Drama

United 93

Werkelijk gebeurd

Met United 93 - een 'real time' relaas over de gebeurtenissen in een van de vliegtuigen die op 11 september 2001 werden gekaapt - sluit regisseur Paul Greengrass aan bij een populaire traditie van films en boeken die claimen dat het verhaal 'echt gebeurd' is. Maar voegt die wetenschap iets toe? En: is het tonen van de rampvlucht een vorm van ramptoerisme?


Twee stewardessen kletsen over ditjes en datjes. Terwijl ze aan boord van het vliegtuig in de weer zijn met koffiekannen en dienbladen, vertelt de blonde aan de donkere dat ze eigenlijk meer tijd wil voor haar kinderen. Ze zou vaker thuis willen zijn.


Wat? Kinderen? De gedachten springen op slag op tilt. Hoe zal het met hen gaan? Begrijpen ze wat hun moeder is overkomen? Bij wie zijn ze nu?


United 93 van de Britse regisseur Paul Greengrass is niet zomaar een relaas over het vierde vliegtuig dat op 11 september 2001 in een leeg veld in Pennsylvania neerstortte in plaats van op het door de kapers beoogde doel: het Capitool in Washington. De film laat geen ruimte voor twijfel: zo is het gegaan. Zo zijn de passagiers en de zelfmoordterroristen die ochtend ingecheckt. Zo loom was de stemming tijdens de vlucht. En zo werd er gereageerd in de controlekamers in Boston en New York, waar de koffiemokken pas aan de kant gingen toen bleek dat meerdere vliegtuigen van hun route waren afgeweken en er geen enkele reactie meer kwam op vragen vanuit de commandoposten.


Vlak voor de wereldpremière, afgelopen mei in New York, kwam in de Amerikaanse media een discussie op gang. Was het niet te vroeg om van de gebeurtenissen op die rampdag fictie te maken? Was de kans niet groot dat de afschuwelijke waarheid van de inzittenden tot een B-thriller zou verworden? De reclameleus van de film - '11 September 2001. Vier vliegtuigen worden gekaapt. Drie bereikten hun doel. Dit is het verhaal van het vierde vliegtuig' - beloofde in de ogen van de sceptici weinig goeds.


Film is van alle kunst het meest verbonden met het realisme. De eerste beelden, gemaakt door de gebroeders Lumière, laten een trein zien die aankomt op een station. Hiermee definieerden zij film als een medium dat de werkelijkheid in beweging kon zetten. Toen de illusionist George Méliès zich ermee ging bemoeien - hij introduceerde in zijn films met explosies en grollen zoiets als een verhaal -, werd die definitie opgerekt: de bioscoop bleek vooral ook een plek waar de werkelijkheid vergeten kon worden.


De regie van Greengrass maakt een spagaat tussen die twee uitersten: hij moet de bezoeker van United 93 onderhouden, en tegelijk dient hij voortdurend de indruk te wekken dat er niet met de nagedachtenis van de slachtoffers wordt gesold.


Niet voor niets laat Greengrass enkele luchtverkeerleiders in de film zichzelf spelen. Hun bijdrage geldt als een blijk van integriteit. De boodschap: dit verhaal volgt de werkelijkheid waar mogelijk. Een signaal dat Greengrass versterkt door zijn film in real time te vertellen. De bioscoopbezoeker is getuige hoe om kwart voor negen in de ochtend - vlucht 93 van United Airlines staat dan op de startbaan in de wachtrij - het eerste vliegtuig zich in het World Trade Center boort. Het is in de film drie minuten na tien als vlucht 93 in Pennsylvania als laatste van de vier vliegtuigen te pletter stort.

Waar gebeurd. Die simpele wetenschap geeft een film of een boek een lading. De kletsende stewardessen, de piloot die over zijn baby vertelt ('hij slaapt al lekker door'), de reiziger die net op tijd aankomt bij de terminal - zij zijn in United 93 levende doden, die een getuigenis afleggen van wat er precies gebeurde op die gitzwarte dag vijf jaar geleden.


De Italiaanse schrijver Primo Levi schreef in de essaybundel De verdronkenen en de geredden dat er in beschrijvingen van catastrofes nimmer sprake kan zijn van betrouwbare getuigen. 'De ware getuigen zijn dood, zijn degenen die tot het einde van de ervaring zijn gegaan, di

et gezicht van de dood voor zich hebben gezien.'


Die rigide opvatting, geschreven vanuit de vraag of waarheidsgetrouwe literatuur over de Holocaust mogelijk is, doet zeker opgeld voor de geschiedenis van United 93. De vlucht werd door niemand overleefd. Er bestaan geen mensen die van de werkelijke situatie verslag hebben gedaan. Greengrass heeft - na een studie van onderzoeksrapporten en uitgetikte telefoongesprekken - een waarheid gemodelleerd. Daarbij ging het hem niet alleen om waarheidsvinding: de spanningsboog moest ook voldoen aan de eisen van een spannend filmverhaal. Er is een proloog, er is sprake van actie, en er wordt vastberaden naar een climax toegewerkt, waarin een aantal moedige kerels besluit de moslimfundamentalisten te attaqueren.


United 93 past in de reeks van boeken en films die het onderscheid tussen non-fictie en fictie almaar diffuser maken. Schrijvers als Jorge Semprun, Norma Khouri, of dichter bij huis: Erwin Mortier, Annejet van der Zijl, Judith Koelemeijer, Kluun, en P.F. Thomèse baseerden romans op echt gebeurde verhalen, die worden ondersteund door herinneringen, gesprekken of kennis opgedaan in archieven en bibliotheken. Ook de regisseurs Michael Winterbottom (nagespeelde documentaires als The Road to Guantánamo), Michael Moore (documentaires verteld met verhaaltechnieken uit het speelfilmgenre) en Paul Greengrass mengen fictie en non-fictie. Hun films ogen als een neerslag van de werkelijkheid, terwijl ze wel gebruik maken van tevoren bedachte, nauwkeurig geconstrueerde scenario's.


Wat dit soort boeken en films extra waarde geeft, is de claim dat het verhaal echt is. Niet zomaar een verzinsel, maar het leven zelf. Het leven waarvan het publiek net zo goed onderdeel uitmaakt als de personages.


De vraag blijft: voegt die wetenschap iets toe? Is het tonen van de rampvlucht niet een vorm van ramptoerisme? Is de bioscoopbezoeker, gulzig de details van de helletocht consumerend, niet net zo'n sensatiezoeker als de automobilist in de kijkfile, die op de snelweg een glimp probeert op te vangen van het ongeluk aan de andere kant van de berm?


Greengrass bewijst dat 'waar gebeurd' niet per definitie neigt naar effectbejag. Zijn film - waarin de geweldsscènes vluchtig in beeld worden gebracht - maakt inzichtelijk wat het menselijke verstand in normale doen probeert toe te dekken: hoe het is een van de veertig passagiers te zijn aan boord een gekaapt vliegtuig.


In United 93 verwerft de vlucht definitief haar plaats in het collectieve geheugen. De nagespeelde werkelijkheid kleurt de werkelijkheid in, al is het maar omdat beelden door het publiek nu eenmaal worden gezien als bewijsstukken van wat wordt verteld - een gegeven dat de regisseur een grote verantwoordelijkheid geeft.


Kijk eens hoe het zweet langs het hoofd van de dader gutst. En ach, die aardige stewardess. Hoe zij nietsvermoedend aan de passagiers vraagt goed op te letten tijdens de veiligheidsinstructies. Dat verzint toch geen mens?


Natuurlijk heeft Greengrass net als iedere andere filmmaker tijdens het maken van United 93 een plan gehad. Hij peurt uit het leed van 11 september iets positiefs door van de inzittenden van UA 93 bijzondere mensen te maken, die in het zicht van de dood besluiten tot actie over te gaan - een daad die de overspannen terroristen nog meer van de wijs brengt.


Wat Greengrass ook doet, is afstand nemen van een populaire mythe, waarin wordt gesteld dat het vliegtuig door de overheid is neergehaald en dat spin doctors achteraf het verhaal hebben verzonnen van de opstandige reizigers. United 93 laat er geen twijfel over bestaan: 11 september 2001 overrompelde de Amerikaanse veiligheidsdiensten volkomen. Zowel president Bush als vice-president Cheney is lange tijd onbereikbaar, en de communicatie tussen het leger en de diverse veiligheidsdiensten blijft steken in bureaucratie en spraakverwarringen.


Wat Greengrass niet doet, is een dimensie

geven aan de achtergrond van de terroristische aanslagen. De film sluit de bioscoopbezoeker op in de horror van de kaping, en laat hem ronddolen in de verschrikkelijke minuten tussen het inchecken en de crash.


Dit soort fictie wordt interessant wanneer het loskomt van die net echt lijkende scènes en er mogelijkheden ontstaan om gedachten aan te wakkeren en associaties af te dwingen. Greengrass slaagt daarin. Hij weet tegen het einde de chaotische, wereldwijde strijd tussen de moslimfundamentalisten en het Westen in één beeld te vangen.


Op dat moment bidden de kapers in de cockpit verbeten tot Allah, terwijl enkele passagiers in paniek 'Oh my God' uitroepen - alsof ze iemand om hulp vragen die ze eigenlijk al helemaal vergeten waren.


Enkele seconden voor de crash gaan de kapers helemaal in hun gebed op. Een passagier vertelt door de telefoon aan een naaste hoeveel zij van hem houdt, in het besef dat er nu geen mogelijkheid meer is om voor die geliefde meer quality time vrij te maken.


Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden