Utopische nostalgie van Schuiten

In de toekomst van gisteren zijn wolkenkrabbers opgetrokken uit smeedijzer met kristal en vliegen zeppelins en luchtballonnen rond alsof het niks is....

De Vlaamse stichting BeeldBeeld wijdt elk jaar in Leuven een grote tentoonstelling aan een vooraanstaand stripmaker. Na Lorenzo Mattotti, Dupuy & Berberian en Dave McKean is nu de eer aan Schuiten, in gezelschap van zijn vaste scenarist Benoît Peeters. Samen werden zij al in de jaren tachtig beroemd met hun serie 'De Duistere Steden'.

Eind jaren negentig verscheen bij Uitgeverij Casterman zelfs een Gids van de duistere steden, waarin de 'cités obscures' met plattegronden en legenden een eigen geschiedschrijving kregen. De steden hebben namen als Urbicande, Sodrovno-Voldakije en natuurlijk Brüsel, spiegelbeeld van het Brussel waar Schuiten zo verzot op is en waar de architecten Victor Horta en Joseph Poelaert de fundamenten van zijn ficties hebben gelegd.

In de tentoonstelling krijgen de denkbeeldige metropolen speciale aandacht in de ruimte 'Het Boek van de Steden'. Het is er pikdonker, zonder de spotjes zou je geen hand voor ogen zien. Schuitens fijn gearceerde kleurpotloodtekeningen lichten er op als vensters die uitzicht bieden op een magische wereld. In het duister liggen nog negen andere thematische vertrekken zoals 'Het Boek van de Natuur', 'Het Boek van de Dromen', 'Het Boek van de Vlucht'.

Je betreedt de tentoonstelling via 'Het Boek der Boeken', een zaal die gedomineerd wordt door een somber gevaarte dat oprijst tot aan het plafond, met boeken die stuk voor stuk bijna een meter hoog zijn. Langs de wanden hangen tekeningen waarin onafzienbare bibliotheken, monsterlijk grote boeken en zeeën van wapperend papier de hoofdrol spelen. 'Bibliotherapie is een van de meest gewaardeerde takken van de geneeskunde in de Duistere Steden', staat als citaat op de muur.

Toch is het moeilijk voor te stellen dat Schuitens boeken troost kunnen bieden, want alles wat hij afbeeldt is kolossaal en mensverslindend. Ook op de architectuurtekeningen gaat het steeds weer over duizelingwekkende hoogten en diepten, nergens is de maat menselijk. Je zou Schuiten de Albert Speer van de getekende bouwkunst kunnen noemen, ware het niet dat hij nu en dan ook kwetsbare personages schept.

Halverwege de jaren negentig publiceerden Schuiten en Peeters een kinderboek getiteld Het scheve meisje gevolgd door een stripalbum Het scheve kind. Hierin figureert letterlijk een 'scheef' meisje, Mary von Rathen, dat een graad of dertig uit het lood staat. In een Doré-achtige gravurestijl beeldt Schuiten af hoe deze scheefheid het meisje isoleert van de 'rechte' mensen. Ze is afkomstig uit een wereld waar iedereen scheef is, waar ze dus volkomen normaal zou zijn. Als bemiddelaar tussen Mary en de lezer treedt niemand minder dan Jules Verne op, de belichaming van de wetenschappelijke droom van het fin de siècle.

De poorten van de utopie is de titel van de tentoonstelling. Wandelend langs de prenten van Schuiten vraag je je af of dat niet 'De poorten van de nostalgie' had moeten zijn, want uit het werk spreekt een enorm verlangen naar een voorbije wereld. Maar zijn hedendaagse kijk op art nouveau slaat blijkbaar aan. Voor de Expo 2000 in Sevilla ontwierp Schuiten al het Luxemburgse paviljoen Planet of Visions en voor de Japanse Wereldtentoonstelling in 2005 zal hij samen me Alexander Obolensky het paviljoen Wijsheid van de Natuur ontwerpen, waarmee Vlaanderen, Wallonië en Brussel zich als één geheel gaan presenteren. Dat heeft dan toch weer utopische dimensies.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden