Reportage

Tweede plastic revolutie binnen de architectuur

Kunststof, ooit futuristisch bouwmateriaal maar al snel verguisd, maakt de laatste jaren een opmerkelijke renaissance door, toont een expositie in Rotterdam. 3D-printtechnieken beloven een glorieuze toekomst.

Pet Paviljoen - Plastic flessen gebruikt als wanden. Beeld Martijn Giebels/ Project DWG.architectuur
Pet Paviljoen - Plastic flessen gebruikt als wanden.Beeld Martijn Giebels/ Project DWG.architectuur

Een droom van plastic was het: het House of the Future, dat het Britse architectenpaar Peter en Alison Smithson in 1956 bouwde voor de Ideal Home Show in Londen. De organisch gevormde muren, de (verwarmde) vloer, waaruit de tafel, met een druk op de knop, omhoog kwam, de kuipstoeltjes en trolley-met-bar; alles was synthetisch, tot en met de hippe nylonkleren van de modellen.

De Smithsons wisten het zeker: plastic was de toekomst. Ga maar na: het materiaal had de toverkracht van barbapapa - je kon er elke denkbare vorm mee maken, in elke kleur of doorzichtig. Het was licht in gewicht, had nauwelijks onderhoud nodig, gold als onverwoestbaar. Plastic is forever... and a lot cheaper than diamonds, luidde de advertentie van een chemisch concern destijds. Mede vanwege die lage prijs - met dank aan nieuwe industriële productiemethoden - zagen de Smithsons plastic als dé kans om architectuur bereikbaar te maken voor iedereen.

Kunststof als de weg vooruit

Ook de ontwerpers van het futuristische Monsanto House, van 1957 tot 1967 te zien in Disneyland Californië, beschouwden kunststof als de weg vooruit. Net als de Finse architect Matti Suuronen, die in 1968 Futuro ontwierp, een vakantiehuis als een vliegende schotel, gemaakt van glasvezelversterkt polyester.

Hun voorspelling is grotendeels uitgekomen, zo is te zien op de tentoonstelling PLASTIC, Promises of a Home-made Future, die vandaag opent in Het Nieuwe Instituut in Rotterdam. Van de verf op en isolatie in onze muren, de elektra en riolering, tot de kozijnen en het klik-laminaat op de vloer - een huis zonder plastic is niet meer denkbaar. Maar een utopie?

Aanvankelijk leek plastic vooral praktisch. Het was het materiaal van de massaproductie - de oplossingen die we kennen komen daaruit voort. De space age-stijl was in de jaren zestig en zeventig weliswaar populair, maar niet iedereen wilde wonen in een witte cocon. Op sommige plekken waar Futuro-huizen werden geplaatst, ontstond protest van omwonenden, die vonden dat de architectuur vloekte met de omgeving. Uiteindelijk kwamen de huizen van de toekomst niet verder dan het demonstratiemodel.

Er was nog iets: het onverwoestbare plastic groeide paradoxaal genoeg uit tot het ultieme wegwerpproduct. Ook bleken er ongezonde stoffen in te zitten. Zo kantelde het beeld: van materiaal met onbegrensde mogelijkheden naar een reusachtig (milieu)probleem.

null Beeld Miguel de Guzmán
Beeld Miguel de Guzmán

Tupperhome

Tupperhome In navolging van tupperware, de plastic huishoudproducten die in de jaren vijftig de wereld veroverden, bedacht de jonge Spaanse architect Andres Jaque Tupperhome, een collectie van compacte kunststof interieurelementen. Bewoners kunnen met de betaalbare plastic elementen hun appartement slimmer indelen en mooier maken, waardoor de kwaliteit (en de prijs) van hun woning stijgt. In de Tupperhome-catalogus vind je onder meer een mobiele trap, een wasmachinekast en een patrijspoort. Kennis en ervaring worden gedeeld via de 'Tupperhome society', een hedendaagse variant op de tupperwareparty. Tupperhome was in 2009 finalist voor de prestigieuze Mies van der Rohe Award.

3D-printer

In Het Nieuwe Instituut (in het gebouw van voorheen het architectuurmuseum) lonkt een nieuw perspectief: de 3D-printer, die het idee van de consumptiemaatschappij op zijn kop zet. Rendeerde een ontwerp vroeger pas als een fabriek er duizenden van kon verkopen, met deze printers (met plastic als grondstof) heeft het ook bestaansrecht als je er slechts één maakt. Een fabriek is niet meer noodzakelijk; met de 3D-printer kun je in je eigen garage serviesgoed, meubels en op den duur wellicht een (tuin)huis produceren. Van gerecycled of bio-plastic; er zijn inmiddels veel meer kunststoffen beschikbaar dan vijftig jaar geleden.

Mede door de opkomst van meer duurzame plasticvarianten en vezelversterkte kunststoffen uit de luchtvaartindustrie is het imago van het materiaal veranderd. Lange tijd rustte een taboe op kunststof in de architectuur; het riep vooral associaties op met lompe kozijnen en verkleurd trespa. Plastic stond voor nep, goedkoop, lelijk. Nu worden kunststofgevels ingezet als blikvanger, zoals bij het Stedelijk Museum Amsterdam.

Of de tweede plastic revolutie doorzet? De mogelijkheden op het gebied van 3D-printen, recycling, kunststoffen op basis van gewassen en biologisch afbreekbare plastics beginnen pas net verkend te worden. Maar de eerste resultaten ogen veelbelovend. Vier pioniers tonen de potentie van plastic.

PLASTIC, Promises of a Home-made Future, 16/1 - 6/4, Het Nieuwe Instituut, Rotterdam

(tekst loopt door)

Van massaproduct naar maatpak

Het reusachtige 'ei' dat ontwerper Michiel van der Kley vorig jaar tijdens de Dutch Design Week presenteerde, is het eerste 3D-geprinte bouwwerk(je) in Nederland. De folly, die geen specifiek doel dient maar waar je wel in kunt zitten, is gemaakt van 4.760 verschillende, 3D-geprinte plastic bouwstenen. Wat Van der Kley in het printen met plastic trekt, is de vormvrijheid en onafhankelijkheid als ontwerper geen fabrikant zou immers investeren in 4.760 mallen. Of consumenten baat hebben bij zo veel keuze? Duidelijk is dat de 3D-printer een nichemarkt bedient, van mensen die in het winkel- en vastgoedaanbod niet vinden wat ze zoeken, een bescheiden beurs hebben en toch een 'maatpak' willen.

Het eerste 3D-geprintte bouwwerk(je) van Nederland. Ontworpen door Michiel van der Kley Beeld
Het eerste 3D-geprintte bouwwerk(je) van Nederland. Ontworpen door Michiel van der KleyBeeld

Afval? Bouwsteen!

Er wordt al veel kunststof gerecycled, maar je kunt plastic afval ook gebruiken zonder het om te smelten, zo toont het PET-paviljoen dat architect Michiel de Wit, kunstenaar Filip Jonker en LOOS.FM in Enschede bouwden. Met duizenden PET-flessen van een lokaal afvalverwerkingsbedrijf, die anders naar een verbrandingsoven in China verscheept waren, ontwierpen ze een gevel. De flessen, die tussen een constructie van kunststof golfplaten zijn gestort, leveren meer dan een spannend beeld op; door de stilstaande lucht isoleert de gevel ook. Tegelijk vormt het een mooi uithangbord voor het informatie - centrum binnen, dat zich richt op het probleem van plastic (zwerf)afval en mogelijke oplossingen.

Pet Paviljoen - Plastic flessen gebruikt als wanden. Beeld
Pet Paviljoen - Plastic flessen gebruikt als wanden.Beeld

Consument wordt producent

Plastic tasjes, aanstekers en flessen we kopen ze en gooien ze vrijwel meteen weer weg. Bureau SLA en Overtreders W draaien het in Amsterdam-Noord om: samen met scholieren van het Clusius College en buurtbewoners gaan zij van lokaal plastic afval iets nieuws maken: de gevel voor het Noorderparkpaviljoen. Het ingezamelde afval wordt op kleur gesorteerd, versnipperd en vervolgens in een speciaal hiervoor vervaardigd 'tosti-ijzer' omgesmolten en tot leien geperst. In het paviljoen komt ruimte voor onderwijs en het WASTED laboratorium, waar verder wordt geëxperimenteerd met het hergebruik van kunststof in bouwwerken. De bouw start dit voorjaar.

3D Print Canal House project. Met een 3d printer en lijm wordt in Amsterdam Noord een huis geprint. Beeld Olivier Middendorp
3D Print Canal House project. Met een 3d printer en lijm wordt in Amsterdam Noord een huis geprint.Beeld Olivier Middendorp

Van cheap naar chic

Tien jaar geleden haalden architecten hun neus nog op voor plastic, nu gebruiken bekende bureaus het om opvallende ontwerpen te maken; kijk bijvoorbeeld naar de gevels van het Hilton Hotel Schiphol (Mecanoo architecten) of het Stadskantoor Utrecht (Kraaijvanger architecten). Dat je ook met een beperkt budget iets bijzonders kunt maken, bewijzen studioTX & CC-studio. Voor het woonhuis dat ze samen met kunstenaar Rob Veening in Almere bouwden, maakten ze van industrieel restmateriaal een chique gevel. De rollen glasvezeldoek (doorgaans gebruikt om vrachtauto's mee te omspannen) is door de ontwerpers versneden en bewerkt tot stroken, die dakpansgewijs zijn aangebracht en de indruk wekken dat het huis is bekleed met kant.

Gevel in Almere Poort door studioTX & CC-studio. Beeld Raoul Suermondt
Gevel in Almere Poort door studioTX & CC-studio.Beeld Raoul Suermondt
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden