Urban Renewal komt ondanks alle inzet nauwelijks in beweging

Bobby Watson Urban Renewal. Bimhuis, Amsterdam, 28 juni...

Wie luistert naar de groep Urban Renewal van saxofonist Bobby Watson krijgt het gevoel dat hij op een dieet van louter toetjes en koffie wordt gezet: het begint smakelijk en opwekkend, maar het duurt niet lang voor je zenuwen het begeven.

Nog geen vijf minuten na het begin van de lange eerste set realiseerde het kwartet een laaiende energie, die de meeste andere bands nooit bereiken. De uitbundige, jonge slagwerker Rodney Green jr speelt zo hard, dat het een wonder is dat hij nog hoort wat er om hem heen gebeurt. Maar zodra de pianist Orrin Evans in een vierkwarts-swing een figuur van drie of vijf noten introduceerde, reageerde Green ogenblikkelijk met een accentuering van dezelfde cross-rhythms.

Evans houdt van korte, knisperende zinnen - hij is zuinig met het pedaal - en de snelheid en striemende precisie van zijn rechterhand waren ook in visueel opzicht een genoegen. Contrabassist Essiet Okon Essiet heeft ook ervaring als basgitarist, en dat hoorde je in zijn spel: dat was snel en rotsvast, onderstreepte de onderliggende vorm en gaf elke noot een percussief duwtje in de rug. De versterker stond daarbij vol open. Essiet was het anker dat voorkwam dat de anderen wegfladderden in de ruimte.

De 43-jarige Watson debuteerde zo'n twintig jaar geleden als vurige altsaxofonist in de Messengers van Art Blakey, en zijn energie is er met de jaren niet minder op geworden. Hij groeide op in de buurt van Kansas City, en hoewel hij geen imitator van Kansas City's Charlie Parker is, heeft Watson net als zijn beroemde voorganger een heldere, brandende toon en houdt hij van drukke variaties op elementaire vormen als de blues. Zijn techniek is glanzend gepolijst, maar zijn ideeën hebben een directheid die herinnert aan de bijtende bluessolo's van altist Hank Crawford.

De wortels van Watsons muziek liggen open en bloot in zijn composities, die nagenoeg het gehele repertoire van Urban Renewal uitmaken. Gospel en Tamla Motown spelen daarin een grotere rol dan bebop. In elke Watson-ballad schuilt een pophitje dat z'n best doet eruit te komen. Zijn ballads draaien om aantrekkelijke, steeds herhaalde motieven, ook wel bekend als hooks. In Quiet as it's kept kabbelden de akkoorden kalmpjes op en neer, zodat ze makkelijk te volgen waren, net als de improvisaties die eruit voortvloeiden; heel toegankelijk, en niet alleen voor ingewijden.

De heldere eenvoud van Watsons composities is de kracht, maar ook de zwakte van zijn kwartet. Dat zou het dak eraf kunnen blazen, met vérstrekkende improvisaties die toch duidelijk verbonden blijven met de motieven waar ze aan ontspringen. Maar omdat veel van Watsons hooks, achtergrond-figuurtjes en akkoordenreeksen terug te voeren waren op korte zinnen van één tot hooguit vier maten, leek Urban Renewal ondanks alle inzet vaak nauwelijks van zijn plaats te komen. Het concert kreeg iets afmattends: alsof je keek naar de capriolen van vier overenthousiaste, doch veel te kort aangelijnde Sint Bernardhonden.

Urban Renewal deed vooral verlangen naar een demonstratie van Watsons weergaloze toon, bijvoorbeeld in een ouderwetse ballad met wat complexere harmonieën en grotere spanningsbogen, zoals Spring Can Really Hang You Up the Most of een van die Duke Ellington-Johnny Hodges-collaboraties die Watson vroeger speelde.

Wat minder caffeïne en suiker, en wat meer vezels, dan komt deze hyperactieve band pas écht in beweging.

Kevin Whitehead

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden