Interview Sociale media in de kerk

Twitterpriester Jan-Jaap van Peperstraten: ‘Via zo’n sociaal medium ben ik ineens heel benaderbaar’

Priester Jan-Jaap van Peperstraten (40) gebruikt Twitter om zijn volgers soelaas te bieden én om felle kritiek te leveren. Want ook digitale herders moeten soms hard optreden om hun schapen te beschermen.

Twitterpriester Jan-Jaap van Peperstraten in een biechthokje. Beeld Erik Smits

Jan-Jaap van Peperstraten (40), pastoor te Heemstede, gaat traditioneel gekleed. Bijna altijd draagt hij een boord, de klassieke zwarte priesteroutfit. Een kleurig detail maakt het af: om zijn hals draagt hij een rood keycord van KRO-NCRV. Handig wanneer je telkens de pastorie of kerk in en uit moet. Maar het wijst op nog iets anders. Van Peperstraten is een mediafiguur in wording. Hij is de Twitterpriester.

Van Peperstraten (@jjvpeperstraten, 6250 volgers and counting) zet in venijnige tweets religiebashers op hun plaats. Wie Van Peperstraten voor duivel uitmaakt, wordt minderbegaafd genoemd. Als hij voor de driehonderdste keer het verwijt krijgt dat hij in een sprookjesboek gelooft, antwoordt hij met een plaatje van tekenfilmfiguur Spongebob. Maar hij heeft ook humor: een terugkerend thema is dat niet de Oranjes, maar de (katholieke) Habsburgers de rechtmatige troonopvolgers van Nederland zijn.

Zijn polemische stijl maakt hem geknipt voor radio en tv. Wie een katholieke geestelijke in zijn programma wil die ook daadwerkelijk iets kan zeggen (hoe hoger in de pikorde, hoe moeilijker), is niet langer aangewezen op Antoine Bodar. En met de crisis in de rooms-katholieke kerk, na het zoveelste misbruikschandaal, dit keer in de VS, weet iedereen hem te vinden. Wie is deze man?

Priester van Peperstraten in de kerk: ‘Ik begon me te realiseren dat sociale media op kerkelijk gebied nog redelijk onontgonnen terrein was.’ Beeld Erik Smits

Meneer pastoor, voor de meeste parochianen gewoon Jan-Jaap, ontvangt zijn bezoek in zijn Onze Lieve Vrouw-Hemelvaartkerk uit de jaren twintig. Er hangt een portret van paus Franciscus – Van Peperstraten retweet hem graag. Vroeger woonden hier meerdere geestelijken en een koster. De pastoor woont er nu alleen. ‘Je kunt hier een kanon afschieten’, zegt hij. Ik heb de ruimte zo ingericht dat het lijkt alsof hij gevulder is dan hij is. Maar ik wil geen huisgenoot. De vrijheid van het celibaat is dat je niet thuis hoeft te komen omdat iemand aardappels voor je heeft opgezet.’

Bevalt dat, het celibaat?

‘Ik kan in alle eerlijkheid zeggen: ik zou niet anders willen. Maar er zijn ook momenten dat je eenzaam bent. Veel priesters zijn eenzaam. Er is een risico van isolement. Je moet heel goed op jezelf passen, gezond eten, in beweging blijven. Er is niemand die zegt: nu is ’t goed geweest, ik pak je telefoontje af.’

U zit wel veel op dat telefoontje. Bent u verslaafd aan Twitter?

‘Het is wel uit de hand gelopen, ja. Ik doe dit sinds 2010. Ik ben er niet met een vooropgezet plan mee begonnen. Ik begon me te realiseren dat sociale media op kerkelijk gebied nog redelijk onontgonnen terrein was. In de kerk is bovendien een cultuur ontstaan van mijden en vermijden, zie je nu met de schandalen: als we uit het zicht blijven, waait de storm wel over. Ik zeg: leer te leven ín de storm.

‘Twitter is een vluchtig medium, het leven is vluchtig. En als er crisis wordt gevoeld, zoals nu na het misbruikschandaal, is Twitter heel zinvol. Door de hiërarchische structuur in de kerk duurt het even voordat de Paus met een memo kan komen, ook al gaat het nu al veel sneller dan een paar jaar geleden. Ik kan wel meteen reageren. Ik richt me tot iedereen die geïnteresseerd is. Ik ga echt niet proseliteren via Twitter of zo.’

Proseliteren?

‘Sorry, vaktaal. Bekeren. Dat moet sowieso nooit je doel zijn, bekering moet vanuit de mens zelf komen. Maar ik kan op Twitter wel uitdagen.’

Dat doet hij inderdaad. Wanneer Andries Knevel stelt dat de met uitzetting bedreigde kinderen Lili en Howick alleen maar in Nederland zijn gebleven dankzij leugens en chantage van hun moeder (‘wrang voor mensen die wel het recht volgen’), geeft Van Peperstraten de EO-coryfee er in Bijbelse taal van langs: ‘Het komt mij voor dat we al sinds de Eerste Leugen in het Paradijs weinig anders doen dan van genade leven’, twittert hij. ‘Ik ben erg gevoelig voor onrecht, hypocrisie en spotten met de zwakken. Als ik zo’n bericht zie, ga ik prikken. Dat mag ook wel. Bijna niemand anders in de kerk doet het.

Soms maakt u tegenstanders belachelijk. Van een pastoor verwacht je niet dat hij iemand minderbegaafd noemt.

‘Het is heel bijzonder: mensen kunnen de vreselijkste dingen tegen mij zeggen, maar worden vervolgens boos als ik me aan hun niveau aanpas. Ga ik over de grens? Nee. Is het heel vormelijk? Nee. Twitter heeft een heel eigen dynamiek. De berichten moeten puntig zijn, en punten zijn altijd scherp.

Ik word bijna dagelijks belaagd door razende en tierende anoniempjes. Toen ik moslims een goed offerfeest toewenste, brak de pleuris uit. Ik kreeg een onthoofdingsfilmpje toegestuurd met de tekst: weet je dan niet wat de moslims doen?! Ik heb af en toe een gebrek aan geduld.’

Draait het in uw werk niet om vergeving?

‘Maar niet om vergeving zonder berouw. Ik wil dat er een gesprek ontstaat. De ervaring leert dat er met troll-achtige anomiepjes geen gesprek te voeren is. De meeste heb ik in negeermodus gezet, lekker rustig.’

Houdt u veel dialogen aan Twitter over?

‘Ja, ook echte ontmoetingen. Dan schrijft iemand: goh, ik volg je al een tijdje, dit is waar ik mee zit. Dat zijn meestal mensen die geen kerkelijk contact meer hebben. Ze kennen lokaal de weg niet; er staat wel een kerk in de buurt met een bordje ‘Bureau geopend dinsdag tussen 9 en 11 uur’, maar nodigt dat uit als je geen kerkelijke banden hebt? Via zo’n sociaal medium ben ik ineens heel benaderbaar. Een keer werd ik benaderd door een vrouw wier zoon vermist was in Rome. Of ik daar misschien iemand kende. Toevallig had ik een contact en konden we die jongen snel traceren; hij was gewelddadig beroofd en naar een ziekenhuis gebracht. Een collega van me heeft hem diezelfde avond nog kleren gebracht. Dan ben ik dat Twitter toch heel dankbaar.’

Zijn er door Twitter ook mensen naar uw misvieringen gekomen?

‘Ook. Het zijn er enkelen, maar daar is het me niet om te doen. Het is belangrijker dat er gesprekken ontstaan. Mensen voelen de vrijheid om met mij te delen waar ze mee zitten. Als dat voor hen bevrijdend is, vind ik dat heel waardevol. Zo’n gesprek, meestal via DM (direct message – een-op-een-berichtjes) heb ik elke dag wel. Een vrouw die een familielid had die een eind aan haar leven had gemaakt... Wat ik kan doen, is luisteren. Daar is in de zorgverlening lang niet altijd nog tijd voor: zo erg is de zorg uitgeknepen.’

Hoe vrij bent u in uw functie om te schrijven wat u denkt? Leest de bisschop mee?

‘Ik voel redelijk wat vrijheid. De bisschop leest in ieder geval niet ambtshalve mee. Ik hoor van collega’s weleens wat, overwegend positief. Soms kritisch. Laat je je er niet door beheersen?, vroeg een collega me, dat vind ik een valide vraag. Het blijft een uitdaging om je er niet in op te laten zuigen.’

In hoeverre kun je een herder zijn als je polemiseert?

‘Herders zijn niet altijd aardig hè? Je moet als herder ook een steen kunnen gooien naar de wolf. Daarnaast moet hij de schapen een aai over hun bol geven. Maar als je wordt geconfronteerd met iets wat slecht en leugenachtig is, wat mensen afbrengt van de waarheid, dan moet je dat zeggen, niet weglopen. En dan vinden mensen je niet aardig. Voilà.’

Jan Jaap van Peperstraten groeide op in Breskens, Zeeuws-Vlaanderen. Zijn vader was beroepsmilitair en werkte later bij de Rabobank, zijn moeder deed administratief werk. Een andere bekende Van Peperstraten, sportpresentator Toine, is zijn achterneef. Hij werd Nederlands hervormd opgevoed, naar eigen zeggen niet streng. Na de middelbare school ging hij naar Nijmegen, waar hij filosofie studeerde. Later volgde hij de lerarenopleiding. Hij gaf filosofie, godsdienst en Engels. Tot hij in 2005 naar de universiteit van Paisley in Schotland ging om te promoveren ‘op de morele dimensie van het leesonderwijs, vanuit de deugdethiek’.

In diezelfde periode veranderde hij van kerk. Toen de door een fusie tot stand gekomen Protestantse Kerk Nederland (PKN) werd geplaagd door afsplitsingen, ging Van Peperstraten nadenken over ‘hoe Jezus en de apostelen de kerk voor zich zagen’. Zijn conclusie: de katholieke ‘moederkerk’ kwam daar dichter bij in de buurt.

Jan-Jaap van Peperstraten midden in de Onze Lieve Vrouw-Hemelvaartkerk. Beeld Erik Smits

‘In die tijd is er een idee van roeping naar boven gekomen. Ik wilde me beschikbaar stellen voor de kerk. Het idee dat je van je fiets gebliksemd moet worden en dat alles in een keer direct helder is, liefst met een stem uit de hemel... In de praktijk werkt het toch net wat anders. Ik ben de laatste om te zeggen dat het niet kan gebeuren, maar zoiets is zeldzamer dan men denkt.’

Hij omschrijft zijn leven tot het moment dat hij priester wilde worden, als ‘lopen in dertien sloten tegelijk’. ‘Ik probeerde alles uit, haalde natte voeten. Ik had een relatie van vijf jaar, woonde samen. Ik was niet vroom, nee nee. Veel mislukte in mijn leven: mijn studie verliep heel traag. Toen ik klaar was, kwam de vraag: wat maakt mij nou gelukkig, wat wil ik met dit leven? Is het priesterschap niet iets voor mij? Het is een proces van jaren geweest. Je denkt: waar stap ik in, welke toekomst heeft de kerk? Het is geen carrièremotor, je krijgt geen grote leasebak.’

In Schotland zag hij dat ook aan de katholieke kerk niet alles goed was. Het was in die periode dat er een schandaal naar buiten kwam: Ierse geestelijken hadden seksueel misbruik gepleegd. De kranten stonden er vol mee, iedereen had het erover. De kerk was de enige plek ter wereld waar ze het er niet over hadden. Als we het er maar niet over hebben, doet het niet zoveel pijn, was de gedachte. Dat heb ik als verschrikkelijk ontmoedigend ervaren.’

Terug in Nederland gaf hij nog twee jaar les, maar een geboren leraar was hij niet. Toen meldde hij zich aan bij het grootseminarie, de priesteropleiding in Vogelenzang (Noord-Holland). ‘Wat de doorslag gaf, was het gevoel: als ik dit niet probeer, kan ik er later spijt van krijgen. Ik gaf mezelf permissie om te mislukken. Sindsdien heb ik niet meer omgekeken.’

Niet alle soorten volgers zit priester van Peperstraten op te wachten.

Op zijn 37ste werd hij tot diaken gewijd – de ‘proefperiode’ voordat je priester wordt. Na een half jaar werd hij priester en benoemd tot pastoor in Heemstede. Hij is gelukkig. Ook al weet hij dat er grote veranderingen aankomen, de vraag is alleen wanneer. Hij verwacht dit jaar 20 doopplechtigheden te hebben in zijn parochie (kerkgemeenschap), tegen 70 uitvaarten.

En dan is er natuurlijk nog de crisis in Rome, waar geestelijken die ver van de (als progressief te boek staande) paus af staan, het jongste misbruikschandaal lijken te gebruiken om de paus pootje te lichten. Tot ergernis van pausbewonderaar Van Peperstraten.

Kan een instituut dat zichzelf zo in diskrediet heeft gebracht nog wel met een moreel oordeel komen? ‘Ook als iemand gevallen is, kan hij of zij nog gelijk hebben’, reageert Van Peperstraten. ‘De kerk heeft door de geschiedenis lange perioden van crisis en ongeloofwaardigheid doorgemaakt. Sommige priesters maakten zich na het uitkomen van het schandaal zorgen over de goede naam van de kerk. Maar de goede naam van de kerk heeft geen betekenis buiten wat zij doet en is. We hebben geen behoefte aan marketing. Wel aan communicatie.’

Bidden voor Feyenoord

Aan hobby’s komt pastoor Van Peperstraten nauwelijks toe, maar een blik op zijn Twitterpagina leert dat hij Feyenoord-supporter is (‘ik lijd ’s zondags op afstand mee’). Rijst de vraag: mag je bidden voor de prestaties van je voetbalclub? Is er een richtlijn? ‘Het is goed om medeleven te hebben met mensen. Je moet niet bidden dat je een grote auto krijgt. Maar we mogen ons zeker in gebed verenigen voor de underdog, en dan zit je als Feyenoorder altijd goed.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.