Und nun auch Koos Terpstra

Nederlandstalige toneelschrijvers zijn geliefd in Duitsland. Het fonds van de Frankfurter Verlag der Autoren is voor een kwart Nederlands. Theatermakers die streven naar een 'on-Duitse' speelstijl, kiezen voor werk van Nederlanders....

AAN HET EIND van de rij schudt een oudere heer zijn hoofd. Hij kijkt opzij, dan opnieuw naar het toneel. Schudt weer nee. De oorlogen die de actrice opsomt zijn hem kennelijk te veel. Hij is minstens 70 - zij 24. In elk van haar levensjaren telt zij zeker acht oorlogen. 'In 1990 gab es einen Aufruhr in Albanien.' En verder gaat ze met Kasjmir, Laos, Azerbeidjan, Senegal, Mali, Niger, India, Indonesië, Irak dat Koeweit binnenvalt, Rwanda en Georgië. Links zitten twee jonge mensen halsreikend te luisteren. Na afloop klappen ze dat de stukken eraf vliegen. En ze zijn niet de enigen. Ook de hoofdschuddende heer applaudisseert. Koos Terpstra lijkt in het Duitse stadje Erlangen met zijn nieuwste stuk Meine Elektra het pleit te hebben gewonnen.

Het is geen gewone voorstelling. De tekst laat weinig ruimte voor de metaforen waar het Duitse publiek aan gewend is. Hoe mooi Elektra haar broer Orestes ook verwelkomt: Und da bist du und du gehörst mir ganz und gar/ und wie schön du bist/ und wie stark du bist/ wie sehr bist du der Orest von dem ich träumte. Terpstra windt er geen doekjes om, hij grijpt het klassieke thema aan om ons met de neus op de feiten te drukken. Oorlogen die leiden tot wraak en wroeging. Hij heeft er met deze vijf acteurs een luchtige voorstelling van gemaakt. 'Fijn dat u er bent', begint de Duitse actrice die in haar eentje het koor speelt. 'Ik ben Sylke Hannasky, 24 jaar. Ik ben actrice bij het Stadtheater Erlangen.'

Zo'n ons-kent-ons-begin is in Duitsland volstrekt ongebruikelijk. En juist met dit toneelstuk wordt het fraai gerenoveerde stadstheater officieel heropend. Erlangens intendant, Harmut Henne, durft. En schrijver/regisseur Koos Terpstra vindt het 'een hele eer'. Henne kent Terpstra's werk. Op uitnodiging van Theaterfestivaldirecteur Arthur Sonnen zag hij Vijand van het volk. Meteen was hij geïnteresseerd. Vorig seizoen bracht hij Terpstra's Troje Trilogie in Erlangen, maar de regie miste de lichtvoetigheid waarbij dat stuk gedijt. Dus vroeg Henne of Terpstra zelf wilde komen regisseren. Elektra van Sophocles zou het worden. Maar op de valreep besloot Terpstra zijn eigen Elektra te schrijven, toegesneden op deze spelers.

Het theater adverteert snedig: 'Elektra. Viele haben über sie geschrieben: Sophocles, Euripides, Giraudoux, Sartre, Hauptmann, O'Neill, Hofmannsthal - und nun auch Koos Terpstra.' Als dat niet getuigt van respect.

'Ben je in Nederland een lulletje dat wel eens wat heeft geschreven', zegt Terpstra, 'hier sta je als schrijver op een ander niveau.'

Henne is blij met hem, hij streeft naar een ensemble met meer inspraak van acteurs en een 'on-Duitse speelstijl'. Daar kan het Nederlandse repertoire bij helpen. Henne: 'Bij jullie stappen spelers met het grootste gemak in en uit hun rol. Die souplesse is hier heel ongewoon. De meeste schrijvers en regisseurs werken met geharnaste concepten.'

Terpstra heeft louter lof voor de acteurs: 'Zo open, zo betrokken. Door die rare hiërarchie doen ze reusachtig hun best om jou te begrijpen. In Nederland is dat vaak andersom.'

In de recensies wordt vooral Lea Schmocker geprezen die als Clytaemnestra opkomt als een monster met een ooglap en een slepend been om gaandeweg in een aandoenlijke vrouw te veranderen. 'Koos sprak ons aan op onze eigen betrokkenheid', vertelt ze. 'We moesten zelf uitmaken wat we met onze rol en met het stuk wilden vertellen. Dat is bijzonder. Meestal moeten de acteurs dienstbaar zijn, ze krijgen ook het liefst een vorm aangereikt. Ik hou er meer van mijn eigen vorm te vinden.'

Ook Karl-Heinz Braun, grand old man van de Frankfurter Verlag der Autoren, is van de partij op de première. Hij heeft inmiddels drie stukken van 'der Koos' in zijn fonds. Duitslands grootste uitgeverij op theatergebied is gek op Nederlandstalige schrijvers. In totaal heeft ze er dertig onder contract, een kwart van het totale bestand.

Een speciale plaats nemen daarbij van oudsher de auteurs voor jeugdtheater in. Ad de Bont, Suzanne van Lohuizen, Pauline Mol worden hier al jaren ongekend veel gespeeld. De Bont, artistiek leider van de Amsterdamse Theatergroep Wederzijds, staat onbetwist aan de top. Een seizoen met meer dan vijftien voorstellingen van zijn stukken komt voor. Elke Duitse stad heeft immers zijn eigen Stadstheater en er wordt zelden gereisd. Doen ze in Hamburg een stuk, dan kan datzelfde stuk tegelijkertijd worden gespeeld in Berlijn of München.

Braun: 'We geven hun teksten al meer dan tien jaar uit. Die stukken verlosten de jeugd én de makers van het oubollige sprookjestoneel en het politieke moralisme. Door de Nederlanders kreeg de fantasie weer alle ruimte.'

Volgens Suzanne van Lohuizen zijn de meeste van die teksten op de vloer ontwikkeld. 'Allemaal hebben we gespeeld, geregisseerd, de theaterpraktijk kennen we van binnen en buiten. Duitsers denken dat een voorstelling met een tekst begint. Zij zitten in hun kamertje te schrijven en bieden hun stuk aan bij de Verlag. Daar gaat men vervolgens met zo'n tekst leuren.'

'Het is niet zomaar een uitgeverij', zegt ze. 'Ze hebben een naam hoog te houden. Je geeft je tekst helemaal af, zij nemen de wereldrechten. Gelukkig maar, in Nederland blijft ons repertoire na de eerste voorstelling bijna altijd ongespeeld. Er is geen geld om stukken uit te geven, maar er is ook geen markt voor.'

Schrijver Karst Woudstra weet er alles van. 'Een aantal stukken van mij bestaat in Nederland gewoon niet', zegt hij. 'Neem Strand, de Duitse versie van Aan Zee. Dat is alleen in Duitsland en Zwitserland gespeeld. Of De dood van Heracles. Niemand wilde het doen in Nederland, ik heb het nota bene zelf in Zürich moeten regisseren!'

'Je moet in Potsdam gaan kijken', zegt hij door de telefoon vanuit Berlijn. 'De stille grijzen. . . staat daar heel mooi, een intelligente regie.' Zijn stukken zijn gewild en meestal is hij te spreken over wat de Duitsers ermee doen. 'Alleen de bezetting deugt niet altijd. Met die vaste ensembles moeten ze ook wel eens mindere acteurs nemen, die horen nou eenmaal bij zo'n gezelschap. Maar dat levensechte realisme zie je niet bij ons. En het Duits vind ik vaak prachtig. Je kunt gedachten heel helder formuleren. Het is langzamer. Nederlanders praten heel snel, dat kunnen Duitsers niet met al die medeklinkers.'

Is er een verband met de aandacht voor Nederlandse romanschrijvers op de Frankfurter Buchmesse? Een beetje, vindt Braun. 'Iemand als Hugo Claus was volkomen onbekend, die wordt nu mondjesmaat gespeeld. Die belangstelling is trouwens wel begrijpelijk. Duitse romans zijn essayistisch, hoge kunst vol diepe gedachten, maar weinig lezersvriendelijk. Nederlanders kunnen vertellen: Nooteboom, De Winter, Mülisch. Daarom worden die boeken bestsellers. Voor het theater geldt misschien iets vergelijkbaars. Nederlanders schrijven voor het moment. Volgend jaar maken ze weer wat anders. En allemaal komen ze uit het theater. Hier doen we al decennia lang ons best schrijvers het theater in te slepen. Nooit gelukt. Alleen met een première.'

Het succes heeft ook een uitgesproken inhoudelijke kant. Een stuk als Van Lohuizens Dossier Ronald Akkerman over aids wordt telkens opnieuw opgevoerd. Het is de flashback van een verpleegster: een aidspatient komt na zijn begrafenis haar kamer binnenwandelen en samen reconstrueren ze het afgelopen jaar tot aan zijn zelfgekozen dood. Van Lohuizen denkt dat het daarom in Duitsland nog steeds zo gewild is. 'Het maakt euthanasie bespreekbaar. Dat is daar een taboe van jewelste. Omdat het associaties oproept met het Derde Rijk. Niemand durft erover te praten.'

Iets dergelijks geldt misschien ook voor Schrijf me in het zand van Inez van Dullemen, al even veel gespeeld, dat incest als thema heeft. En voor Du bist meine Mutter (U bent mijn moeder) over dementie, ooit een verbluffende solo van Joop Admiraal. Het stuk staat al tien jaar op het theaterprogramma. Dit seizoen alleen al telt acht opvoeringen, van Bamberg tot Braunschweig.

En dan hebben we het nog niet over de megaproductie Schlachten, Tom Lanoyes Shakespearemarathon, maar liefst in twee edities uitgegeven. Of over de eenakters van Gerardjan Rijnders. Of de stukken van Judith Herzberg. Haar Leedvermaak (Lea's Hochzeit) werd in 1990 gekozen als beste buitenlandse toneelstuk. Maar ook haar andere stukken, zoals Kras, En/Of, Een goed hoofd zijn geliefd.

Herzberg: 'Harald Clemen had Leedvermaak in Wenen gedaan. Geweldig, hij was er helemaal ingedoken. Toen ik hem later weer ontmoette, vroeg hij hoe het toch ging met al die mensen, de figuren uit het stuk. We spraken erover alsof het mijn eigen familie was. Ik was nog niet begonnen aan Rijgdraad. Het idee voor een vervolg was er wel. Dat gesprek heeft me op weg geholpen.'

Vorige week was ze in Paderborn, vlakbij Stuttgart, om de première van Ein guter Kopf te zien. 'Van tevoren ben ik dan vooral bang dat ik het niet goed zal vinden. Die mensen zijn allemaal zo betrokken, zo aardig en zo benieuwd wat ik ervan vind. Gelukkig vond ik het mooi, het was heel simpel. Soms hebben ze te veel geld en dan vind ik het meestal niet goed. Dit was in een kleine zaal, ze konden gewoon praten. Ik was echt ontroerd. Misschien ook omdat het in een andere taal toch op een nieuwe manier op je afkomt.'

En ook van jeugdtheaterschrijfster Heleen Verburg, een betrekkelijke nieuwkomer, wordt inmiddels elk stuk vertaald. In Potsdam ging ze naar haar Aschenputel kijken. 'Een belevenis. Live muziek, groot toneel, een enorme kerstproductie. Het was een feest. En al die egards! Ongelofelijk. Je komt als een wildvreemde en meteen ben je iemand: Autorin. De regisseur ging nota bene af om voor mij bloemen te halen.'

Ad de Bont laat zich kritischer uit, vaak mist hij de 'persoonlijke investering' in Duitsland. 'Het zijn ambtenaren, ze hebben toch een cultuur van bazen en knechten. Dat voel je in alles. Het leeft niet. Snelle wendingen, in en uit rollen stappen, zo'n stijl moet je vullen met je eigen plezier, anders levert het niks op. Duitsers denken met die teksten ook nieuwe ensceneringen in huis te hebben. Maar dat is een misverstand.'

Alleen de import van Nederlandse teksten is niet genoeg, meent Braun van de Frankfurter Verlag. 'Duitse theatermensen zouden regelmatiger in Nederland moeten gaan kijken. Dat gebeurt veel te weinig. We krijgen ze er niet heen. Misschien moet er een speciale editie van jullie Theaterfestival in een Duitse stad komen - na Amsterdam ook München en Berlijn.'

Tot die tijd houdt hij het Nederlandse toneel zo goed en zo kwaad als het gaat in de gaten. En de Vlaamse. Arne Sierens is net ontdekt.

Weet de verslaggeefster soms nog nieuwe auteurs? Voor jongeren? Ai, interessant. 'Gerritsen? Van Woensel? Wacht even, hoe schrijf ik dat precies?'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden