'Uiteindelijk overwint de zachtheid'

Liang Shaoji..

amsterdam Liang Shaoji is een buitenbeentje onder de Chinese avant-gardekunstenaars. Bij hem geen harde kleuren, gefotoshopte prints of extreme, politiek getinte performances. Hij laat zijn zijderupsen het werk doen. Hij komt maar af en toe in de stedelijke centra van spectaculaire verandering, tevens het wereldje van galerieën, musea en internationale contacten. Zoals Shanghai. Hij woont en werkt enkele honderden kilometers zuidelijker, bij de Tian Tai Bergen. Op een foto, te zien op de tentoonstelling van zijn werk bij het Prins Claus Fonds in Amsterdam, zit hij op een bergtop, in harmonie met de overweldigende natuur.

Hij kwam hier ruim tien jaar geleden, omdat in deze streek de zijderupsen het best gedijen, vertelt hij. Hij ging ze fokken, tienduizenden. De draden die zij in de vijftig à zestig dagen van hun bestaan trekken, gebruikt hij voor zijn kunstwerken. Zij pakten grote kettingen die hij had gemaakt van polyester in met hun zijdedraad, ze besponnen de helmen van mijnwerkers (een eerbetoon aan de slachtoffers van de vele mijnrampen in China), en kapselden kranten in.

Op de wereldtentoonstelling Expo 2010 in Shanghai zal werk van hem te zien zijn in het Shanghai Art Museum, zegt hij. Hij verwacht veel van die enorme manifestatie, waar de Chinese burgers kunst en cultuur uit de hele wereld kunnen ontdekken. Hij, en andere internationaal doorgebroken kunstenaars, komen al vele jaren in het Westen en elders en zijn thuisgeraakt in de hedendaagse kunst daar. Liang (Shanghai, 1945) exposeerde op de biënnale van Venetië, in Parijs, Istanbul, Hamburg, Wenen, Vancouver. Hij won onlangs een van de Prins Claus laureaten van 25 duizend euro.

Toch spreekt hij weinig Engels en communiceert via een tolk. Dat gaat nog het best staand bij zijn kunstwerken. In een performance op video loopt hij met blote voeten over een vloer bezaaid met metalen krullen, tot bloedens toe. Maar ook raken zijn voeten omzwachteld met wittige draden – hij heeft zijderupsen losgelaten, die een zacht web weven over de scherpe randen. Uiteindelijk overwint de zachtheid, licht Liang toe.

Zo hard als dit werk uit de jaren negentig maakt hij het niet meer. Tussen zijn zijderupsen is hij steeds meer in de ban van zenboeddhisme en Lao Tze geraakt. De zijdecultuur is een vijfduizend jaar oude traditie in China, en de zijderups staat symbool voor volharding, maar ook voor mededogen en harmonie met de natuur. Liang vertelt hoe geweldig hij de modernistische en postmoderne kunst in het Westen vond, een openbaring, maar anders dan veel van zijn Chinese medekunstenaars nam hij die technieken nauwelijks over. De Chinese traditie is de bron voor zijn moderne werk.

Trots wijst Liang op twee meterslange lappen ruwe zijde: zulke lange lappen zie je nergens, vele generaties rupsen hebben er zeven jaar aan gewerkt, zeker twintigduizend. Hij vertelt het met de trots van een boer met een prijskoe.

Hij is ook ouder dan de meeste moderne kunstenaars die de afgelopen jaren doorbreken. In de jaren tachtig kwam er meer openheid. Hij was al veertig toen hij, na jaren conventioneel docentschap textielkunst, een nieuwe weg insloeg. Hij is geëngageerd, maar geen boze jonge kunstenaar.

Liang raakte niet in botsing met de autoriteiten, zoals de belangrijkste van de moderne kunstenaars uit China, Ai Weiwei (52). Die zorgde voor opschudding met het project So Sorry, een aanklacht tegen de regering over de duizenden kinderen die omkwamen in ondeugdelijke scholen bij de aardbeving van mei 2008. Ai liep hersenletsel op bij zijn arrestatie voor ondervraging in augustus.

Ai is een groot kunstenaar, zegt Liang met een weids gebaar. Maar het is jammer dat door de politieke relletjes onderbelicht blijft hoe hoogwaardig zijn werk is.

Liang zelf kreeg een telefoontje van een vriend dat de autoriteiten verbolgen waren over zijn mijnwerkershelmen: het werd gezien als kritiek op de lakse wetgeving, de corrupte mijndirecties, de nalatigheid bij de veiligheid. Hij haalde helmen uit de tentoonstelling in Shanghai. Maar een paar jaar later toonde hij ze toch, zegt hij, en er kraaide geen haan naar.

Hij ziet zijn zijdekunst wel als tegengif voor uit de hand gelopen kapitalisme en consumptiezucht in zijn land. De keerzijde van de welvaart en meer vrijheid is ook vervreemding van de natuur. Die tegenstellingen in balans brengen, is een oude filosofie in China.

Na de aardbeving van 2008 begon hij met een werkstuk met rode pakketjes. Ze liggen in Amsterdam op een tafel – de bezoekers kunnen ze maken: kleine zijdecocons moeten worden omwonden met rode dekentjes en zijdedraad. en een adoptiekaartje invullen voor de kunstenaar. Het is een zachtaardige oproep zich te bekommeren om de vele wezen na de ramp, zegt Liang. Op een video is te zien hoe inwoners van Shanghai aan het project meewerken. Vrolijk maken ze rode cocons.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden