Uitgestelde momenten van precisie

André Thijssen fotografeert taferelen en situaties waar iedereen dagelijks aan voorbij loopt, maar die door zijn camera bekeken ineens betekenis krijgen....

Net zoals er journalisten zijn die tijdens interviews vergeten om de belangrijkste vragen te stellen, maar die achteraf wel precies kunnen beschrijven wat de ondervraagde die dag droeg en op welke manier hij tijdens het praten zijn linkermondhoek optrok, zo zijn er ook fotografen die je er niet direct op uit zou sturen om hét moment van de dag vast te leggen, het handenschudden van twee politieke kopstukken bijvoorbeeld, of de arrestatie van een lang gezochte verdachte. Ze zouden terugkomen met alles om dat ene moment heen. Met de vage weerspiegeling van broekspijpen in een winkelruit misschien, een in de wind opbollend gordijn aan de overkant van het tafereel, of met de achterhoofden van de andere fotografen – zij die wel hoopten op die ene foto van dat ene ogenblik. Ze zouden terugkomen met randverschijnselen.

André Thijssen is zo’n fotograaf. Niet toevallig heet zijn nieuwste tentoonstelling in het Nederlands Fotomuseum in Rotterdam Fringe Phenomena. Inderdaad: randverschijnselen. Niet dat waar het om gaat, maar dat wat erbij komt, eromheen hangt – dat is hier te zien. Dat wat de beroemde Henri Cartier-Bresson met zijn al even beroemde ‘beslissende moment’ ongetwijfeld niet zou hebben vastgelegd, omdat er op Thijssens foto’s van randverschijnselen eigenlijk niets gebeurt. Er staan geen mensen op (goed, soms een been of een arm), maar taferelen, dingen. Dingen die er gewoon zijn, op een grappige, twee-keer-kijken, soms zelfs ietwat buitenaardse manier.

De actie zit hem bij deze foto’s voornamelijk in het kijken zelf, en in de klik die je hersenen maken wanneer je begrijpt wat de fotograaf heeft bedoeld. Wanneer je ziet wat hij zag. Soms gaat dat heel snel en makkelijk, zoals bij de foto van een geparkeerde auto in New York, die geen wielen heeft, maar ronde stenen bollen (op de stoep geplaatst om te voorkomen dat men daarop parkeert). Thijssen zag het ongetwijfeld in het voorbijgaan, dat cartooneske beeld, drukte af – en klaar. Heel nauwkeurig is hij daarbij niet geweest, want het achterste wiel van de auto piept nog achter de stenen bol vandaan, maar de resulterende foto werkt in de seconde dat je hem voor het eerst ziet. Klik, doet je hoofd – en je lacht. Je snapt het.

Er zijn meer fotografen die dit soort visuele grapjes maken. Martin Parr was er een meester in, en enigszins in zijn traditie werkt de eveneens uit Engeland afkomstige Matt Stuart. Die laatste heeft een verbluffend goed oog voor het vertalen van diepte naar vlak beeld, waardoor het op een van zijn foto’s bijvoorbeeld lijkt alsof een uitgestoken vinger op een reclamebord prikt in de neus van een wachtende man. Een andere foto toont een slapende vrouw in de metro met boven zich een foto van een vrouw die haar vinger op de lippen legt. Shhhh, ze slaapt. Zo ontstaan allerlei absurde situaties, waarbij de ‘echte’ wereld en de fotowereld die zichtbaar is op tijdschriften en in reclameboodschappen vaak door elkaar gaan lopen.

Net als André Thijssen fotografeert Stuart taferelen en situaties waar iedereen dagelijks aan voorbij loopt, maar die door zijn camera bekeken ineens waardevol worden. Maar anders dan Thijssen is Stuart wél afhankelijk van dat ene moment waarin hij moet toeslaan. Zijn onderwerp kan zomaar weg- of doorlopen en dan heeft hij geen foto.

Bij de meeste van Thijssens foto’s duurt het momentum langer. Twee worteltjes die rechtop in het water drijven, een motorfiets die zo is ingepakt dat het geheel lijkt op een hertenkop, een uitgelopen klodder vogelpoep op het raam – misschien zijn die foto’s wel snel genomen (wat voor de hand ligt aangezien Thijssen als een bezetene schijnt te fotograferen), maar een paar seconden later waren ze er ook nog geweest.

Het maakt zijn beelden over het algemeen wat contemplatiever. Poëtischer zo je wilt. Tenminste, dat is het beeld dat je krijgt op de tentoonstelling in Rotterdam. Hier is duidelijk gepoogd om Thijssens foto’s meer gewicht mee te geven. Er zijn foto’s die groot werden afgedrukt, omdat ze in de ogen van de samenstellers waarschijnlijk een grotere autonome status hebben. En voor sommige beelden pakte dat goed uit, zoals voor de foto van een Mexicaans vriesvak met daarin een indrukwekkend berglandschap aan ijslolly’s.

Maar waarom ligt in deze expositie de nadruk zo duidelijk op de minder toegankelijke foto’s van Thijssen? Letterlijk minder toegankelijk, omdat de fotograaf een voorkeur heeft voor door vieze, beregende of weerspiegelende ramen genomen foto’s, voor taferelen die moeilijk zichtbaar zijn omdat ze zich achter vitrage bevinden of in nevel zijn gehuld, en waar je dus niet echt bij kunt komen. Op de tentoonstelling bestaat een groot deel uit dit soort beelden, waardoor het verzadigingspunt al snel is bereikt. Dit zijn geen verrassende randverschijnselen meer, maar een herhaling van zetten.

Gelukkig blijkt uit de bijbehorende publicatie, eveneens Fringe Phenomena genaamd, beter hoe waardevol Thijssens doorlopende fotografische onderzoek naar randverschijnselen is. Ook hier zie je zijn voorkeur voor bovenbeschreven foto’s terug, maar door de hoeveelheid aan andere beelden valt die voorkeur minder op. Bovendien wordt hier, meer dan in de tentoonstelling, duidelijk hoezeer de foto’s zijn gebaat bij goede combinaties. Daar waar de foto’s van Stuart de gelaagdheid afzonderlijk in zich dragen, daar moeten de foto’s van Thijssen het vooral hebben van elkaar. Samen zijn ze sterker – mits door de juiste persoon bij elkaar gezocht.

Vooral in het eerste deel van de publicatie, door Erik Kessels beduidend beter samengesteld dan het tweede, dat door André Thijssen zelf werd geëdit, toont zich die kwaliteit, meteen al aan het begin. Daar vormen een foto van een met rode bakstenen geblokkeerde deuropening (Beijing, 2007) en een van een dichte rode deur (Shanghai, 2007) een paar. En kom je halverwege het boek die tot hertenkop verpakte motorfiets tegen met naast zich een tegen de stoep uit elkaar gepletste plas water met precies dezelfde vorm. Het lijkt voor de hand te liggen, maar dat is achteraf makkelijk om te zeggen. Wie zou uit al die honderden beelden dezelfde keuze maken?

En dáár zit je als kijker dus op te wachten. Op wat misschien nog wel het beste kan worden aangeduid als uitgestelde ‘beslissende momenten’, momenten van precisie die ontstaan wanneer je twee (of meer) van dit soort randverschijnselen die in eerste instantie niets met elkaar te maken hebben, combineert.

Natuurlijk zijn er foto’s die in hun eentje die klik veroorzaken – naast de auto met bolle wielen is er bijvoorbeeld de dikke buik van een man met op de plaats van zijn navel een gaatje in zijn T-shirt of een fietszadel met een prachtig palet aan kleurige versleten plastic zakken – maar hier blijkt vooral hoe een fanatieke beeldenmaker als André Thijssen voordeel heeft van het (laten) maken van de juiste keuzes. Dan verandert dat wat eromheen hangt in dat wat ertoe doet.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden