Uitkleden van architectuur onbegrijpelijk

De overheid laat de architectuur in de steek en de sporen daarvan zijn zichtbaar in het landschap. Terwijl Nederland een naam heeft hoog te houden, betoogt Aaron Betsky....

De mooiste nieuwe ruimte in Nederland is ondergronds, duur en lekt. Hetis de tramtunnel in Den Haag. Loop langs de mislukte uitbreiding van deTweede Kamer, negeer het patserige geweld van de uitdijende warenhuizen enhet monolithische kasteel van bureaucratie dat stadhuis heet, duik onderde grond - en je bent in een ruimte waar de bewegingen waaruit een echtestad is opgebouwd, opeens zichtbaar worden.

Een grote stad is niet een verzameling monumenten en kantoorkolossen,het is niet slechts een plek waar velen van ons wonen, maar het is vooraleen kruispunt van mensen, goederen en informatie waar door de voortdurendebewegingen een nieuw soort ruimte wordt gemaakt, die je stedelijk kuntnoemen. Die ruimte is er nu in Den Haag. Het is een lichte en luchtigeruimte waar trams, auto's en voetgangers niet alleen elkaar, maar ook destructuur die hen samenbrengt duidelijk kunnen zien.

Een architectuur die echt Nederlands is, die dit land letterlijk enfiguurlijk samenbrengt, is een van de grote verworvenheden van hetpolitieke en culturele stelsel hier. Ik ben alleen bang dat die traditiein de tramtunnel begraven zal blijven, terwijl de politiek erboven hetNederlandse landschap naar de ruimte-etende wolven gooit.

De tramtunnel is infrastructuur die architectuur is geworden. Het isniet toevallig dat hij is ontworpen door het Office for MetropolitanArchitecture van Rem Koolhaas. Nederland is een en al infrastructuur,anders was het moeras, en Koolhaas is de architect die het idee als eersteheeft verwoord dat we vorm moeten geven aan de verbanden tussentechnologie, de ruimte die dat vernuft maakt en de intensiteit van gebruik.

Hij en zijn kompanen hebben het stramien van de polders en de sloten,de dijken en de rijtjeshuizen, de pakhuizen en de schepen tot zichtbarevorm samengesmolten. De Nederlandse architectuur van de afgelopen decenniais schitterend - niet omdat zij monumenten bouwt, maar omdat zij de oudetradities van Nederland, van dijkhuis tot sociale woningbouw, van brug enspoorweg, nieuw leven inblaast. Die architectuur is ook zo mooi, omdat zenuchter maar vol inventiviteit doet wat nodig is.

Kijk naar de vaak verguisde Vinexwijken. De beste daarvan, zoalsLeidsche Rijn, houden vast aan de structuur van de polder, die de essentievan het Nederlandse landschap is, behouden zo veel mogelijk groen - redenwaarom de meeste mensen er willen wonen - en zetten dan moderne versies vande rijtjeshuizen neer die zo bekend ogen dat ze aantrekkelijk, maar ookgroter, lichter en luchtiger zijn. Kijk aan de andere kant naar dekunstwerken van de HSL. De nieuwe brug over het Hollandsch Diep, dekruising met de A4 en de andere ingrepen verheffen de infrastructuur - demessnede op immense schaal door het volle Nederlandse landschap die dezelijn vertegenwoordigt - tot kunst.

Zo zijn er nog veel meer voorbeelden te vinden van goede Nederlandsearchitectuur. De vraag is dan: hoe komt die tot stand? Het eerste antwoordis dat Nederland al lange tijd openstaat voor goede architectuur en dieaanmoedigt. Dat is echter niet vanzelf gebeurd. De overheid heeft daaropaangestuurd door opdrachten te verstrekken voor niet alleen rijksgebouwen,maar ook voor postkantoren, stations en scholen, en natuurlijk voor diedijken en bruggen. Ook hebben lokale overheden de ruimtelijke ordening enwoningbouw zo sterk omkaderd dat Nederland daarvan de beste voorbeelden inde wereld heeft, van Amsterdam-Zuid tot de wederopbouwwijken van Rotterdamen de experimenten in Almere.

Begin jaren negentig van de vorige eeuw begon de overheid zich terug tetrekken uit het directe opdrachtgeverschap. PTT en NS moesten het maar zelfuitzoeken en de woningbouwcorporaties werden verzelfstandigd. De resultatenwaren vaak desastreus. KPN en TNT zetten het ene na het andere gedrochtneer, en de mooie gele treinen zijn verloederd tot afvalruimten mettl-licht. De corporaties, nu op winst gerichte ontwikkelaars enverhuurders, hebben het doorgaans beter gedaan, omdat zij veelal wordengeleid door stedenbouwers en architecten die nog uit het oude stelselkomen, maar aan de horizon verrijzen steeds meer geïsoleerde burchtenzoals Haverlij buiten Den Bosch, waar de gegoeden zich isoleren in eennostalgische droom van een verleden dat nooit heeft bestaan.

De laatste stap in deze terugtrekkende richting is de Nota Ruimte, diede regie helemaal loslaat. Nederland moet een serie met elkaarconcurrerende regio's worden, die proberen zo veel mogelijk investeringenbinnen te halen. Wat er specifiek aan Nederland is, wat er mooi of goed isaan dit land, laat deze overheid in het midden - letterlijk en figuurlijk.De infrastructuur die ons bindt, omdat we die samen gebruiken, en die onsdus ook een gemeenschappelijke identiteit moet geven, moet efficiënt enliefst privaat worden ontwikkeld.

Terwijl de overheid als opdrachtgever en regisseur verdwijnt, heeft zijzichzelf nog een tijdje de rol aangemeten van smaakmaker. Dearchitectuurnota's en het hele stelsel van ondersteunende en aanjagendeinstellingen moedigden vanaf het eind van de jaren tachtig van de vorigeeeuw een besef aan van de ruimte en de kunde om daarmee iets te doen. Datheeft er flink aan bijgedragen dat Nederlandse architecten zoveel goedearchitectuur hebben kunnen maken. Zonder het NederlandsArchitectuurinstituut (NAi), maar ook zonder het Stimuleringsfonds voor deArchitectuur, Architectuur Lokaal, de website Archined en het blad Archiszou de Nederlandse architectuur niet zo bekend zijn, niet zo goedonderbouwd, en niet zo veel effect hebben.

Nu treedt de overheid ook hier terug. Er blijven maar twee instellingenover, het NAi en het Stimuleringsfonds. Al met al is er een kwart toteenderde op het hele stelsel bezuinigd. Tegelijkertijd moeten de scholenwaar de volgende generaties architecten worden opgeleid zich ook steedsmeer in een rationeel en 'wetenschappelijk' kader wringen. Nadenken overzoiets vaags als 'de ruimte' of 'gemeenschappelijke identiteit' zit er nietmeer in. Het gaat nu over 'benchmarking' met andere 'technische'universiteiten.

Als ik door Nederland rijd, zie ik het al gebeuren. In plaats van eenVinex die openstaat naar het Nederlandse landschap, zie ik dat - wat eencriticus uit Californië noemde - 'luxury lagers' (naar de kampen van deBoeren in Zuid-Afrika) worden gebouwd. In plaats van de Erasmusbrug zie ikuitgeklede viaducten en de nieuwe generaties stations die eigenlijkveredelde winkelcentra zijn.

Maar elke keer als ik denk dat het nooit meer goed komt, zie ik zoietsals het nieuwe Maritiem College in Rotterdam verrijzen, dat de essentie vande grote haven samenbundelt tot een icoon voor de nieuwe stad. Of ik zieop de Sarphatistraat in Amsterdam woningbouw van Claus & Kaan, dietraditionele vormen net iets opener, groter en stoerder maakt. En ik ziedat architecten de lessen die ze hier hebben geleerd, toepassen in China,Spanje en Duitsland.

Nederlandse architectuur is duur. Het kost wat om die tramtunnel tebouwen of om die HSL goed te maken. Het kost iets om deondersteuningsstructuur, waardoor we goede architectuur mogelijk maken, teonderhouden. Het kost iets om het Nederlandse landschap te behouden en vooriedereen toegankelijk, aantrekkelijk en overzichtelijk te houden. MaarNederland is dat waard.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden