BeschouwingNieuwe vertaling van Toergenjev

Vaders en zonen van Toergenjev laat zien dat vechten tegen privileges van alle tijden is ★★★★★

Toergenjevs Vaders en zonen is actueler dan ooit. Er zijn genoeg parallellen tussen de ­naderende revolutie in 19de-eeuws ­Rusland en de cultuurstrijd van nu. Dat het bij beide nooit ­radicaal ­genoeg is, is even zorgwekkend als geruststellend.

Beeld Claudie de Cleen

De romans van Toergenjev, net opnieuw prachtig vertaald door Froukje Slofstra, gaan over de liefde, maar niet zomaar liefde. Het is een antwoord op iets anders, op het toen nog vrij nieuwe vraagstuk van de maatschappelijke rechtvaardigheid en de rol van het individu daarin. Hoe kan ik een goed mens zijn in een onrechtvaardige wereld? Hoe verhoud ik mij tot het ongeluk van de ander? Hoe kan ik voorkomen, als ik niet onderdrukt wil zijn, dat ik bij de onderdrukkers ga behoren?

De cultuurstrijd die nu woedt in de Verenigde Staten (en overgeslagen is naar haar satellietstaten, zoals Nederland) heeft allerlei parallellen met de Russische 19de eeuw, zoals Toergenjev die in zijn romans beschrijft. Een diep ingebedde, machtige conservatieve hoofdstroom wordt aan het wankelen gebracht door een eigenlijk heel kleine, radicale tegenbeweging. En niemand begrijpt precies waarom. De conservatieven zijn talrijk, machtig, beheersen de politiek, hebben toegang tot de media, maar wankelen door de stem van een marginale minderheid. 

In Rusland werd de zittende macht ineens geschokt door een kleine groep schrijvers en critici die publiceerden voor zogenaamde dikke tijdschriften, die een piepklein hoogopgeleid publiek bedienden. Een van hen was een onbekende landheer uit Orjol, een gat meer dan duizend kilometer verwijderd van de hoofdstad. Ivan Toergenjev. Niemand kende hem. Hij schreef verhalen waarin hij Russische lijfeigenen als serieus te nemen mensen beschreef, en liet zien dat de adel nogal lui was, verward, gemeen en tobberig. En iedereen was geschokt, iedereen moest zich een mening vormen. Toergenjev werd natuurlijk verketterd en enige tijd opgesloten, maar zelfs de tsaar las zijn verhalen, en die hielpen hem bij de beslissing om de lijfeigenschap af te schaffen. 

Iets vergelijkbaar zag je in Nederland bij het recente theaterstuk rondom de schijnbaar onverwoestbare totempaal van de conservatieve meerderheid, de tv-persoonlijkheid Derksen. Die wordt geadoreerd door zijn publiek om de bekende redenen: hij woont in Drenthe, heeft een snor en roept dat hij schijt heeft aan iedereen. Ineens wordt hij verslagen door een man die Akwasi heet, een volstrekt onbekende figuur en bovendien een dichter en zanger, een beroepsgroep waarvan de maatschappelijke status in Nederland nu eenmaal lager is dan die van een gedetineerde. Voor deze man staan de miljardairs ineens te bibberen in hun zijden pyjama’s! Alras roepen zij hun advertentiemiljoenen terug en manen hun vrindje van het mediabedrijf om de kwaadsprekende snor op de bus terug naar Drenthe te zetten. 

Ook politiek is de protestgeneratie marginaal. Hun belangrijkste politieke platform beslaat om precies te zijn één zetel in de gemeenteraad van Amsterdam, van raadslid Simons. Maar deze mensen bezitten iets wat hun tegenstanders ontberen: morele autoriteit. Ze spreken begeesterd, met ingehouden drift, als beierende torenklokken. En hup, eeuwenoude vlaggen worden gestreken, standbeelden omvergetrokken, gerespecteerde journalisten ontslagen, en de hele mainstream, de gematigde conservatieven en progressieven, ze staan als aan de grond genageld, onmachtig. De belangrijkste reden voor die verstijving is een diepgevoeld ongemak met het eigen privilege, het pijnlijke besef dat de eigen status, welvaart en welzijn, weliswaar deels te danken zijn aan vlijt en talent, maar toch ook aan puur geluk, een geluk dat anderen onthouden is. 

En de actievoerders, hoe troebel hun politieke ideeën ook kunnen zijn, slaan elke keer weer ongenadig op dat pijnpunt, elke keer treffen ze dat sluimerende schuldgevoel, dat brandende besef van de onrechtvaardigheid van het eigen privilege. Daar komt bij: hun tegenstanders – Trump, Baudet, Krol – hebben wel politieke macht, wel geld, wel een grote schare volgelingen en slaafse mediakanalen, maar nul morele autoriteit. Het zijn onbeschaafde kwaadsprekers, leugenaars en ijdeltuiten, geen fatsoenlijk mens wil zich openlijk met hen associëren.

Fjodor Dostojevski, zelf een geharde conservatief, besprak die verstijving een keer in een gesprek met zijn vriend, de al even conservatieve uitgever Soevorin. Dostojevski vraagt zich af of hij in staat zou zijn om een linkse terrorist aan te geven als hij wist dat die van plan was een bomaanslag te plegen op het winterpaleis. En hij zegt dan dat hij dat niet zou doen, hoewel hij een bomaanslag een walgelijke misdaad vindt en de linkse idealen verwerpt. Want openlijk te boek staan als steunpilaar van de conservatieve macht, met hun miljarden en onverdiende privilege, dat is simpelweg onverteerbaar, ook voor hem.

Toen, net als nu, was een mislukt of gestokt emancipatieproces de bron van frustratie. Toen, net als nu, kreeg die cultuurstrijd extra dynamiek doordat zich tegelijkertijd een generatieconflict afspeelde. En dat generatieconflict speelde vooral binnen de progressieve gemeenschap.

Dat beschrijft Toergenjev meesterlijk in zijn beroemdste werk, Vaders en zonen. Toergenjevs romans zijn een schitterende reis langs een wereld die toen ze beschreven werd al aan het verdwijnen was, die van de Russische aristocratie. Als jonge man had hijzelf dus in niet geringe mate bijgedragen aan de ondergang van zijn kaste, maar in zijn romans lijkt hijzelf dat proces van een afstand te beschouwen. En hoewel hij die ondergang als een vorm van vooruitgang zag, liet hij zien dat die vooruitgang ook altijd gepaard ging met verlies en pijn.

Ivan Toergenjev.Beeld Getty Images

In Vaders en zonen komen twee jonge vrienden, Arkadi Kirsanov en Jevgeni Bazarov, na een jaar studeren de zomer doorbrengen bij Arkadi’s vader, een gedenkwaardig personage, die zelf ooit behoorde tot een progressieve voorhoede. Hij gaf zijn lijfeigen boeren de vrijheid en land om te bebouwen. Maar helemaal verdwenen zijn die oude privileges niet. De vader, weduwnaar, heeft sinds kort een verhouding met een van zijn voormalige lijfeigen boerinnen en zij heeft een kind van hem. Ze houden van elkaar en hij behandelt haar gelijkwaardig en liefdevol. Toch schaamt hij zich, omdat de relatie uiteindelijk niet helemaal gelijkwaardig is. Ergens in hem zit nog altijd de oude landheer en ergens in haar zit nog altijd de slaaf. Hij slaagt er niet in deze pijnlijke ongelijkheid te laten verdwijnen. 

Zijn zoon Arkadi is grootmoedig; hij kent zijn vader en weet dat die nooit misbruik zou maken van zijn status om de liefde van een jonge vrouw af te dwingen. Toch drijft deze relatie vader en zoon subtiel uit elkaar. Arkadi vindt de schaamte van zijn vader een beetje belachelijk, want daaruit blijkt dat die de oude mentaliteit nog altijd in zich heeft. Een zeker nobel dedain maakt zich dan van Arkadi meester en de vader voelt dat. 

Dat is allemaal al prachtig en subtiel gedaan, maar dan doet Toergenjev nog iets geweldigs. Hij contrasteert dat ontpoppende generatieconflict met de grote liefde die vader en zoon voor elkaar voelen. Die liefde weet hij volkomen overtuigend te maken en dat is niet makkelijk, dat zie je eigenlijk zelden in romans. Passie, verliefdheid, zeker, maar de vanzelfsprekende en toch bevlogen en specifieke liefde tussen ouder en kind, wanneer lees je daarover? En zo maakt Toergenjev iets vreselijks zichtbaar, hoe liefhebbende, elkaar toegenegen, goedbedoelende mensen elkaar op den duur ongewild en bijna onvermijdelijk pijn gaan doen.

En dan is er nog Arkadi’s vriend, Bazarov. Het portret van een radicaal, misschien het eerste portret van de Russische revolutionair. De wereld van de vaders behoort voor hem al tot de afvalbak van de geschiedenis. Voor hem is het niet voldoende om vrijwillig privileges op te geven, ook de oude waarden en tradities moeten overboord, want die waarden en tradities zijn niets meer dan een oprisping van diezelfde bevoorrechte cultuur. 

Bazarov is intelligent, welbespraakt en veel zelfverzekerder dan de gepriviligeerde oude mannen bij wie hij te gast is. Zijn achteloze ontleding van de milde hypocrisie van de vaders is meedogenloos en onweerlegbaar. Zo zaait hij tweedracht in de statische verhoudingen binnen het gezin, maar in zijn gebrek aan mededogen uit zich ook zijn destructieve temperament. Hoe dit afloopt zal ik niet verklappen.

Een nieuwe mens

Door de introductie van Bazarov verschuift de aandacht van het generatieconflict naar een ander, misschien wel belangrijker vraagstuk: de keuze tussen radicaliteit en geleidelijkheid. Net als nu was er onder grote groepen progressieve mensen overeenstemming over welke vormen van onrecht bestreden moesten worden, maar er was grote onenigheid over hoe dat moest gebeuren. 

Het radicale deel meende dat de problemen zo groot waren en zozeer met elkaar samenhingen dat het geen zin meer had om een enkele oplossing te vinden voor een specifiek deelprobleem. Want onder het concrete onrecht bevond zich iets anders, een structuur, een traditionele houding, die iedere keer weer de gedane vooruitgang om zeep hielp en nieuwe vormen van het oude onrecht creëerde. 

Om werkelijke vooruitgang te boeken moesten alle problemen in één keer, in hun samenhang en vanaf de wortel bestreden worden. Een omwenteling was nodig, radicaal. En om die omwenteling te bereiken waren er geen nieuwe wetten nodig of concrete bestuursmaatregelen, want die zouden de onderliggende tendensen uiteindelijk helemaal niet veranderen. 

Om echte verandering te bereiken, moesten zij een nieuwe mentaliteit forceren, een nieuwe mens. Dit, heel kort samengevat, is het revolutionaire wereldbeeld. Daar tegenover staan de voorstanders van geleidelijkheid. Zij die geloven dat vooruitgang altijd in stapjes komt en altijd het resultaat is van onderhandeling. Zij die geloven dat menselijke verhoudingen altijd in meer of mindere mate conflictueus zullen blijven en dat het bestrijden van onrecht niet is gebaat bij het aanwakkeren van die conflictueuze verhoudingen. Zij geloven niet in het afdwingen van een radicale mentaliteitsverandering omdat zoiets alleen kan plaatsvinden door het afschaffen van andere fundamentele waarden, zoals vrijheid. 

De protagonist van de radicaliteit is natuurlijk Bazarov, de protagonist van de geleidelijkheid is Toergenjev zelf, die in zijn romans het menselijk gevecht voor emancipatie en vooruitgang steeds weer contrasteert met de gewaarwording van het blijvende, de natuur en de liefde, en de onvolkomenheid daarvan. Het is een van de drie of vijf mooiste romans die ooit in het Russisch zijn geschreven.

In de roman Het adelsnest keert een ontwortelde jongeman terug uit Europa naar het landgoed van zijn overleden ouders – kortzichtige, gemene, machtige mensen die nooit hebben getwijfeld aan de rechtvaardigheid van hun holle privilege. Hij keert terug naar de wereld die hij ontvlucht is en treft die aan in verval. Verstoft en verrot. Hij gelooft niet meer in de waarden van de adel en twijfelt aan tsaar en God. Dan wordt hij verliefd op een meisje dat als enige, en bijna als vorm van protest, de oude waarden van trouw, ootmoed en religiositeit volledig staande houdt. Zij wordt ook verliefd op hem en wijst hem af. Lees het.

Slofstra’s vertaling van deze romans is prachtig. Een beetje ouderwets en dat moet ook. Uitzonderlijk goed is het nawoord, zoals je eigenlijk nooit ziet in Nederlandse uitgaven.

Beeld Van Oorschot

Ivan Toergenjev: Romans. Uit het Russisch vertaald en van een nawoord voorzien door Froukje Slofstra. Van Oorschot; 981 pagina’s, € 50,00.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden