Recensie Een spoor van mezelf

Uit de schatkist van de Portugese grootheid Fernando Pessoa zijn 109 gedichten opgediept en geweldig vertaald ★★★★★

Beeld Martijn F. Overweel

Dat zouden we haast nog vergeten: Fernando Pessoa heeft ook nog gedichten onder zijn eigen naam geschreven. De drankzuchtige handelscorrespondent en scharrelende vertaler, die als een schim door Lissabon bewoog en in 1935 stierf, 47 jaar oud, werd pas na de Tweede Wereldoorlog bekend als modern dichter en prozaïst, toen de kist met zijn nagelaten werk openging en er duizenden papieren en papiertjes in bleken te zitten. Proza, essays, poëzie, alles van hoge kwaliteit. Uiteenvallend in een groot aantal schrijverschappen: de heteroniemen, een stuk of 25 namen die Pessoa toebedeelde aan verschillende aspecten van zijn artistieke temperament. De versplintering van de identiteit, aan het einde van de negentiende eeuw een bijkans hip thema, kwam in de persona van deze ene schuwe vrijgezel (op de paar foto’s die er van hem zijn, kijkt hij liefst van de camera weg) op ongekende wijze tot bloei. Elk heteroniem kreeg een eigen stijl (joyeus, verstild, wijsgerig, eenvoudig, gulpend), sterrenbeeld, handschrift en zelfs visitekaartje. Wie het moeilijk kan geloven, moet een keer gaan kijken in het Pessoa-museum in Lissabon – waar hij zelf nooit naar binnen zou zijn gegaan, het is er erg licht en strak, en er snuffelen veel liefhebbers rond. Hij zou radeloos worden, omdat er geen schuilplaats in de schaduw te vinden is.

Sinds vertaler August Willemsen (1936-2007) de Portugese grootheid in 1978 in Nederland introduceerde met de schitterende bloemlezing Gedichten, wisten we in één klap dat we er een dichter voor het leven bij hadden gekregen. Toch is het ook al veertig jaar lang telkens verbijsterend, wanneer er opnieuw een deel aan het vertaalde oeuvre wordt toegevoegd – we kennen de complete inhoud van de kist nog altijd niet. Vertaler Harrie Lemmens, die eerder onder meer tekende voor het befaamde Boek der rusteloosheid, heeft zich geworpen op de 1500 pagina’s met orthonieme gedichten, oftewel de poëzie van Fernando Pessoa zelf, en er daar 109 uit gekozen.

Dat betekent niet dat de meester der maskers in deze verzen zijn ware gezicht toont. Iedereen die Pessoa kent, is ervan doordrongen dat hij immer een spel speelt. Willemsen heeft daar destijds in zijn eigen Pessoa-opstellen al op gewezen: ook als hij de gevoelige, herderlijke, niet-intellectuele kant van zichzelf laat spreken, zie je hem jongleren met traditionele termen (kudde, herder, zon, regen). Zie je hem, met andere woorden, doen alsof.

Beeld Vitoriano Braga

Er is bij hem geen ontkomen aan het denken – zelfs als hij dat tracht uit te schakelen, gaat dat met een gedachte gepaard. Hij kan melancholisch zijn, weemoedig, eenzaam, dromerig, verlangend, maar is zich er tezelfdertijd van bewust dat een gevoel, eenmaal in een gedicht neergelegd, een gearrangeerd gevoel is, een gevoel met een bedoeling, namelijk om een gevoel op te wekken. Zijn eigen gevoel is daar alweer achter verdwenen. Het doet er niet meer toe. De eenzaamheid is verwoord, maar niet gelenigd. Misschien dat een ware geliefde had kunnen zorgen voor tijdelijke verlossing van het denken, maar Pessoa is denkelijk slechts de platonische liefde vergund geweest. Hij was getrouwd met tabak, alcohol en dromen op papier. Deze drievuldigheid absorbeerde alles en stond hem geen ontwrichtende strapatsen toe.

Veel spel derhalve, maar vaak ook met de ernst, in deze tweetalige editie, waarin de dichter bij momenten zo simpel kan zijn dat je er de schouders over ophaalt (‘Ik ben niet ik, ben mezelf vreemd,/ Ik bezit niets en ben ontheemd./ Mijn leven slaap ik halfdood/ in God weet welke schoot’), dan weer hetzelfde zegt op een manier die wél doel treft (‘Ik ben mijn eigen toneel,/ ik kijk hoe ik daar speel/ en alleen, gespleten, rondren,/ ik voel mezelf niet waar ik ben’), en voortdurend beseft dat hij veelvormig is, zonder zichzelf te kennen:

‘Dag in dag uit veranderen wij in iemand
 die we morgen niet meer zien, en uur na uur
 daalt die telkens weer zo andere verwant
 de trap af van het nu van korte duur.

Het is een mensenmassa en die ene dáár
weet niets van de anderen híér. Een regiment
van mij’s en o, wat lijken ze op elkaar!
Een veelvormig zelf, maar dat zichzelf niet kent.

Ik kijk, ben geen van hen en ben hen allemaal.
En de massa mensen zwelt maar kijkt aan mij voorbij,
en ik begrijp niet waar ik ze vandaan haal.

En terwijl ik zoals talloos velen afdaal
voel ik hen allemaal bewegen diep in mij.
tot ik iedereen voorbij ben en verdwaal.’

Het Nederlands van Lemmens, wendbaar en klankrijk, evenaart het Portugees dikwijls. In één ultrakort gedicht verdenk ik de vertaler van vrijpostigheid. Dat is dit:

‘Ver van mijzelf besta ik in mij,
los van wie ik ben,
schaduw en beweging, samen mijn wij.’

Pessoa besloot met zoiets als: ‘uit schaduw en beweging besta ik’, en dat laat de barst zien tussen die twee delen, die niet bij elkaar horen, die gescheiden in hem huizen. In de vertaling wordt het te gezellig; ik kreeg associaties met ‘ik wou dat ik twee hondjes was’. Door het rijmende slot, ‘samen mijn wij’, lijkt de kloof opgeheven, en dat is niet wat de dichter beoogde.

Doordat de uitgever zo gul is geweest beide versies af te drukken, ga je ze vergelijken, en dat roept de muggezifter in de lezer wakker. Waarvan zojuist akte. Weg nu met die zeurpiet. Want Harrie Lemmens heeft een geweldige prestatie geleverd. Alleen al zijn vertaling van het pagina’s lange ‘Un soir à Lima’ verdient een prijs, het gedicht waarin Pessoa terugdenkt aan zijn pianospelende moeder en zijn jeugdjaren in Zuid-Afrika, het is een zuivere smartlap die nooit mag eindigen, een ode aan de mijmering in het maanlicht, een in tranen gedrenkte terugblik aan de enige tijd dat er een thuis was voor de eenzame ziel, een eeuwige melodie die nooit had mogen eindigen, een fado van het fatum dat het vredige verleden alleen nog een gedachte is.

Dat gedicht ‘Un soir à Lima’ schreef hij op 17 september 1935. Allemaal spel, ook dit? Het kan. Maar nou en? Je hart breekt hoe dan ook. Net als het zijne, twee maanden nadat hij het schreef. Daarna gleed Fernando Pessoa als een schaduw in zijn kist.

Fernando Pessoa: Een spoor van mezelf

 Fernando Pessoa: Een spoor van mezelf.

Uit het Portugees vertaald door Harrie Lemmens.

De Arbeiderspers; 280 pagina’s; € 24,99.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden