Drama

Un prophète

Gelaagde filmervaring met debuut van rasacteur

Het eerste dat opvalt aan het voor een Oscar genomineerde Un prophète, is hoe weinig nodig is om je voor het hoofdpersonage te winnen. Daar staat hij, de 19-jarige Malik, op de eerste dag van zijn zesjarige gevangenisstraf. Tenger en vervuild. Wat hij precies heeft gedaan, blijft ongewis, net als de oorsprong van de wond onder zijn rechteroog.

Noord-Afrikaans uiterlijk, opgegroeid in een tehuis, praktisch analfabeet – verder gaat de informatie niet. Ben je moslim, vraagt de bewaarder. De schouders van Malik gaan iets omhoog. Eet je varkensvlees? Wat maakt het uit, spreekt de gezichtsuitdrukking van de jongen.

Het is moeilijk om in woorden recht te doen aan het superieure acteertalent van debutant en hoofdrolspeler Tahar Rahim, die vanaf de eerste scène bezit neemt van Malik. Daarbij kent hij het voordeel van de nieuweling; er dringen zich geen eerdere rollen van hem op. Maar veronderstellen dat Rahim zichzelf speelt, is niet goed kijken naar zijn volstrekte beheersing: dit is een rasacteur.

Malik belandt tussen de geharde criminelen, die op de binnenplaats meteen met geweld zijn gymschoenen inpikken. Juist door zich niet bij een groep aan te sluiten, vestigt hij de aandacht op zich. De Corsicaanse gevangenen die heersen over het cellencomplex, zetten Malik onder druk om een Arabische medegevangene om te brengen, en lijven hem in als schoonmaakhulpje.

Un prophète ging in 2009 in wereldpremière tijdens het Filmfestival in Cannes, en werd daar bekroond met de Grand Prix van de jury. Het was de internationale doorbraak voor regisseur en scenarioschrijver Jacques Audiard (1952), die eerder een lading Franse filmprijzen won met zijn misdaaddrama De battre mon coeur s’est arreté (2005).

Zonder nadrukkelijk te hoeven breken met de genrewetten van de gevangenisfilm, tuigt Audiard Un prophète op tot een gelaagde en meerduidige filmervaring. Het grimmige realisme wordt soms afgewisseld met poëtische beeldflarden en surrealistische droomscènes. Maliks tweeënhalf uur lange, gestage klim in de rangorde van de gedetineerden, is tegelijk een zinderende dans met wisselende identiteiten. Voor de Corsicanen is Malik een moslim, voor de moslims is hij op z’n minst een halve Corsicaan.

Audiard laat dat geschuif met identiteiten ook buiten de gevangenismuren terugkeren; wanneer een kompaan van Malik resocialiseert als belmedewerker, dient de Arabier zich bij klanten als Jean-Pierre voor te stellen. Het verleent Un prophète een soortgelijke sociale urgentie als La haine (1995), het meesterwerk van Mathieu Kassovitz over jongeren in de Parijse buitenwijken.

Maar Audiards Malik is een meer universele dan multiculturele held; voor hem vormen geloof en afkomst slechts een jas, geen huid. Hij belichaamt met zijn rug tegen de gevangenismuur het vooruitgangsideaal, en speelt iedereen tegen elkaar uit. Prachtig zijn de scènes met de Corsicaanse maffiabaas César (Niels Arestrup), die zijn imperium ziet verschrompelen, en zijn positie ten opzichte van Malik moet heroverwegen. Maar het meest verbluffend zijn de vluchtige, introspectieve geluksmomenten van Malik op verlof. Even geen keiharde gangster, maar gewoon een jongetje, dat voor het eerst langs zee wandelt, of de baby van een vriend optilt. Volkomen overtuigend, ontwapenend en zelfs ontroerend.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden