Vader van de wereldjeugdmuziek

Dit weekend overleed José Antonio Abreu, de Venezolaanse maestro die klassieke muziek gebruikte om de jeugd te behoeden voor afglijden. Van een interview met de Volkskrant heeft het niet meer kunnen komen.

In Venezuela is zaterdag op 78-jarige leeftijd José Antonio Abreu overleden, de man die klassieke muziek heeft ontdekt als middel om kinderen uit de onderklasse te redden van geweld, drugs en prostitutie. Hij laat een sociaal-muzikaal project na dat bijna een miljoen Venezolaanse kinderen verenigt in symfonieorkesten en koren: El Sistema. Zijn faam laat zich aflezen aan de maatregel die president Nicolás Maduro per omgaande heeft afgekondigd: drie dagen nationale rouw.

Afgelopen week was ik voor een reportage over El Sistema in Caracas. Ik zag hoe El Sistema doordringt in de haarvaten van de maatschappij, tot in de gevaarlijkste sloppenwijken toe. Ik ontmoette bevlogen mensen die tegen de klippen van een politieke en economische crisis op proberen te overleven. Ik sprak muziekdocenten die hun eten delen met kinderen en zat tegenover moeders die zielsgelukkig waren dat hun kinderen bij alle ellende tenminste nog terechtkonden bij El Sistema van maestro Abreu.

Tocar y luchar, spelen en strijden, luidde zijn motto. Wat in 1975 begon met elf muzikanten in een kelder in Caracas, bouwde hij uit tot een omvangrijk project van sociale cohesie dat elders in de wereld navolging vond. Kinderen van straat houden was zijn doel. Muziek vormde het middel. Na schooltijd stromen kinderen rechtstreeks door naar de núcleo, zoals El Sistema zijn muziekscholen noemt. Ze krijgen er gratis les en een instrument in bruikleen.

‘Muziek kan het leven van een kind redden’, placht Abreu te zeggen met zijn hypnotiserende baritonstem. Zo snel mogelijk moesten ze samenspelen of -zingen in een orkest of koor. Abreu zag er een model in voor maatschappelijke samenwerking: gericht op harmonie, de schouders eronder. Esthetiek en ethiek vormden in zijn visie een ‘machtige eenheid’.

Abreu had de trekken van een asceet en was eeuwig in het zwart gekleed. Hij studeerde zowel muziek als economie en bezette als twintiger al een zetel in het Venezolaanse parlement. Later werd hij minister van cultuur in een centrum-rechts kabinet.

Toen de socialist Hugo Chávez in 1999 aan de macht kwam, legde Abreu zijn diplomatieke meesterproef af. Hij overtuigde El Presidente van het maatschappelijke belang van El Sistema, waarop Chávez ruimhartig de portemonnee trok. Het betekende de doorbraak van El Sistema.

Salsa

Tegenwoordig telt de organisatie, verspreid over de 24 regio’s van Venezuela, 440 núcleos. De klanken van Beethoven en Bernstein dringen niet alleen door tot middenklassebuurten en sloppenwijken. Er zijn núcleos in de jungle, op vuilnisbelten, in gevangenissen. Het programma voorziet ook in salsa en andere latino-caribische muziek.

De internationale muziekwereld liet zich in 2007 overrompelen door El Sistema. Onder leiding van Gustavo Dudamel, de sterdirigent van eigen kweek, zette het Simón Bolívar Jeugdorkest de Londense Royal Albert Hall in vuur en vlam. Kampt klassieke muziek in het westen met een imago van oud en afgedaan, in de handen van de Venezolanen kreeg het genre een tweede jeugd. De Britse dirigent Simon Rattle, destijds chef van de vermaarde Berliner Philharmoniker, noemde El Sistema ‘het beste wat de klassieke muziek in de 21ste eeuw kan overkomen’.

Abreu werd bedolven onder eerbewijzen. Men droeg hem voor de Nobelprijs voor de Vrede (maar hij kreeg hem niet). In 2010 ontving hij in Amsterdam uit handen van (toen nog) prins Willem-Alexander de Erasmusprijs, voor zijn prestaties op sociaal en cultureel gebied.

Maar er was ook kritiek. In Venezuela klonk het verwijt dat Abreu eerst zijn ziel had verkocht aan de populist Chávez, en nu aan de leiband liep van zijn opvolger Maduro. In 2014 zette de Britse muziekwetenschapper Geoffrey Baker in een snoeiharde studie vraagtekens bij het beweerde succes van El Sistema. Hij kenschetste Abreu als een ‘autocraat’, noemde zijn muziekmethodiek ‘verouderd’ en plaatste vraagtekens bij de bewering dat El-Sistemakinderen vooral uit de onderklasse komen.

Geen interview

Nee, kreeg ik vorige week zondag bij mijn bezoek aan Venezuela te horen, meneer Abreu kan echt geen journalist meer ontvangen. Zijn laatste weken werden verlicht met af en toe een huisconcertje. Abreus dood komt op een kritiek moment. Venezuela, het land met de grootste oliereserves ter wereld, gaat door een diepe crisis. Vorig voorjaar braken in Caracas straatprotesten uit tegen het beleid van Maduro, de president die democratie buiten werking heeft gesteld en de hyperinflatie niet kan beteugelen. Tv-journaals wereldwijd toonden opmerkelijke beelden: jongelui die met gasmasker én viool protesteerden. Een violist uit een van El Sistema’s jeugdorkesten, Armando Cañizares, werd gedood.

Het dwong de artistieke leider van de jeugdorkesten, Gustavo Dudamel, tot de eerste politiek getinte uitspraak van zijn leven. ‘Genoeg is genoeg', schreef hij. Vanuit Los Angeles deed hij een 'klemmend beroep' op Maduro om 'te luisteren naar de stem van het Venezolaanse volk'. De president antwoordde met een intimiderende tv-rede en het schrappen van buitenlandse tournees die Dudamel met enkele jeugdorkesten zou ondernemen. Sindsdien heeft de dirigent zich niet meer in Caracas vertoond.

Intussen vreet de hyperinflatie het netwerk van El Sistema aan. Salarissen zijn amper nog iets waard, steeds meer docenten en musici zoeken hun heil in het buitenland. Uit de núcleos komen berichten van kinderen die onder de middaglessen vanwege voedselgebrek flauwvallen. Ik zag hoe men in Mamporal, anderhalf uur rijden ten oosten van Caracas, het tekort aan vioolsnaren oploste door fietsremkabels uit elkaar te rafelen.

De vraag is of de erfenis van José Antonio Abreu gevaar loopt. Venezuela kan failliet gaan, zeggen zijn trouwe aanhangers, maar El Sistema niet. Ze blijven spelen en strijden. En typeerden meester Abreu met een grap. ‘Rust?’, placht de workaholic te zeggen tegen overbelaste medewerkers, ‘rust breekt pas aan bij de eeuwige rust.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.