan wat hier in Nederland wordt gemaakt.'

Dat wordt de laatste tijd zelfs alleen maar slechter, vindt hij. 'Ik zie minder interessante films voorbijkomen dan vroeger. Fanfare, Turks fruit en Soldaat van Oranje, dat waren echt goede films. Maar wat is er het afgelopen jaar nou geweest, afgezien van onze eigen producties? En het lijkt allemaal zo op wat in de jaren zeventig werd gemaakt. Het twaalfde kippetje, of heette die, het dertiende of veertiende kippetje, dat lijkt wel een mislukte poging van Pim en Wim. Nou ja, All stars was leuk en Eddy Terstall doet aardige dingen, maar die heeft te weinig middelen om het er een beetje leuk uit te laten zien.

'Ik hou van films waar een goed verhaal in zit en waar je de kijker mee kunt manipuleren. Comedy's en thrillers hebben dat bij uitstek. En het eerste waarmee je bij een thriller door de mand valt, is als het verhaal niet deugt. Wat dat betreft is het een genre met heel strenge wetten. Hier in Nederland worden van die vage sfeerfilms gemaakt. Vage films maken kunnen we allemaal, jij ook. Je ziet het ook terug in de Nederlandse literatuur. Er is niemand die gewoon een verhaal vertelt. Dat lijkt hier niet te kunnen, het is alleen maar wat ze in hun jeugd hebben meegemaakt en zo.'

Overigens heeft Maas - over wie Matthijs van Heijningen eens zei dat zijn boekenverzameling niet meer dan tien centimeter beslaat - zelf ook een boek geschreven. Anderhalf jaar geleden verscheen van zijn hand de bloederige thriller Salvo. Hij had wat tijd over en het leek hem 'leuk om te doen': een script omwerken tot een boek. Drie maanden kostte het hem. Een record, zou de gemiddelde schrijver vinden. Een eeuwigheid, vindt Maas. 'Een script doe ik in zes weken.' Hij vond het al met al 'een geslaagd boek'. 'Maar het heeft niet zo goed verkocht, maar 5000 exemplaren of zo. Niet slecht voor een boek, maar je doet het niet voor jezelf. Naar mijn slechtst bezochte film, Flodder 3, gingen nog altijd 500.000 mensen. Dus dan denk je: de volgende keer toch maar weer gewoon een film.'

Het zou, denkt Maas, al een stuk beter gaan met de Nederlandse films als regisseurs, wanneer ze zich dan toch per se op een boek moeten baseren, eens een thriller als Salvo zouden nemen. Helaas: 'Ate de Jong en Jeroen Krabbé gaan nu De ontdekking van de hemel verfilmen. Ik heb het verder niet gelezen, maar ik houd mijn hart vast. Ik zie veel liever iets als The delivery, van Roel Reiné, die helemaal is neergesabeld. Ik vind die film ook niet zo geslaagd - hij had wel wat meer aandacht aan het scenario kunnen besteden - maar ik vind hem wel sympathiek. Reiné probeert gewoon strak een verhaal te vertellen. Maar dan heeft het weer geen diepgang. Ik heb dat zelf ook zo vaak moeten horen. En wat dan nog als het geen diepgang heeft?Als je je bij een film anderhalf uur goed vermaakt, is dat toch prima. Dan is het helemaal niet erg als je een uur later weer vergeten bent waar hij over ging. Oké, ik denk wel dat een echt leuke film net iets langer beklijft.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden