Uit stilstand bewegen

De fotojournalistiek krijgt in de volgende eeuw een nieuwe dimensie: het bewegende beeld. Fotografen van naam zijn zich al volop aan het bezinnen op multimediale mogelijkheden....

FOTOJOURNALISTEN hebben een drukke eeuw achter de rug. Vanaf 1913 konden ze op pad met een handzame camera voor het 35 mm-formaat uit de filmindustrie. Kodak begon in 1935 met kleurenfilms. En in de jaren zestig tekende het televisienieuws zich af als een reusachtige rivaal. Met de ontwikkeling van digitale technieken gedurende de laatste jaren is er een nieuwe uitdaging op komst: het lijkt erop dat de fotografie in de volgende eeuw gaat bewegen.

Van het begin van de Tweede Wereldoorlog tot het einde van de Vietnam-oorlog in 1975 beleefde het stilstaande nieuwsbeeld inhoudelijk een hoogtepunt. De foto's die Margaret Bourke-White in 1945 maakte in de Duitse vernietigingskampen, staan in ieders geheugen gegrift, evenals de foto's die Robert Capa een jaar eerder schoot van de geallieerde landing in Normandië. Er wordt zelfs gezegd dat fotografische beelden van Vietnam, zoals de executie in 1968 op straat in Saigon en de kinderen die huilend wegvluchten na een napalmbombardement in 1972, de loop van de geschiedenis hebben beïnvloed: ze dwongen Amerikaanse politici tot een versnelde terugtrekking uit een onzalig conflict.

Het eertijds toonaangevende Amerikaanse blad Life werd er in een onlangs gepubliceerde terugblik nog lyrisch van: 'Fotojournalistiek etst belangrijke gebeurtenissen in het publieke geheugen en openbaart kleine, menselijke momenten. Het toont de zwakke plekken van machthebbers en de verborgen waardigheid van de machtelozen. Soms zet het ons aan de wereld te veranderen. Op zijn best is fotojournalistiek meer dan alleen nieuws. Zoals de dichter Ezra Pound eens zei over grote literatuur: het is nieuws dat nieuws blijft.'

Intussen lijkt het fotovak op zijn retour en wordt zijn dood al enkele jaren aangekondigd. Televisiebeelden hebben de heerschappij overgenomen, Internet vormt een groeiende bedreiging. De serieuze fotojournalist die diep in zijn onderwerp opgaat, bij voorkeur zwartwit fotografeert en in zijn doka zwoegt op perfecte afdrukken, stijgt met stip op de lijst van bedreigde soorten.

De beroemde Zwitserse fotograaf René Burri voelde het in 1957 of 1958 al aankomen. Hij had een nieuwsverhaal gefotografeerd in Griekenland (helaas vermeldt historicus Russell Miller in zijn vorig jaar verschenen Magnum-portret niet welke gebeurtenis). Terwijl hij in de lobby van zijn hotel zat uit te blazen, zag hij er op televisie al een beeldverslag van. Vervuld van ongeloof en angst realiseerde hij zich dat hij zijn filmpje nog moest terugspoelen en naar het vliegveld moest brengen. Waarna Magnum in Parijs het nog moest ontwikkelen en afdrukken.

CNN-coryfee Christiane Amanpour schreef in het boek Magna Brava, een recente bundeling foto's van vijf vrouwelijke fotografen van het gerenommeerde bureau Magnum, troostende woorden: 'Als televisiejournaliste heb ik vele hilarische, ergerniswekkende, ruziënde en steunende gesprekken gevoerd met bevriende fotografen. Hoewel we grotendeels hetzelfde soort werk doen, vinden fotografen dat zij de ware boodschappers zijn, bijkans de koningen van de wereld der beelden. Wij, tv-dreigingen, zijn te commercieel, te laag-bij-de-gronds, niet serieus genoeg.

'Wij laten dat niet passeren, schreeuwen naar ze dat we trotse oorlogscorrespondenten zijn. Toch is er veel waar van hun klaagverhaal. Ik heb respect voor hun moed en bevlogenheid en sympathiseer met ze in onze tijd van kostenbesparing en haastig, elektronisch doorsturen van beeld vanaf de plek des onheils. Helaas leven we in een periode die minder waarde hecht aan de ernst dan aan de sensatie, minder aan waarheid dan aan banaliteit.'

Of het einde van de fotojournalistiek werkelijk nadert, is nog maar de vraag. Neil Burgess, directeur van het Britse fotobureau Network, dat al een aantal jaren met prachtige fotografie Magnum naar de kroon steekt: 'Nooit eerder was de vraag naar foto's zo groot als nu. Nooit eerder waren er zoveel magazines. Natuurlijk, de meeste moeten het hebben van beroemdheden uit de film- en muziekwereld.

'Er is een terugverlangen naar vroeger. Je hoort collega's zeggen dat ze in de jaren zeventig elke week uitzagen naar het magazine van de Sunday Times. Dat was pas fotografie! Maar nu zijn er veel meer bladen. We worden gebombardeerd met beelden. Dus is het moeilijker om overzicht te behouden.'

Waar in Europa de weemoed over ouderwetse kwaliteit nogal eens de overhand heeft, zijn Amerikaanse fotografen bezig te experimenteren met de nieuwe multimedia. Een relatief bescheiden, maar aangrijpend voorbeeld is het verhaal dat Steve Hart op een cd-rom met foto's vertelt, die eerder dit jaar te zien was in het Nederlands Foto Instituut. Terwijl een kleine honderd foto's voorbijkomen, vertelt een sonore stem het dramatische verhaal van een arme Puertoricaanse familie in New York, waarvan de vader drugsproblemen heeft en met HIV besmet raakt. Het lijkt een meeslepende tv-documentaire, maar doordat het om stilstaande beelden gaat, krijgt het een eigen karakter.

Veel verder gaat een initiatief van Dirck Halstead, die als 18-jarige de begrafenis van Robert Capa fotografeerde, op 11 juni 1954 in New York. Halstead maakte naam als fotograaf bij het Witte Huis voor bladen als Life en Time. Hij zette vorig jaar een Internet-site op die als informatie- en discussiecentrum dient rond digitale technieken (www.digital journalist.org). Elke maand wordt dit 'magazine' ververst met foto's en met artikelen.

Intussen verschijnen er sites waarop fotografie en geluid worden gecombineerd, of waarop delen van foto's worden vergroot en dan weer verkleind om de betekenis van de beelden te analyseren.

Halstead is ook organisator van de Platypus Workshop, een cursus waarop een kleine veertig Amerikaanse journalisten dit voorjaar leerden hoe ze digitale videofilms kunnen maken. Deelnemend fotograaf Tom Burton: 'Ik beheers de taal van video nog niet vloeiend, maar ik geloof wel dat foto's en video geen verschillende talen zijn, eerder dezelfde taal met zeer verschillende accenten.' Burton werkt voor de Orlando Sentinel, een krant in Florida die het accent van de berichtgeving steeds meer verlegt van de gedrukte krant naar de multimedia van Internet en televisie-omroep.

Tot de cursisten behoorden ook de tweelingbroers David en Peter Turnley, die met meerdere prijzen van World Press Photo en Pulitzer tot de absolute top behoren. Hun films, waarvan ze de onderwerpen vaak combineren met foto-opdrachten, zijn inmiddels uitgezonden door CNN, ABC en NBC.

De nieuwe multimediale ontwikkeling zal voor velen vloeken in de kerk zijn, maar ter relativering moge dienen dat grote meesters hen zijn voorgegaan. Zelfs Henri Cartier-Bresson, grondlegger van de moderne fotojournalistiek, maakte al eens gefilmde documentaires, tweemaal, eind jaren zeventig voor CBS. Hij wijdt zich sinds 1974 exclusief aan de schilderkunst. Dat kan dus ook nog.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden