Unieke Marokkaanse muziek uit het stof wedergekeerd

Bespreking: de opnamen van Paul Bowles

Ze lagen decennia in het beroemde Library of Congress, tot een gewiekst label de unieke opnamen van Marokkaanse muziek afstofte. Je weet niet wat je hoort.

De box Music of Morocco.

Wat de Amerikaanse schrijver Paul Bowles (1910-1999) precies in Marokko te zoeken had, eind jaren veertig? Zijn eigen verklaringen uit die tijd zijn vaag. Bowles zocht iets als 'primitieve schoonheid' - hij zou zich nu waarschijnlijk anders hebben uitgedrukt. Hij zocht diepe spiritualiteit, die volgens hem opgesloten zat in het landschap en de cultuur rond het Rif- en Atlasgebergte, en die hem zou dienen als inspiratie voor zijn existentialistische meesterwerk The Sheltering Sky (1949).

Wat Bowles verder ook aantrof in Marokko, het was genoeg om zijn leven lang in het land te blijven. Bowles vestigde zich in Tanger en daar kwamen de grote Amerikaanse schrijvers Truman Capote, Tennessee Williams en Gore Vidal buurten, gevolgd door de beatschrijvers Allen Ginsberg en William Burroughs. Marokko werd - mede dankzij het voorwerk van Bowles - het toevluchtsoord voor hippe schrijvers en later ook popmusici.

In 1968 kwam zelfs Rolling Stone Brian Jones op visite in het dorp Joujouka, waar hij door een aantal beatschrijvers werd voorgesteld aan de trancemusici van de Master Musicians of Joujouka - volgens Allen Ginsberg 'een vierduizend jaar oude rock-'n-rollband'. Met hen nam Jones het album Pipes of Pan op, een plaat die de wereld opende voor de mystieke Marokkaanse trancemuziek uit de soeficultuur. Muziek die daarna tot in de avant-gardejazz van de jaren zeventig zou doordringen.

Paul Bowles was toen al twintig jaar betoverd door de Master Musicians of Joujouka, en door de dans- en feestmuziek zoals die al vanaf de Middeleeuwen moest hebben geklonken aan de hoven van de Noord-Afrikaanse sultans. Alleen in de muziek was volgens Bowles 'de ware geschiedenis en mythologie van Marokko' te vinden, schreef hij in een essay in 1972. 'Elke fase van de eeuwenlange strijd van het Marokkaanse volk is te vinden in een lied.' En hoe triest was het volgens Bowles dan ook dat de islamitische krachten in het land probeerden de muziek uit te bannen - toen al. Hoogverraad aan de eigen cultuur.

Waarschijnlijk voorvoelde Bowles dat de muziek uit de overlevering langzaam maar zeker uit Marokko zou verdwijnen. En trok hij daarom in 1959 met een opnameapparaat de bergen in, om de hypnotiserende en adembenemende muziek van Berbers, Sefardische Joden en Gnawa-geloofsgemeenschappen vast te leggen en te bewaren voor de eeuwigheid. In 1972 verschenen zijn opnamen op plaat, maar daarna werden de banden in een diepe la van het Amerikaanse Library of Congress in Washington geschoven.

Zonde, vond het Amerikaanse heruitgave-label met de toepasselijke naam Dust-to-Digital. De opnamen werden opgediept, afgestoft, aangevuld met niet eerder uitgebrachte opnamen en in een prachtige cd-box gegoten, inclusief landkaarten, reisverslagen en een boek met uitgebreide achtergronden per opname, geschreven door Bowles zelf. Luisteren naar de vier cd's met vijf uur muziek is een bijna metafysische ervaring, want gekanaliseerd door de lange microfoonarm van Bowles staan we oog in oog met een houtblazersorkest uit de stad Imzouren, dat geweerschoten afvuurt bij wijze van ritmische accentuering en verhoging van de feestvreugde.

De levenskracht die uit de muziek straalt, is soms verpletterend, mede omdat de opnamen klinken alsof ze gisteren zijn gemaakt: kraak- en nagenoeg ruisvrij. De bijna een kwartier durende vocale trance van zes meisjes die in twee groepen van drie tegen elkaar in zingen, begeleid door tegenritmen van trommels en een antieke driesnarige 'gimbri'-gitaar, is overweldigend en hallucinant, en je voelt bijna de bewustzijnsverruiming die de schrijver Bowles bij deze muziek moet hebben ervaren.

Opvallend is het geschreven commentaar van Bowles, die zich een groot kenner toont: 'In dit lied horen we twee niet-gerelateerde muzikale culturen. De gimbri speelt Arabische toonschalen terwijl het gezang Berbers is, met intervallen uit de Berberse muziek. Persoonlijk vind ik deze muziek zeer verontrustend maar dat komt misschien omdat ik me bewust ben van de culturele degeneratie die eraan ten grondslag ligt.'

Hoe ongelooflijk rijk gevarieerd de traditionele Marokkaanse muziek was - alleen al in deze tijdscapsule uit 1959 - blijkt een cd verderop wel uit een compact liedje als Mellaliya, gezongen door een zekere Embarek ben Mohammed. Bowles liep tegen hem aan in een zijstraatje van Marrakech, waar Ben Mohammed met een gitaar op de grond zat te spelen - het Marokkaanse equivalent van onze straatmuzikant voor de HEMA.

Bowles startte de band en nam een liedje op over een man die steeds tegen dezelfde vrouw aanloopt, haar vraagt om een stukje mee te rijden op zijn fiets, waarna zij hem dronken voert met een goede fles wijn. Niet bepaald vroom, en eigenlijk een perfect singer-songwritersliedje van een straatmuzikant die hier waarschijnlijk zijn eerste en laatste opname ooit maakte.

Dat we na bijna zestig jaar nog eens naar Embarek ben Mohammed kunnen luisteren, op een glimmend cd'tje, is natuurlijk een groot muzikaal wonder waarin de zanger zelf niet geloofd zal hebben.

Music of Morocco, Recorded by Paul Bowles 1959 is verschenen bij het label Dust-to-Digital.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.