ReportageDe ontdekking van Urk

Urk is het erover eens: met het boek ‘De ontdekking van Urk’ krijgt het vissersdorp een spiegel voorgehouden

Schrijver Matthias Declercq eet een broodje zalm in Urk.Beeld Ivo van der Bent

De Vlaamse journalist Matthias Declercq ging een tijdje op Urk wonen. In zijn boek De ontdekking van Urk legt hij het dorp even liefdevol als genadeloos bloot. Hoe reageren de Urkers op zijn bevindingen?

Eerlijk gezegd was Matthias Declercq (35) ‘bloednerveus’ voor dit moment. Anderhalve week na de verschijning van De ontdekking van Urk is de Vlaamse journalist terug in het dorp waar hij voor een half jaar neerstreek in de hoop het van binnenuit te kunnen doorgronden. Hoe zou zijn werk worden beoordeeld door de Urkers, die hem aanvankelijk aarzelend maar uiteindelijk zo welwillend ontvingen? Understatement: ‘Het boek is geen toeristische brochure geworden.’ 

Drie scenario’s had hij vooraf in gedachten. ‘Of ik word openlijk afgebrand. Of het valt tussen de plooien en nobody cares. Of het dorp is in shock, maar waardeert wat ik heb gedaan.’ Het laatste is het geval, constateert hij opgelucht aan de keukentafel van Albert Visser (37), een bevriende Urker, die dat kan beamen. ‘Overal waar ik kom gaat het over het boek’, zegt Visser. ‘Iedereen die ik spreek is erin bezig of heeft het gelezen en verhoudt zich tot wat Matthias over Urk schrijft.’ 

Ze ontmoeten elkaar bij een filosofisch café, kort nadat Matthias Declercq een aangebouwde ministudio heeft betrokken bij een orthodox-protestants gastgezin met zes kinderen, drie uur rijden van zijn vrouw in Gent. Dat is in de lente van 2019. Zijn interesse voor Urk wordt tien jaar eerder gewekt, als de Vlaamse krant De Morgen hem in allerijl naar het voormalige eiland stuurt. 

Hij krijgt de opdracht een achtergrondverhaal te schrijven bij de gewelddadige dood van de 14-jarige Dirk Post, die, zoals later zou blijken, in het Urkerbos door een 15-jarige plaatsgenoot met 47 messteken om het leven is gebracht. Dirk Post had een geheim van hem doorverteld, dat hij glaasje had gedraaid en dat er toen ‘een kwade geest’ over hem was gekomen. De dader vreesde dat hij zou worden verketterd door de gemeenschap op Urk als die erachter kwam dat hij zich bezighield met occulte praktijken.

De totstandkoming van het stuk is een moeizame exercitie, die Declercq dwars blijft zitten. Gejaagd, nauwelijks ervaren en matig voorbereid probeert hij door te dringen tot de bijzondere, gesloten gemeenschap die Urk voor passerende buitenstaanders is. Logisch dat hij niet veel verder komt dan een schets van het bekende contrast: streng gelovig, rechts-conservatief vissersdorp, met losgeslagen jongeren en coke. ‘Een steekvlamjournalist’ voelt hij zich. ‘Als je een dorp écht wilt leren kennen, moet je er juist zijn als er niets gebeurt.’

Hij wil zijn ‘vreemde, onwennige geschiedenis’ met Urk goedmaken, schrijft Declercq in zijn boek. Om tot de kern te komen neemt hij dit keer alle tijd. Hij kondigt zijn komst aan in de lokale krant, Het Urkerland, en bezoekt op zondag toegewijd alle 25 kerken, van gematigd tot zwaar protestants. Hij werkt een week mee op zee, leest alles wat er over het heden en verleden van Urk te lezen valt, van de inpoldering tot de gigantische visindustrie, observeert en richt zijn volle aandacht op wat honderden Urkers hem vertellen. En op wat ze hem niet met zoveel woorden zeggen, niet on the record

Of hem wel, maar elkaar niet. 

De ontdekking van Urk leest als een wervelend 360-gradenportret dat de ramen eens goed tegen elkaar openzet. Declercq houdt de zorgzame, hartelijke, humoristische, eigenzinnige trekken van het dorp in ere, de uitzonderlijke verbondenheid waarvan hij onder de indruk raakte, het arbeidsethos. Maar hij maakt ook onverbiddelijk invoelbaar hoe beklemmend het religieuze denkkader, de aloude ongeschreven regels en de sociale controle op Urk worden ervaren, binnen de eigen gemeenschap.

‘Het oude ritme van het Urker leven is sterker dan de nieuwe ideeën’, schrijft hij. ‘Gij zult niet dit. En gij zult niet dat. Urk verzet zich tegen de buitenwereld, dat klopt, maar Urk verzet zich ook tegen de binnenwereld, tegen al wie zaagt aan de poten van de status quo. En dat vertelt hier haast niemand.’

Of het nu gaat over seksueel misbruik, visfraude, ondermijning of de talrijke illegale bars op het industrieterrein waar minderjarigen zich lam zuipen en drugs gebruiken, de zogenoemde ‘jeugdhonken’; over gevoelige thema’s wordt op Urk niet vrijuit gesproken, constateert Declercq, mede omdat alles en iedereen met elkaar versmolten is. 

Een van de vele verhalen waarmee hij dat illustreert komt van een aan de drank en drugs geraakte twintiger die hem zijn geheim toevertrouwt: hij is seksueel misbruikt door zijn broer. ‘Wie zijn mond opentrekt, staat meteen bekend’, zegt de man. ‘Je krijgt een stempel waar je erg moeilijk van afkomt. Als ik de anonimiteit opgeef, dan ben ik ‘die van dat incest’, en niet te vergeten: dan is mijn vader ‘die van dat misbruikgezin’. En wetende dat zijn klantenbestand vooral uit Urkers bestaat, kan praten in dit geval ook leiden tot economische schade. Ik wil niet dat mijn vader klanten verliest doordat ik openlijk spreek. Het gaat niet over drank en drugs, het gaat niet over incest, het gaat over de onmogelijkheid om emotionele problemen aan te pakken.’

Albert Visser (links) en Matthias Declercq.Beeld Ivo van der Bent

Het boek van ‘die ongelovige Belg’, die innemende gast met zijn vouwfietsje en zijn notitieboekje, is raak en is the talk of the town, zegt Albert Visser bij de koffie. Nu staan ze allemaal bij elkaar, de losse verhalen die de meeste Urkers wel ‘van horen zeggen’ kennen. ‘De volledigheid is confronterend. Het dorp krijgt een spiegel voorgehouden.’

Declercq is overdonderd door de lange, persoonlijke mails die hij de afgelopen dagen ontving van Urkers die zijn boek al uit hebben. ‘Het feit dat ik all in ben gegaan wordt geapprecieerd. Ze schrikken van de stevige passages, maar ze zeggen ook: wat je schrijft is wél waar.’

Visser: ‘Het zijn de feiten, onze feiten, in de juiste context. Hoe zou je daar ooit boos om kunnen worden? Je denkt geen moment: wat bazelt die man nou? Matthias heeft het niet geschreven op een toon van: ik ga dat dorp eens even aanpakken, of op het juiste spoor zetten. De stukken waarin hij analyseert wat hij heeft gehoord en gezien zijn verkennend, niet veroordelend. Maar hardop bevragen waarom de dingen gaan zoals ze gaan, dat zijn de mensen hier niet gewend.’

Declercq: ‘Dit is een dorp dat leeft vanuit het antwoord, de Bijbel, maar geen vragen stelt. Er wordt hier veel ontleend aan een onwrikbare identiteit: wij zijn zo, punt. En omdat alles zo met elkaar vervlochten is, het religieuze, het economische, de politiek, het sociale leven, is het moeilijk om je nek uit te steken. Je kunt jezelf er op velerlei vlakken mee schaden als je plots een ander standpunt inneemt, dus zwijg je.’

Visser vertelt dat hij één keer in zijn leven met een knoop in zijn maag van zijn werk in Almere terug naar huis reed. Dat was in maart vorig jaar, toen Urk landelijk in het nieuws kwam nadat een groep van honderd jongeren het huis van een Marokkaans gezin had belaagd. De aanleiding was een ruzie in een WhatsAppgroep tussen Soufyan, de 18-jarige zoon van het gezin, en een leeftijdsgenoot. Soufyan, zijn moeder en zus werden mishandeld.

Columnist Elfie Tromp trok op NPO Radio 1 van leer. ‘Welkom in Urk, waar de kleingeestigheid hand in hand gaat met de inteelt’, zei ze onder meer. ‘Inteelt, je wordt er nooit slimmer van, maar wel racistischer, zo blijkt.’

Visser vond het ‘helemaal verkeerd’ hoe Urkers op haar column reageerden. ‘Het gesprek ging alleen maar over hoe wij Urkers als sukkels weggezet werden. Niemand had het over de hakenkruizen die in appgroepen werden gedeeld, van niemand mocht je het racisme noemen. Over Soufyan werd gezegd dat hij niet zo stoer moest doen. Maar iederéén doet hier stoer. Waarom is ‘zijn’ stoer niet geaccepteerd? Wat mij betreft is dát de vraag die moet worden gesteld. Als je een dorp van mededogen en saamhorigheid pretendeert te zijn, dan horen juist ook mensen die anders doen en denken erbij.’

Het stemt tot nadenken, vindt Visser, wat Declercq schrijft over de drukkende collectieve identiteit op Urk en de keerzijde van een cultuur die streeft naar behoud. ‘Een reactionair geluid wordt in Nederland, Europa en de wereld steeds krachtiger. Niet alleen op Urk klampen mensen zich vast aan het verleden en worden oude waarden en tradities opnieuw geïmplementeerd om een soort neoconservatisme te rechtvaardigen.’

Anneke van Urk was een van de eerste Urkers die Matthias Declercq ontving.Beeld Ivo van der Bent

Ook Anneke en Bert van Urk gebruiken de woorden ‘confronterend’ en ‘een spiegel’ als ze over De ontdekking van Urk praten. Ze zijn ‘atypische Urkers’, zoals Matthias Declercq de vrijere geesten van het dorp noemt. Anneke reageerde als een van de eersten op zijn oproep in Het Urkerland om verhalen over Urk met hem te delen.

Zij (60) werkt in de huishouding, hij (67) heeft altijd in de ict gezeten. Ze woonden veertig jaar in ‘het oude dorp’, zoals het centrum hier heet, met IJsselmeerzicht, vlak bij de vuurtoren. In hun appartement, dat uitkijkt op de polder achter Urk, heeft het water een plaats gekregen op de muur achter het aanrecht. De kerk bezoeken ze niet vaak meer. Als ze al gaan, dan is het niet op Urk.

Anneke wilde Declercq vertellen over de discussie die zij in de jaren negentig probeerde aan te zwengelen met een groepje sociaal bevlogen dorpsgenoten, over de illegale horeca op het industrieterrein, maar bijvoorbeeld ook over ‘het stukje cultuurontwikkeling’ dat op Urk achterblijft; er is geen theater, geen bioscoop.

Anneke: ‘Wij hebben tegen elkaar gezegd: het boek van Matthias komt voor ons twintig jaar te laat. Ja, het leven is hier goed, ik kom niks tekort, maar de mensen die denken zoals wij denken, die vinden in dit dorp weinig weerklank. Wij kregen destijds weinig podium, weinig platform vanuit de samenleving en de politiek. Dit boek biedt de stevige basis die nodig is om het gesprek aan te gaan.’

Bert van Urk.Beeld Ivo van der Bent

Bert ziet het zo: ‘Verhalen die rondgaan, kun je interpreteren zoals je wilt. Maar zodra de feiten op papier staan, liggen ze vast. Nu hebben we een stuk tekst waar niemand meer omheen kan. Matthias is erin geslaagd in een half jaar de problemen van de laatste veertig jaar bloot te leggen.’

Anneke, half grappend: ‘Ik doe aan slachtofferhulp. Van de week belde een vriendin van mij om elf uur ’s avonds. Ze had de passages over seksueel misbruik gelezen. ‘Moet ik hier wel blijven wonen?’, zei ze. Morgenochtend krijg ik een andere vriendin op de koffie. Ook zij is erg geschrokken. ‘Ik sta ermee op en ik ga ermee naar bed’, zei ze.’

Zelf ging ze, toen ze het boek uit had, eerst maar eens 25 kilometer fietsen. ‘Ik voelde het machteloze gevoel van twintig jaar geleden terugkomen. Je wilt zó graag een kentering veroorzaken, iets structureel veranderen, maar je weet gewoon niet waar je beginnen moet.’

Bert: ‘Wij vergelijken de situatie op Urk weleens met de situatie in Amerika. De aanhangers van Trump zijn blind voor alles wat die man aan onzin uitkraamt. De gevestigde orde, de politiek op Urk, is blind of wil blind zijn voor alle uitwassen die hier gebeuren, zoals de illegale horeca op het industrieterrein.’

Anneke: ‘Het gaat mij ook om de bedekte terminologie. Ga de dingen eens noemen voor wat ze zijn.’

Bert: ‘Een illegale bar of discotheek waar minderjarigen dronken worden en drugs gebruiken is geen jeugdhonk.’

Anneke: ‘Ik zou ook zo graag zien dat jonge mensen weer iets willen bevechten, de barricaden op gaan. Dat geldt voor heel Nederland, trouwens.’

Declercq: ‘Ik begrijp dat Anneke dat zegt. Urk is het jongste dorp van Nederland: het percentage jongeren tot 15 jaar is hier met 28 procent flink hoger dan het landelijk gemiddelde. Als sommigen zich hier beknot voelen, sta op! Als je je vrijdagavond laveloos wilt drinken op het industrieterrein, goed en wel, maar vraag dan maandag ook aandacht voor het feit dat je ook eens iets anders wilt. Er mag ook best iets uit de cultuur zélf komen, zonder dat het van boven wordt opgelegd.’

De jongste en kerkelijkste

Urk is een voormalig eiland en qua oppervlakte de kleinste gemeente van de provincie Flevoland. Er wonen 21 duizend mensen. Het is een van de kerkelijkste gemeenten van Nederland, de gemeente met het hoogste geboortecijfer en de jongste gemeente. De bevolking is voor 95,8 procent autochtoon, 2,5 procent is van niet-westerse komaf. De ChristenUnie is op Urk de grootste partij.

‘Mooi boek trouwens!’, roept de receptionist van het gemeentehuis door de intercom. Declercq overhandigt zometeen zijn boek aan SGP’er Cees van den Bos (40), de Zeeuw die pas sinds begin oktober burgemeester is van Urk. ‘Dat kan een interessant gesprek worden’, zei Bert van Urk daarnet nog met een grijns. ‘Het lijkt me voor hem eerder een lesboek dan een leesboek.’

De nieuwbakken burgemeester staat met zijn ambtsketen om klaar in zijn werkkamer, de gemeenteslogan in de rug: ‘Verrassend, veelzijdig, voortvarend... Urk!’ Hij heeft gehoord dat De ontdekking van Urk veel teweegbrengt. ‘Er wordt over gesproken in termen als ‘positief-kritisch’. Als burgemeester moet ik dit gelezen hebben.’ Hij zegt dat hij graag leert van Declercq, die gekscherend opmerkt dat hij langer op Urk heeft gewoond dan Van den Bos. ‘Met wie moet ik volgens jou in gesprek gaan?’

Cees van den Bos, de nieuwe burgemeester van Urk.Beeld Ivo van der Bent

Met de jongeren, antwoordt Declercq resoluut. ‘Jongeren krijgen hier in mijn beleving een soort korset aangereikt: dit is onze identiteit, dit is hoe je het hoort te doen op Urk. Er is zeer weinig zuurstof in dat korset. Urk praat niet over de schaduwkant daarvan, en Urk schrikt als die schaduwkant zwart op wit staat. Ik vind dat Urkers de moeilijke dingen meer zouden mogen bevragen. Dat lijkt me voor een burgemeester ook belangrijk, dat er genoeg gepraat wordt.’

De burgemeester knikt. 

Declercq signeert zijn boek in het keukentje van boekhandel Koster.Beeld Ivo van der Bent

Bij boekhandel Koster zijn al vierhonderd exemplaren verkocht, vertelt eigenaar Corine Koster aan het eind van de middag. Declercq heeft beloofd het stapeltje boeken dat er nog ligt te signeren – een verse lading van honderd stuks arriveert helaas pas morgen, als de schrijver alweer in België is. De ontdekking van Urk heeft een prominente plek op de tafel met literatuur, met daarachter de afdeling christelijke romans. 

Declercq neemt plaats in het krappe keukentje, er zijn bokkepoten en mergpijpjes van de bakker – hoe vaak hij die zoetigheid niet kreeg aangeboden tijdens zijn verblijf hier. Koster drukt hem een briefje van 20 in de hand, met de opdracht in Gent een mooie bos bloemen te kopen voor zijn vrouw. ‘Dat is voor het halve jaar dat ze u moest missen.’ 

Dan steekt een ingeseind familielid haar hoofd om de hoek, De ontdekking van Urk onder haar arm. Het is de moeder van de vermoorde jongen Dirk Post, Marian Koster.

Marian Koster.Beeld Ivo van der Bent

Declercq zegt dat hij even niet weet wat hij moet zeggen. Zij weet het wel. Dat zijn boek makkelijk wegleest, al is ‘makkelijk’ misschien niet het juiste woord als het over het eerste hoofdstuk gaat. Dat is gewijd aan haar zoon, het drama waarvoor Declercq in 2009 naar Urk werd gestuurd. ‘Dat van onze Dirk’, zegt ze, ‘dat is eindelijk de hele waarheid.’ 

‘Dank u wel’, antwoordt Declercq. ‘Ik vind het oprecht bijzonder dat wij elkaar nu zien.’ Ze heeft alleen nog maar positieve dingen over het boek gehoord, gaat Marian Koster verder. ‘De Urker mentaliteit is goed gevangen. Ook een kennis die naar een zwaardere kerk gaat zei het: je krijgt een spiegel voorgehouden.’

Wéér die spiegel. 

Maar even later ook: een ondernemer die uitweidt over haar ervaring met de sociale controle op Urk en daarna zegt dat ze haar uitspraken beslist niet in de krant wil teruglezen. Een dag later zal ze er nog eens over bellen. Declercq noemt het ‘typisch’.

Buiten herhaalt hij wat hij eerder aan tafel bij Albert Visser zei, tegen de burgemeester, tegen Anneke van Urk die hem vroeg of hij haar misschien een inzicht kon aanreiken, iets waarmee Urk volgens hem als eerste aan de slag moet gaan. 

‘Niks moet’, is zijn antwoord. ‘Maar stuur je reactie op mijn boek niet naar mij. Stuur ’m naar je vader, naar je broer, naar je zus, naar een vriend. Het is veilig om mij om drie uur ’s nachts drie pagina’s te mailen, te zeggen dat ik je leven heb beschreven, dat je zo blij bent dat ik verwoord heb wat je zelf niet onder woorden durft te brengen. Ik waardeer al die berichten, ik ga er discreet mee om. Maar ze veranderen niks voor wie verandering wil. Met mij los je niks op. Mij hoef je nergens van te overtuigen.’ 

Het staat op papier, zegt Matthias Declercq, zijn rol is uitgespeeld. ‘Het is nu aan Urk.’

Fragment uit De ontdekking van Urk

‘De tijd, de geografie en de religie hebben elkaar versterkt en kneedden het eilandvolk tot een gemeenschap met dezelfde ideeën, dezelfde geschiedenis, dezelfde doelen, hetzelfde gedrag en dezelfde naam, alsof alle zijtakken samenkwamen in een krachtige rivier waarvan iedereen nu nog altijd weet waar die ontspringt – 966, Urch – en waar die naartoe stroomt: het hiernamaals. 

De Jan Bakkers, de Jan de Boers, de Jan Kramers, ze behoren nog steeds tot een uitzonderlijke, overgeleverde community of the mind, een geestesgemeenschap met duidelijke begrenzingen, die locatie en beroep overstijgt, met relaties die veel verder gaan dan alleen gezinnen en families, een gemeenschap waar Nederland zich nog altijd aan vergaapt, omdat de geseculariseerde wereld de slagbomen heeft opgetrokken en het beeld van het eigen, nationale, eendrachtige volk is vertroebeld.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden