Review

Typische kijktentoonstelling Rudi Fuchs is goedmakertje

Een typische hardcore kijktentoonstelling van Rudi Fuchs, met werk van zijn grote vrienden van weleer, zoals Georg Baselitz en Donald Judd. Fuchs' ahistorische methode van exposities maken blijkt aan slijtage onderhevig te zijn.

Werk van Mario Merz, Jörg Immendorff en Per Kirkeby (vlnr). Beeld Gert Jan van Rooij
Werk van Mario Merz, Jörg Immendorff en Per Kirkeby (vlnr).Beeld Gert Jan van Rooij

Is het een goedmakertje of alsnog de gedroomde afscheidstentoonstelling? De vraag gaat toch even door je hoofd bij Opwinding, de tentoonstelling die Rudi Fuchs heeft samengesteld in het Stedelijk Museum. Vorig jaar maakte de huidige directeur, Beatrix Ruf, bekend dat de vroegere directeur mocht grasduinen in de Stedelijkcollectie en, naar nu blijkt, ook in de collecties van het Eindhovense Van Abbemuseum en Gemeentemuseum Den Haag - de twee andere musea waar Fuchs de scepter zwaaide.

De voordracht van Ruf was een bijzondere, want waarom vroeg ze uitgerekend Fuchs? Feit is toch dat hij in 2002 niet al te gelukkig afscheid nam van het Amsterdamse museum: via de achterdeur, zonder feestelijke klaroenstoot, afgedankt vanwege een belastingzaak over schilderijen van Karel Appel en slepende verbouwingsplannen. Daarbij: was Fuchs niet een man van het verleden, van het oude Stedelijk, dat Ruf nu juist wil veranderen?

Hoe dan ook, Opwinding is een typische Fuchstentoonstelling geworden. Niet alleen omdat er werk hangt van zijn grote vrienden van weleer, zoals Georg Baselitz, Donald Judd, Jannis Kounellis en Bruce Nauman, ook omdat het een hardcore kijktentoonstelling is geworden.

Opwinding - een tentoonstelling van Rudi Fuchs (beeldende kunst) Stedelijk Museum, Amsterdam. T/m 2/10.

Nieuw tentoonstellingsmodel

Fuchs introduceerde in de jaren zeventig een nieuw tentoonstellingsmodel. Hij brak met de opstelling die chronologisch was geordend, per stroming, tijdvak of kunstenaar. Lustig experimenteerde hij met prikkelende combinaties, dwars door alle tijdlijnen en ontwikkelingen heen. Eigenzinnig. Ahistorisch, zoals dat toen heette.

Beroemd was de expositie Het IJzeren Venster in het Van Abbemuseum, waarin hij de 'heldere' kunst van Mondriaan bij Dibbets hing; de 'eenzame' Schwitters bij Baselitz, de politieke Malevitsj naast Kounellis - om het idee van continuïteit en tijdloze verwantschap aan te tonen.

Al eerder had Herr Direktor Fuchs een beginselverklaring afgegeven met zijn beroemde Documenta in Kassel (1982). De expositie geldt nog steeds als een van de hoogtepunten in de Documentageschiedenis. Feilloos op het oog opgehangen, in gewaagde combinaties van kunstwerken.

Dat ahistorische was gebaseerd op het idee dat kunst van alle tijden is, dat er verschillende constanten in de kunstgeschiedenis zitten en alle kunstwerken door een paar gemeenschappelijk fundamenten worden gestut. Zo praat Fuchs graag over schilders die aldoor vanaf een leeg vlak moeten beginnen, from scratch, ongeacht de eeuw waarin ze werkten. Hij heeft het ook graag over het weerbarstige van de kunst, het statige, het ernstige en soms zelfs het 'vieze'.

Woordloos kijken en vergelijken

Ook een kenmerk van een typische Fuchstentoonstelling: het woordloos kijken en vergelijken. Fuchs mag dan in De Groene Amsterdammer de ene na de andere beschouwing schrijven, het kijken naar kunst is in eerste instantie een taalloze bezigheid, meent hij - in elk geval afgaande op de bordjes naast de kunstwerken, nu in het Stedelijk. Daar staat namelijk niets meer op dan de naam van de kunstenaar en de eigenaar. Geen titel, geen verwijzing, geen verdere inhoud.

Fuchs noemde het Stedelijk ooit het 'museum van de stilte'; hij huldigt nog steeds de mening dat een kunstwerk zichzelf verduidelijkt. Het blijkt een tijdgebonden opvatting. Achterhaald door het uitsluiten van inhoudelijke overwegingen, een morele betekenis of maatschappelijk belang. In het Stedelijk blijkt hoezeer Fuchs' ahistorische methode aan slijtage onderhevig is. Het leggen van visuele en materiële verbanden, waar Fuchs graag voor ijvert, kent uiteindelijk ook zijn beperkingen.

Want waarom zou je geschilderde staalhelmen (Markus Lüpertz), uit roest opgetrokken sculpturen (Kounellis), een geasfalteerde koepeltent (Mario Merz), een multiplex kubus (Judd) of ondersteboven geschilderd naakt (Baselitz) enkel vanuit een puur artistiek verlangen bij elkaar willen hangen? En niet vanuit een groter wereldbeeld? Oorlogen, de politiek, opstand, liefde? Het lijkt alsof hij in slaap is gesust door de jarenlange vriendschap met zijn oude companen.

Als Fuchs al had moeten worden uitgenodigd, dan voor een expositie met vernieuwende kunstenaars van dit moment. Waardoor hij noodgedwongen naar nieuwe inzichten en verbanden had moeten zoeken. Dat had de expositie niet alleen een actueler jasje gegeven, maar ook meer urgentie.

Blijkt de tentoonstelling dus toch een goedmakertje.

De bekendste kunstpaus van Nederland

Tussen 1975 en 2003 leidde Rudi Fuchs drie toonaangevende musea van moderne kunst in Nederland.

Rudi Fuchs (1942) is van alle museumdirecteuren van moderne kunst die Nederland heeft gekend, wel de bekendste 'kunstpaus'. Waarschijnlijk omdat hij bij maar liefst drie belangrijke instellingen heeft gewerkt: het Van Abbemuseum in Eindhoven (1975-1987), Gemeentemuseum Den Haag (1987-1993) en het Stedelijk Museum in Amsterdam (1993-2003). Waarschijnlijk ook omdat hij als enige Nederlander de prestigieuze Documenta in Kassel mocht samenstellen (in 1982). Hij was daarnaast freelancedirecteur van Museo d'Arte Contemporanea, Castello di Rivoli, in Turijn. Zijn geloofsbrieven publiceerde hij met de bundel Tussen kunstenaars. Een romance, een kloeke liefdesverklaring aan het atelierbezoek.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden