Review

Vaardig gemaakt, maar Kong is allesbehalve frisse remake

Vaardig gemaakt spektakel, maar van een moderne update van het klassieke King Kong-verhaal mag je frissere ideeën verwachten. Een grabbelton van B-filmclichés met een flinterdun verhaal en karakters van bordkarton.

De aardigste oneliner in de monster-B-film Kong: Skull Island zit vrijwel in het begin, wanneer een handjevol politieke parallellen aan de latere ontdekkingsreis naar het eiland van 's werelds beroemdste reuzenaap wordt geknoopt. 'Let op mijn woorden', zegt de door John Goodman gespeelde avonturier Bill Randa, terwijl hij midden in een protest tegen de Vietnamoorlog voor het Witte Huis uit een taxi stapt. 'Zeker weten dat er in Washington nooit meer een tijd komt die krankzinniger is dan nu.'

Het is 1973 en de Verenigde Staten kunnen wel een opkikker gebruiken, meent deze Randa. Hij is in bezit van een luchtfoto met daarop een onontdekt eiland, waar geregeld à la de Bermudadriehoek vliegtuigjes van de radar verdwijnen. Wat daar huishoudt, weet Randa ook niet precies, maar één onvergetelijke ontdekking moet toch voldoende zijn om Amerika weer wat positiever op de kaart te zetten én de Russen af te troeven. Want op deze plek, vermoedt hij, zullen 'mythe en wetenschap elkaar treffen'.

Kong: Skull Island (**), avontuur.
Regie Jordan Vogt-Roberts
Met Tom Hiddleston, Brie Larson, Samuel L. Jackson, John Goodman, John C. Reilly.
118 min., in 139 zalen.

Randa ritselt een legerescorte, rechtstreeks uit Vietnam, rechtstreeks uit de grote grabbelton met B-filmclichés ook. De kolonel met pilotenzonnebril die opereert als onvervalste hardliner (Samuel L. Jackson), de knappe en secuur werkende grondsoldaat (Tom Hiddleston), de knappe en geëngageerde anti-oorlogsfotograaf (Brie Larson) en een verzameling excuuswetenschappers annex monstervoer: het is een vrij volledig onzinfilmcollectief. En op het eiland, waar King Kong onmiddellijk helikopters uit de lucht mept alsof het vliegen zijn, gaat de film plankgas verder in B-filmmodus. Tussen de brandende wrakken van neergestorte legerhelikopters staren Kong en Jackson elkaar aan in slowmotion, de camera zoomt in op hun ogen waarin vlammen weerkaatsen en dan is de echte strijd nog niet eens begonnen.

Wat volgt is vaardig gemaakt spektakel met hoog komt-dat-ziengehalte: naast de aap biedt het eiland ook leefruimte aan een reuzenspin, een enorme waterbuffel, een gigantische octopus, bijtgraag gevogelte en tweebenige dino-achtige monsters, alsmede een zwijgzaam inheems volk en een dertig jaar geleden op het eiland neergestorte Amerikaanse piloot (John C. Reilly), die nog meer lucht in de film klopt.

Heel ouderwets eigenlijk, ondanks de knipoog waarmee de personages en actie in beeld worden gebracht, en op den duur ook wat vermoeiend. Want het verhaal is flinterdun en de karakters blijven van bordkarton. Zelfs Larson ontpopt zich op den duur als klassieke vrouw in nood, enkel en alleen zodat Kong net als in de originele film uit 1933, of de vele films die volgden, weer kan rondzwaaien met een mooie vrouw.

Van een moderne update van een klassiek verhaal mag je gerust frissere ideeën verwachten. Herkansing bij de monsterfilms, waarop na de aftiteling wordt gehint, die de komende jaren ongetwijfeld komen gaan.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden