'U kunt meehoppen. Hop, Hop, Hop. Hop ze' De herontdekking van Misha Mengelbergs 'Hello Windyboys'

In Hello Windyboys laat de componist Misha Mengelberg twee blaaskwintetten een muzikale wedstrijd spelen. Wie wint blijft onbeslist, maar aan de wederzijdse pesterijen - compleet met strafwerk en 'druilerige' tempi - valt voor muzikanten en publiek plezier te beleven....

DE ENGELSE TAAL heeft er een aparte term voor bedacht: game pieces - composities waarin muzikanten nog maar zelden 'gewoon' noten van papier spelen, maar volgens allerlei andere spelregels musiceren. Die aanwijzingen of strategieën kunnen een uitvoering onvoorziene kanten opsturen, en aangezien de instructies vaak in een speelse, theatrale vorm zijn vervat, valt bij zo'n game piece ook in visueel opzicht wat te beleven.

Het is dat spanningsverhogende element dat de 'spelregelstukjes' - een beter Nederlands woord lijkt niet voorhanden - de laatste jaren tamelijk populair heeft gemaakt. Het bekendste voorbeeld is waarschijnlijk Cobra van de New Yorkse componist John Zorn, maar ook in Nederland is het genre ingeburgerd. De componisten Guus Janssen en Paul Termos schrijven dergelijke stukken voor hun eigen ensembles, en het is misschien geen toeval dat beide als tieners aanwezig waren bij de uitvoering van Hello Windyboys, een stuk waarmee de componist Misha Mengelberg eind jaren zestig inspirerend pionierswerk leverde.

In het Amsterdamse Frascati wordt Hello Windyboys aanstaande zondag voor het eerst weer gespeeld, op initiatief van de componist Gilius van Bergeijk, die net als Termos en Janssen bij de eerste uitvoering aanwezig was. De première vond plaats tijdens het roemruchte 'Politiek-Demonstratief Experimenteel Concert' in het Amsterdamse theater Carré, op 30 mei 1968 (en vervolgens nog in drie andere steden).

Hello Windyboys is een vriendelijke competitie (waarbij niemand de stand bijhoudt) tussen twee blaaskwintetten, die elkaar afwisselend proberen pootje te haken óf elkaar tot samenwerking trachten te verleiden. Zoals veel composities van Mengelberg heeft het stuk een frivole kant, die danig werd benadrukt door de gewichtige context waarin het zijn première beleefde.

Windyboys werd door leden van het Nederlands Blazers Ensemble in één programma gebracht met On Escalation van Peter Schat, opgedragen aan Ché Guevara (posters van Ché en Fidel Castro hingen tijdens de uitvoering in Carré), en in het programmaboek haalde Louis Andriessen uit naar het establishment van het Concertgebouworkest.

In zijn programmatoelichting nodigde Mengelberg het publiek uit mee te 'hoppen' op de momenten waarop de blazers een 'hoppend' ritme speelden. ('U kunt dus meehoppen. Hop, hop, hop. Hop ze') Windyboys was een opdracht van de VPRO. In de ingekorte concertopname die de omroep later uitzond is te horen hoe de rumoerige bijdrage van het publiek - bepaald niet beperkt tot de voorgeschreven momenten - merkwaardig vooruitlopen op de concertverstoringen tijdens de Notenkrakeractie van anderhalf jaar later, waarbij Mengelberg, Schat en Andriessen betrokken waren.

Guus Janssen herinnert zich het concert nog goed: 'Het beviel me dat Windyboys zo nonconformistisch was als het maar kon, dat correspondeerde toen met mijn eigen karakter. Maar het raakte me toch minder dan Louis Andriessens Contra Tempus. Ik vond het wél interessant dat iemand alles op de hak nam.'

De hoboïst Werner Herbers speelde destijds in de première van Windyboys: 'We hadden veel plezier met het stuk, omdat het totaal afweek van alles wat we op het conservatorium hadden geleerd. Dat anarchisme in de muziek was nieuw, en wij stonden er voor open.'

Anarchisme speelde in Windyboys inderdaad een rol - de kwintetten hebben op bepaalde momenten de mogelijkheid elkaar te interrumperen -, maar het stuk bood daarnaast nieuwe manieren van muzikale vormgeving. Zo kunnen de muzikanten tegen elkaar 'praten' in een ritmische code waarmee simpele boodschappen worden overgebracht: 'we beginnen', 'we houden op', 'opschieten', 'herhaal het zojuist gespeelde' en 'jullie zijn abuis'. Mengelberg verdient erkenning voor zijn innovatie - veel andere voorbeelden waren er in die jaren niet.

Of een game piece geslaagd is of niet hangt natuurlijk af van de kwaliteit van de muziek die het genereert, niet van de vraag of de muzikanten plezier beleven aan de uitvoering. Maar die twee elementen zijn wel nauw met elkaar verbonden. Als de instructies een speels element bezitten, dringt dat door in de muziek en wordt het overgedragen op het publiek.

Mengelbergs 'partituur', een vijf pagina's tellende verzameling spelregels, onderscheidt zich door zijn typisch kleurrijke taalgebruik (de componist definieert opdrachten als 'strafwerk' en typeert het tempo als 'van druilerig tot sukkeldraf') en een ietwat opzettelijke vaagheid, die ook zijn andere stukken voor improvisators kenmerkt.

In de bandopname uit 1968 zingt de speelsheid hoog boven alles uit, het duidelijkst in de passages waarin wordt 'gehopt'. Op het podium zijn de twee kwintetten fysiek van elkaar gescheiden (in Carré zat een van de groepen in een grote, transparante ballon). Het gevolg is dat beide elkaar alleen via luidsprekers kunnen horen - behalve dan als de luidsprekers worden uitgeschakeld, dan horen de groepen elkaar uiteraard niet.

In de hop-passages spelen de kwintetten elk een staccato-ritme in een tempo naar eigen keuze, zonder te kunnen horen wat het andere kwintet doet. Alleen het publiek kan beide partijen volgen. Zodra de geluidsversterking weer wordt ingeschakeld moeten de kwintetten het eens worden over het tempo, al geeft Mengelberg geen aanwijzingen hoe dat in zijn werk moet gaan.

De componist Geert van Keulen was in 1968 een van de klarinettisten in het stuk en was daarnaast behulpzaam in het formaliseren van enkele vagere aspecten van de spelregels. 'Het hoppen was het leukste voor de muzikanten', herinnert Van Keulen zich, 'de ene groep die de andere probeert te verleiden.'

De klank van twee kwintetten die geleidelijk in fase met elkaar gaan spelen herinnert aan sommige vroege minimal-stukken van Steve Reich, die in die tijd complexe bandtechnieken toepaste om dergelijke effecten te bereiken. Maar Misha's manier is goedkoper. Minder gedoe, meer plezier.

Hello Windyboys heeft een aangenaam ritme. Een apart onderdeel van het stuk is een vraag-antwoordspel tussen de kwintetten. Akkoorden worden over en weer gevolleybald en kort of juist heel lang aangehouden. Ingewikkelde regels bepalen welke akkoorden elkaar mogen opvolgen. De groep die een fout maakt moet als strafwerk een levendig melodietje in hoketus-stijl spelen: één noot per instrument. (Een pervers Mengelbergiaans trekje is dat hij uitgerekend een melodie van zes noten bedacht, zodat één noot altijd ontbreekt.)

Al die aantrekkelijke aspecten komen in de korte radio-opname van 1968 tot hun recht, maar opvallend genoeg werd Windyboys nadien nooit meer gespeeld. Het volgende jaar waren de drie componisten van het Politiek-Demonstratief Experimenteel Concert verwikkeld in de opera Reconstructie, Mengelberg zelf had het druk met zijn Instant Composers Pool en was net als nu sowieso meer geïnteresseerd in de volgende stap dan in het verleden.

'Ik kan het me het stuk niet herinneren', meldde de componist vorige week telefonisch vanuit Australië, waar hij op tournee was (deze week is hij in China). 'Ik dacht dat het een aardig plan was, maar vond het bij nader inzien toch minder aardig. Dick Raaymakers heeft met zijn schaakmuziek later iets vergelijkbaars gedaan. De Instant Composers Pool speelt weer andere spelletjes, áls het al spelletjes zijn.'

Misschien. Maar het valt niet moeilijk de erfenis van Windyboys te horen in stukken als La La La 1 van Paul Termos (een spel voor vier duo's, waarvan er twee om beurten improviseren en de andere twee hen 'aan' en 'uit' zetten), in Maarten Altena's minutieuze spel met ritmesignalen in Code, of in de spelletjesstrategieën die Guus Janssen toepast in zijn Septet.

'Ik geloof dat Misha's voorbeeld heel groot is geweest', zegt Geert van Keulen. 'Hij heeft zoveel mensen beïnvloed - Guus Janssen, Paul Termos, de leden van de Instant Composers Pool. Wat ideeën betreft is hij de belangrijkste Nederlandse componist.'

Anders dan zijn nakomelingen is Windyboys geen spel voor improvisators, maar voor klassiek opgeleide muzikanten. Aanstaande zondag wordt het stuk uitgevoerd door een ensemble dat grotendeels bestaat uit conservatoriumstudenten en werd bijeengebracht door Barré Bouman, studente aan het Sweelinck Conservatorium.

Bouman: 'Windyboys is heel leuk om te spelen. Je moet slim zijn en opletten, met alleen maar noten lezen kom je er niet. Tijdens de eerste repetitie waren we vooral bezig het góed te doen. Bij de tweede repetitie ging het gemakkelijk, het bleek zelfs moeilijk het verkeerd te doen, zodat we niet aan het strafwerk toekwamen. We doen het nu wat sneller en spontaner, zodat we meer fouten kunnen maken.'

Hello Windyboys voor dubbel blaaskwintet wordt zondag uitgevoerd in de concertserie Rumori in Frascati, Amsterdam, 16 uur. Verder op het programma: 'Narration for Jackson Pollock' (film uit 1951 met muziek van Morton Feldman), Evan Parker (solo-saxofoon) en 'Audieu' van Karlheinz Stockhausen.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden