Tentoonstelling In de ban van de zee

Unieke collectie zeegezichten voor het eerst in museum te zien

De collectie van Anthony Inder Rieden wordt getoond in Museum Bredius in Den Haag.

Abraham Storck, Spiegelgevecht op het IJ ter ere van Tsaar Peter de Grote op 1 september 1697. Beeld Museum Bredius

Een goede marineschilder, zegt Anthony – ‘Tony’ – Inder Rieden (79) schildert een boot ín het water, niet erop. Hij laat het vaartuig in de golven ‘hangen’. Inder Rieden ziet het verschil omdat hij zelf sinds zijn jonge jaren vaart, maar ook omdat hij al veertig jaar kijkt naar schilderijen met schepen erop. Zijn collectie is nu voor het eerst te zien voor publiek. Het Haagse Museum Bredius (tegenover de Hofvijver) heeft de primeur.

De collectie bestaat uitsluitend uit zeestukken uit de 17de eeuw, een periode alom erkend als een gouden tijd voor het genre, en bevat zo’n beetje alle vooraanstaande beoefenaars ervan: Hendrick Cornelisz Vroom (een werk), Jan Porcellis (twee werken), Simon de Vlieger (vier), vader en zoon Van de Velde (samen zeven schilderijen). Zevenenzestig zijn het er in totaal, de grootste privéverzameling van dit type ter wereld. Normaal gesproken siert ze de muren van zijn Londense woning, een Victoriaans pand in de wijk Kensington – alle muren, ook die van het trappenhuis en de studeerkamer. Om niet geconfronteerd te worden met de lege wanden, brengen Inder Rieden en zijn echtgenote de feestdagen in Wenen door.

Inder Rieden begon met verzamelen in 1981. De handelaar John Hoogsteder adviseerde hem toen zich te concentreren op één genre. Zijn eerste aankoop was een zeestuk van Reinier Nooms: veerschepen bij een aanlegsteiger. Al kijkende en lezende groeide in de decennia erna zijn onderscheidingsvermogen, iets waarin hij lijkt op de naamgever van het museum, de Rembrandtkenner en oud-Mauritshuisdirecteur Abraham Bredius. Een connaisseur durft Inder Rieden zich inmiddels wel te noemen.

Zijn aankopen heeft hij altijd gedaan op intuïtie, licht de verzamelaar toe: ‘Ik moet een schilderij mooi vinden, daar begint en eindigt het mee. Vind ik het niet mooi, dan koop ik het niet. Ook niet als de maker in kwestie wordt beschouwd als een belangrijke meester, nee. Het gevolg daarvan is dat er gaten zitten in mijn collectie. Van een erkende meester als Adam Willaerts bezit ik niets. Zijn werk trekt me domweg niet. Van een onbekende schilder als Hendrick Jacobsz. Dubbels bezit ik dan weer meerdere stukken.’

Anthony Inder Rieden bij een van de werken uit zijn collectie. Beeld Joris Hentenaar

Zijn voorliefde voor marineschilderkunst is niet los te zien van zijn liefde voor het water in het algemeen. Hij groeide op in Zandvoort aan Zee en was een fanatiek roeier (positie: slag) en zeiler. De zee trekt hem aan vanwege haar leegte en tijdloosheid; in zijn drukke leven biedt ze welkome rust. Zeker, hij bezit ook schilderijen met woelig water, zoals de werken van Abraham van Beijeren of Gerard Pompe, maar de spiegelgladde taferelen hebben de overhand. Lege, tonale, romantische en soms 19de-eeuws aandoende werken: die vindt Inder Rieden mooi.

Door het verzamelen is hij beter naar de zee gaan kijken: ‘En niet alleen naar de zee. Ook naar de lucht erboven. Die schilderijen hebben me de ogen geopend voor hoe mooi wolken kunnen zijn.’ Anders dan in Engeland geniet het marineschilderij in Nederland een niet al te grote populariteit, weet Inder Rieden. Heet de maker geen Van de Velde of Porcellis, dan blijft het werk in kwestie vaak in het depot. In het Mauritshuis, zo moest de verzamelaar onlangs nog tot zijn spijt constateren, hangen slechts vier marines op zaal – een fractie van wat het museum bezit. Zonde! Zeeschilders zitten volgens hem gevangen in hun obscuriteit.

Gelijktijdig met de expositie verschijnt een omvangrijke publicatie over de collectie van kunsthistoricus Gerlinde de Beer. Het door Inder Rieden gesubsidieerde boekwerk was veertien jaar in de maak en telt bijdragen over alle schilderijen en hun makers plus zo’n negenhonderd kleurenreproducties. Aardig aan het boek is ook de bijdrage van meteoroloog Franz Ossing, die het weer op de zeestukken bestudeerde. De weergave van het klimaat getuigt van een in eerdere tijden ongeziene graad van naturalisme, al diende het soms ook een puur retorisch doel: onder een imposante donderlucht oogden de scheepjes nog kwetsbaarder. Slechts een enkele keer zat men ernaast. Op een zeegezicht van Abraham van Beijeren is de richting van de zeilen van de schepen (links naar rechts) precies tegenovergesteld aan de drijfrichting van de wolken (rechts naar links). 

In de ban van de zee: De Gouden Eeuw van de Nederlandse marineschilderkunst. Museum Bredius, Den Haag, t/m 1/3.

Anthony Inder Rieden
Anthony Inder Rieden is een Nederlandse fiscaal adviseur en manager, deels woonachtig in Londen. Hij ging naar het gymnasium in Haarlem en studeerde rechten in Leiden. Later woonde hij op Curaçao en de Bahama’s, waar hij onder meer directeur was van Fortis Fund Services, een dochteronderneming van Fortis Bank Nederland. Op de Bahama’s houdt hij nog altijd kantoor. Hij leidt er verschillende hedgefondsen.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden