Interview Ronan Farrow

‘Uiteindelijk is mijn boek over het onderzoek naar Weinstein best een optimistisch verhaal’

Ronan Farrow Beeld Hollandse Hoogte

Van ontslag tot de hoogste journalistieke prijs: journalist Ronan Farrow zette alles op alles om Weinstein ten val te brengen. Vandaag komt zijn boek Catch and Kill uit. De Volkskrant sprak hem erover in New York.

Twee uur later dan gepland komt Ronan Farrow een kamertje binnenrennen op de redactie van Hachette Books in New York, de uitgever van zijn veelbesproken maar nog niet verschenen boek. ‘Sorry, sorry, ik moest met bronnen praten’, zegt hij. ‘Er gebeurt zo veel. Dat het boek klaar is, betekent niet dat ik klaar ben. Een goed verhaal heeft altijd een vervolg.’

Hij gaat zitten. Hij ziet er een stuk glamoureuzer uit dan de gemiddelde journalist, in een vlot blauw pak met blauwe das en met een gebruind gezicht dat meer bij Californië past dan bij New York – of is het crème voor de tv-­camera’s die hem voortdurend in het vizier hebben?

Het helpt dat hij de zoon is van Mia Farrow en Woody ­Allen (of Frank Sinatra, zoals wordt beweerd). Zij hebben hem behalve een filmsterrengezicht ook een goed stel hersens gegeven. Op zijn 11de ging hij al naar de universiteit, op zijn 13de was hij woordvoerder voor Unicef en na zijn studie rechten ging hij als diplomaat in het kielzog van ­Richard Holbrooke naar Afghanistan en Pakistan om contacten te leggen met de lokale stamoudsten. Vorig jaar schreef Farrow een boek over het Amerikaanse buitenlandbeleid, War on Peace, en het afgelopen jaar promoveerde hij in Oxford op ‘politieke representatie en de ­strategische realiteit in Amerika’s proxy wars’.

Nu is Farrow (31) journalist voor het weekblad The New Yorker – en deze dagen vooral ex-journalist van tv-zender NBC. In zijn boek Catch and Kill, dat vandaag verschijnt, beschrijft hij hoe hij in 2017 maandenlang werd gedwarsboomd bij zijn onderzoek naar filmmagnaat Harvey Weinstein. Hoe hij, nadat hij spionnen, nepjournalisten, advocaten, Hillary Clinton en andere bemoeials van zich had afgeschud, uiteindelijk werd gestopt door zijn eigen bazen bij NBC.

Hij mocht niet meer verder werken aan zijn documentaire, ondanks getuigenissen van vijf slachtoffers van Weinstein en een bandje dat een van die slachtoffers voor de politie had opgenomen. Week in, week uit hadden de omroepbazen nieuwe bezwaren (de juristen moesten er nog naar kijken, het onderzoek was nog niet hard genoeg, het was geen goede tv en hoe erg was het nou helemaal wat die Weinstein had gedaan?), waarna Farrow uiteindelijk te horen kreeg dat ‘het budget geen mogelijkheden meer voor hem bood’.

Toen stapte hij naar The New Yorker, publiceerde het verhaal en kreeg er een Pulitzer-prijs voor. Farrow had, met Jodi Kantor en Megan Twohey van The New York Times, een machtig vrouwenmisbruiker ontmaskerd en de culturele habitat waarin die kon gedijen.

Daar gaat het boek over. Maar het boek gaat ook over de door Weinstein ingehuurde spionnen die hem elke dag schaduwden (Farrow verhuisde naar een safehouse en nam schietlessen). Over de nepjournalisten die op hem werden afgestuurd. Over de hackers die via zijn telefoon zijn gangen nagingen. Over de druk die Weinstein met zijn netwerk op hem uitoefende. En uiteindelijk over zijn toenmalige werkgever NBC, die zwichtte onder de druk van Weinstein.

Waarom denkt u dat u mij kunt vertrouwen?

‘We hebben u nagetrokken. Ik vertrouw mensen niet, dat is een van de dingen die mij tot een sceptische jurist en een sceptische verslaggever maken. Ik begin aan alles vervuld van twijfel.’

U bent tijdens het onderzoek naar Weinstein nogal wat mensen tegengekomen die zich anders voordeden dan ze waren: zelfs uw eigen chefs hadden een lijntje naar Weinstein. Voelt u zich door hen verraden?

‘Dit boek zit vol individuen die goedaardig, behulpzaam en vriendelijk leken, maar het tegenovergestelde bleken te zijn. Maar het zit gelukkig ook vol mensen die kwaadaardig leken en me tegenwerkten, die me achtervolgden en probeerden mijn werk te ondermijnen, maar uiteindelijk ook heel anders bleken te zijn en me hebben geholpen met mijn verhalen.’

U bedoelt de spionnen van Black Cube, het ­Israëlische bedrijf dat door Weinstein was ingehuurd om journalisten te volgen en hun bronnen onder druk te zetten?

‘Ik bedoel in het bijzonder Igor Ostrovskiy, een privédetective hier in New York die door Black Cube werd ingeschakeld om mij te schaduwen. Hij wist niet precies wie ik was en waarom hij mijn gangen moest nagaan. Ik heb hem en zijn partner soms zien zitten, in een zilveren Nissan Pathfinder voor mijn appartement of voor de redactie, maar wist toen nog niet wie ze waren.

‘Pas na publicatie van mijn verhaal over Black Cube nam hij contact met me op. Hij heeft me verteld over hun werkwijze. Hij is een moreel hoogstaand persoon. Hij is afkomstig uit de voormalige Sovjet-Unie, opgegroeid in een politiestaat zonder persvrijheid, en snapt hoe belangrijk het instituut van de vrije pers is.

‘Toen hij doorhad dat hij was ingeschakeld om journalisten te volgen, dat een machtige man als Weinstein de waarheid probeerde te manipuleren door journalisten en hun bronnen onder druk te zetten, besloot hij te gaan praten. Hij nam een groot risico. Maar dat maakt Catch and Kill uiteindelijk een best optimistisch verhaal. Er zijn mensen die hun principes boven hun eigenbelang stellen.’

U heeft als diplomaat in Afghanistan en Pakistan gewerkt en bent gepromoveerd op militaire ­samenwerking met lokale machthebbers. Wat ziet u, als u door de ogen van een buitenlandse diplomaat naar de ­lokale machthebbers van ­Manhattan kijkt?

‘De ondertitel van Catch and Kill is Chantage, spionage en het complot om seksueel misbruik te verzwijgen. Complot is een dramatisch woord, maar ik denk echt dat het hier op zijn plek is. Wat dit boek onthult, is dat er een complex web is van machtige ­mensen die elkaar beschermen en ­samenwerken om oppositie te vermorzelen. Zelfs Hillary Clinton, die ik zou interviewen voor mijn boek over internationale betrekkingen, wilde ineens niet meer praten omdat ik met dat onderzoek naar Weinstein bezig was. Hij was een belangrijke fondsenwerver voor haar.

‘Die machtsstructuren gaan trouwens niet alleen over seksuele intimidatie. Dit zijn structuren en patronen die je in veel industrieën tegenkomt, als ze iets willen toedekken wat hun niet zint. Dat doen ze met hun spinnende pr-machines, juridische dreigementen en lastercampagnes: middelen waarmee Weinstein zelfs media-organisaties als NBC medeplichtig weet te maken. En die pr-machines en lastercampagnes zijn nu trouwens weer in volle gang, nu het boek is uitgekomen.’

Bedoelt u dat NBC uw aantijgingen aanvecht?

‘Noah Oppenheim, de nieuwsdirecteur van NBC die mijn onderzoek stilzette, is bij zeven redacties van mediabedrijven langsgeweest om te zeggen dat mijn verhaal niet klopt. Hij heeft dossiermappen met informatie waarmee hij wil aantonen dat mijn verhaal toen nog niet klaar was. Flauwekul. Ik beschrijf in mijn boek dat hij helemaal niet wilde dat we meer onderzoek zouden doen. Ik heb elke ­tegenwerping van NBC opgenomen in het boek. Mensen kunnen het lezen en zelf oordelen. Ik ben heel zeker van mijn zaak.’

Volgens Farrow heerste er bij NBC een vrouwonvriendelijke cultuur. Presentatoren vroegen seksuele gunsten aan ondergeschikten, waren handtastelijk of grofgebekt ­tegen vrouwelijke collega’s. Matt Lauer, de grote ster van de Today Show, werd daar het symbool van: hij had affaires met verschillende collega’s, die hem uit angst ter wille zouden zijn geweest.

Net als Weinstein kocht ook NBC seksueel geïntimideerde vrouwen af met geld en een geheimhoudings­verklaring, waardoor de misbruikers, zoals Lauer, ­konden doorgaan. Daardoor was de organisatie chantabel ­geworden, schrijft Farrow.

Volgens hem wist Weinstein van Lauer en de geheimhoudingsverklaringen, en dreigde hij de geheimen van NBC te openbaren als NBC de ­geheimen van Weinstein zou open­baren.

Is dat hard te maken?

‘Tijdens ons onderzoek heeft Weinstein gedreigd dat te doen, dat leidt geen twijfel. Hij is naar het roddelblad National Enquirer gestapt, dat toen verhalen over Lauer ­begon te ­publiceren. Als een soort waarschuwing aan NBC.’

Dat kan ook toeval zijn.

‘Hoe dan ook was er een doofpot. Mijn collega’s bij NBC hebben expliciet aan de leiding gevraagd of er schikkingen waren getroffen vanwege seksuele intimidatie. De ­belangrijkste bedrijfsjurist zei dat dat niet was gebeurd. Ik beschrijf in het boek dat ik een aantal van die contracten heb gezien, dus er is over gelogen. Daarover zijn de journalisten bij NBC zeer ontzet, weet ik, want ze bellen me voortdurend. Nu eisen die journalisten verantwoording van hun bazen. Het zijn goede journalisten. Die laten hun ­eigen organisatie niet met zoiets wegkomen.’

Speelden er wraakgevoelens mee bij de ontmaskering van uw voormalige werkgever?

‘Geen seconde. Ik ben heel helder in het boek dat ik onderdeel ben van dit verhaal. Kijk, ze hadden me na publicatie van het Weinstein-verhaal een aanbod gedaan om terug te komen. Het was voor mij het makkelijkst geweest dat te accepteren, ik hield van mijn baan, maar dan moest ik ontkennen dat er een doofpot was geweest. Het gewicht van de feiten was gewoon te groot. Ik moest het vertellen.’

U beschrijft gesprekken met uw zus Dylan, die zegt op 7-jarige leeftijd te zijn misbruikt door jullie vader, Woody Allen. Wat is haar rol?

‘Nou, ik ben eerlijk over het feit dat ik haar niet altijd goed heb behandeld. Ik heb tegen haar gezegd dat ze moest ophouden met praten over wat er is gebeurd, dat ze moest gaan leven. Het zat in onze cultuur om weg te kijken en ik was deel van die cultuur.

‘Het komt zo slecht uit als iemand uit je omgeving het opneemt tegen een machtig figuur, zoals mijn zus deed, met haar serieuze beschuldigingen tegen haar vader. Maar toen ik erachterkwam hoe geloofwaardig ze was, begreep ik ook dat ik niet mocht klagen, dat zij er veel meer last van had dan ik, en dat het gewoon het juiste was.’

Was uw onderzoek naar Weinstein een manier om het goed te maken?

‘Zij was een soort geweten. Ze spoorde me aan door te gaan als ik het wilde opgeven. En toen ik NBC aanvankelijk in bescherming nam, was zij degene die me erop wees.’

Wat vindt ze van het boek?

‘Ze heeft het nog niet gelezen, maar wel de illustraties gemaakt. Ze is onderdeel van het boek.’

Heeft uw familiegeschiedenis u geholpen dit onderzoek te doen?

‘Het is als wapen tegen me gebruikt. Oppenheim zei op een gegeven moment dat ik te betrokken was bij het onderwerp, dat ik daardoor niet meer objectief was. Weinstein maakte er een soort filmscript van, hij zei: je kon degene van wie je hield niet redden en nu denk je dat je de hele wereld kunt redden.

‘Kijk, de ervaringen van mijn zus met een compleet andere persoon zijn niet relevant voor mijn verslaggeving over Weinstein. Maar die ervaringen hebben me wel leren begrijpen hoe belangrijk het onderwerp is. Was ik erdoor geobsedeerd?

‘Ik had het daarover met Ken ­Auletta van The New Yorker, hij deed eerder ook onderzoek naar Weinstein maar dat was doodgelopen. ‘Gefixeerd’ was het woord dat hij gebruikte. Hij was gefixeerd. Maar een politieman die een moordzaak onderzoekt is ook gefixeerd als hij niet kan slapen omdat de moordenaar nog vrij rondloopt. Iedereen van ons die bezig is met een moeilijk verhaal raakt gefixeerd.’

En uw vader? Is hij iemand die een rol speelt bij uw verhalen over seksueel misbruik?

‘Ik heb nooit vermeden te praten over de misdaden waarvan hij wordt beschuldigd en verklaar me solidair met zijn slachtoffers.’

Waarbij het maar de vraag is of hij uw vader wel is. Als je foto’s ziet…

‘Luister, we kunnen allemaal Frank ­Sinatra’s kinderen wel zijn.’

Catch and Kill is nu te koop. De ­Nederlandse vertaling van het boek verschijnt bij uitgeverij Luitingh-­Sijthoff, € 21,99.

Familiebanden

Ronan Farrow (31) is de zoon van Mia Farrow en Woody Allen (hoewel er sterke geruchten zijn dat hij eigenlijk de zoon van Frank Sinatra is). Zijn volledige naam is Satchel Ronan O’Sullivan Farrow. Satchel, naar pitcher Satchel Paige en O’Sullivan naar grootmoeder en Hollywoodlegende Maureen O‘Sullivan. Over zijn vader Woody Allen zei hij: ‘Hij is mijn vader, die met mijn zuster (Soon-Yi Previn, red.) is getrouwd. Dus ik ben zijn zoon en zwager. Dat beschouw ik als een moreel vergrijp.‘ 

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden