Animatie

Up (OV)

Stramme weduwnaar als kinderheld

Grote filmregisseurs concurreren niet met tijdgenoten, maar met zichzelf. Hun nieuwe werk dient zich allereerst te meten met het al behaalde succes. Hetzelfde gaat op voor de animatiestudio Pixar. Bij alweer de tiende speelfilm - de reeks opende in 1995 met Toy Story - zijn de verwachtingen hooggespannen. Is Up net zo mooi, ontroerend, geestig en vlot verteld als Toy Story 2, Monsters, Inc of WALL-E? En zo nee, wat zegt een minder geslaagde Pixar-loot dan over het nu al ruim een decennium lang zo geprezen bedrijf? Is de creativiteit op? Hebben de industriële krachten binnen Disney (dat Pixar in 2006 overnam) het voor het zeggen gekregen?


Allemaal spannende vragen, maar tegen de tijd dat Up in de Nederlandse bioscopen te zien is, ook al lang beantwoord. De avonturenfilm beleefde in mei al zijn première, als openingsfilm van het filmfestival van Cannes – een unicum voor een animatiefilm – en ondertussen staat de kassateller wereldwijd al op 460 miljoen dollar. Je kunt veilig stellen dat Up in elk geval in de ogen van de bezoekers voldoet aan de wensen.



Meer dan met de technische kwaliteiten, waarvan de ongekende kleurenpracht het meest in het oog springt, onderscheidt Up zich van de eerdere Pixar-films met de keuze voor het hoofdpersonage. De stramme Carl Fredericksen – mopperend weduwnaar van 78 – is een onwaarschijnlijke held voor een goeddeels op kinderen gemikt animatieavontuur, zélfs na het robotje Wall-E.



Dat Carl ooit jong is geweest, wordt duidelijk in de opening van Up, waarin hij als bebrild en weinig spraakzaam jongetje in versneld tempo opgroeit, en een meisje ontmoet – Ellie – dat zijn zucht voor avontuur deelt. Samen bewonderen ze de mythische ontdekkingsreiziger Charles Muntz, die op zoek naar een nog onontdekte vogelsoort vermist raakt in de Venezolaanse jungle. Carl en Ellie worden ouder, zonder ooit hun gezamenlijke droom te vervullen: een avontuurlijke reis maken.



Net als bij de vorige Pixar-film WALL-E, vatten de makers het emotionele hart van de film in het eerste deel van de vertelling, en ook nu gebeurt dat in enkele voor een animatiefilm zeldzaam ontroerende scènes, die dapper paden bewandelen die commercieel geachte kinderfilms doorgaans mijden – ook de dood doet zijn intrede.



Vervolgens ontrolt Up zich als een meer gangbaar en vrolijk gestemd holderdebolder-avontuur, waarin Carl op vermakelijke wijze gekoppeld wordt aan een niet bijster slim jongetje, dat de bejaarde man zijn diensten aanbiedt, om zijn laatste, nog ontbrekende woudlopersbadge mee te verdienen. Wanneer oud-ballonnenverkoper Carl in een finale poging om alsnog het avontuur te zoeken zijn woning ombouwt tot luchtvaartuig en naar Venezuela vliegt, blijkt het jongetje als verstekeling te zijn meegereisd.



Eenmaal in de Zuid-Amerikaanse jungle voegen zich verschillende dieren bij het stel, waaronder een pratende hond en een bont gekleurde vogel. Enige achilleshiel van Up is een soms wat vrijblijvend plot, dat de urgentie mist van – bijvoorbeeld – de zoektocht in Finding Nemo. Maar als de meest menselijke vertelling binnen de Pixar-stal, verdient Up zonder meer een ereplaats.



De film is op verschillende plaatsen in Nederland ook in 3D te zien. Een aardige toevoeging, maar zeker niet noodzakelijk. In 2D komt het rijke palet aan kleuren misschien zelfs beter tot zijn recht.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden