Vader

Een man moet zijn koffer sjouwen, niet rollen

Met zes dikke romans in twee jaar tijd werd de cyclus Min kamp van Karl Ove Knausgård een ongekend Scandinavisch succes. Nu is deel een van Mijn strijd vertaald: Vader.

Vader komt binnen, en geeft zijn tienerzoon Karl Ove een boodschappenlijstje. Bijna vergeten, hij moet er nog iets bij zeggen. 'Mama en ik hebben besloten te gaan scheiden.' De zoon reageert met een vragend 'O?', waarop vader deze toelichting levert: 'Jij zult geen verschil merken. Bovendien ben je nu al gauw volwassen, over twee jaar ga je toch het huis uit.' Dat is waar, beaamt de zoon. 'Oké?' zegt papa.

'Oké.'

Ach, dat is waar ook. Vader: 'Ik ben vergeten aardappels op te schrijven. En misschien moeten we nog een toetje hebben? Ach nee, laat maar. Hier heb je geld.'

De roman Vader van Karl Ove Knausgård (1968), het eerste deel van een zesdelige cyclus met autobiografische romans, telt meer dan vijfhonderd pagina's - en toch was de zojuist geciteerde dialoog een van de uitgebreidste tussen vader en zoon.

Zo'n vader. Een geoefend zwijger, en dat in Noorwegen, waar de winden en bomen vaak mededeelzamer zijn dan de tweebenige binnenvetters.

Maar ook zo'n zoon, dus. Eentje die de vragen voor zichzelf houdt, en er jaren later mee in het reine moet zien te komen.

Dat is de kracht van Vader, het eerste deel van de cyclus Mijn strijd, die Knausgård er in het onwaarschijnlijke tempo van twee jaar uit heeft gegooid, in 2009 en 2010. Telkens heb ik de afgelopen jaren bij bezoeken aan Scandinavië al die stapels met Knausgårds in de grote boekhandels zien liggen zonder dat ik er een letter in kon lezen. Aan die hinderlijke omstandigheid is een eind gekomen, doordat Marianne Molenaar het eerste deel heeft vertaald.

De schrijver stelt zich al snel netjes voor: Karl Ove is de naam, twee keer getrouwd, met de tweede vrouw heeft hij drie jonge kinderen, woont in het Zweedse Malmö, en vindt het huidige bestaan nogal chaotisch. Van schrijven komt niet veel terecht, als je jongste dochter van twee elke ochtend om vijf uur wakker is en aandacht vraagt.

Ogenschijnlijk lukraak, omdat er geen groot project op stapel gezet kan worden, schrijft Knausgård over zijn eigen jonge jaren, toen hij een gymnasiast was die door gitaar te spelen in een bandje en op feesten de nodige biertjes achterover te slaan hoopte dat er van zijn schuchterheid niet veel te merken was. Het gezeul met die flessen, het zielige gepiel in dat bandje dat bij een optreden in een winkelcentrum door de bedrijfsleider terstond wordt gemaand in hemelsnaam te stoppen, en het al even vruchteloze aanklampen bij meisje zus en meisje zo - het is niet spectaculair. Tot op de helft van Vader is onduidelijk waar Knausgård zijn faam aan te danken heeft.

Een man van wie hij 'niets wilde weten', die vader van hem, denkt hij bijna koelbloedig wanneer hij het bericht van diens dood krijgt. Vader kreeg na die scheiding een nieuwe vriendin met wie hij het op een zuipen zette, tot ook die relatie klapte en hij weer bij zijn moeder (Karl Ove's oma) in Kristiansand ging wonen. Daar is hij gestorven.

En terwijl Knausgård zit te piekeren over een manier van schrijven waarmee hij de wereld kan pákken, niet te vluchten in fictie maar de dingen zélf te benoemen, zodat hij ook het verhaal over die vader kan doen dat hij maar niet goed op papier krijgt (omdat de afstand te klein is misschien),denkt hij terug aan de dood van zijn vader. Hoe Karl en zijn broer naar Kristiansand reisden. 'Hoewel mijn koffer redelijk zwaar was, droeg ik hem aan het handvat toen ik de vertrekhal binnenliep. Ik had een hekel aan de wieltjes, in de eerste plaats omdat ze zoiets vrouwelijks hadden - een man onwaardig dus, een man moest sjouwen, niet rollen - in de tweede plaats omdat ze een beeld opriepen van gemak, van afkortingen, besparingen, praktisch vernuft en daar had ik een hekel aan, daar ging ik waar ik kon tegenin, zelfs

als het om iets onbenulligs ging. Waarom zou je in de wereld leven zonder het gewicht van de wereld te kennen? Waren we soms beeltenissen? En waar spaarde je eigenlijk voor als je je krachten spaarde?'

Hij wil het, het gewicht van de wereld kennen, en daarom wordt deze roman gaandeweg indrukwekkend: hij moet de vader zien, en het huis waar oma nog verdwaasd en incontinent in rond scharrelt, en dat vergeven is van de flessen, aangekoekte rotzooi en uitwerpselen. Verbeten slaan Karl Ove en zijn broer aan het boenen, en verrassend genoeg komen in het uitputtende verslag van die dagenlange schoonmaak de vertrouwde woorden Ajax, Mr Muscle en Jif voor.

Terwijl de verteller bezig is met de dingen, en dat in heel letterlijke zin, de godvergeten kolerebende die hij pertinent en volledig wil opruimen, omdat hij geen genoegen kan nemen met wat vader in destructieve drankzucht heeft aangericht, plengt hij voortdurend tranen. Daar maakt Karl Ove melding van, dat hij maar zo veel huilen moet, zonder verdere explicatie. Hij laat het bij een gevoelvolle registratie. Voor de duiding is het nog te vroeg. Hij is bezig.

Die vondst tilt dit boek in de tweede helft uit boven een gemiddelde realistische roman. 'De taal hulde de werkelijkheid niet in zijn sfeer, het was andersom: de werkelijkheid steeg eruit op', heeft hij gedacht bij het lezen van Adorno, en dat is wat hij in deze roman probeert. De werkelijkheid op de huid zitten. Beschrijven hoe zoiets gaat, naar een uitvaartonderneming rijden om daar naar je dode vader te kijken, of er langzaam achter komen dat je versufte oma niet verdoofd is door het verdriet, was dat maar waar, maar dat ze de hele tijd zit te wachten op het ene dat het leven weer in haar lichaam terug brengt: sterke drank.

Een hard boek, dat niets verfraait, maar ook een oprechte zoektocht, die bewijst dat het rauwe leven, mits goed verteld, al verhaal genoeg kan zijn. Met ultrakorte dialogen waar zo goed als niks in wordt gezegd, en al helemaal niet aangekaart. En die daarom schrijnen. De duiding is voor derden.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden