Twee mud kolen en tien knotten wol; Muziekmissionaris Ton Hartsuiker gaat met pensioen

Uitleggen, overdragen, enthousiasmeren - dat was jarenlang de drijfveer van Ton Hartsuiker, die zich als radiomaker en in talrijke andere functies heeft ingezet voor de eigentijdse gecomponeerde muziek....

OP TWEEDE pinksterdag belt hij de afspraak voor de volgende avond af. Officieel is Ton Hartsuiker precies één dag met pensioen en heet hij 'ambteloos burger'. Maar toch: druk, druk, druk. De eindexamens zijn in volle gang en al is hij niet meer in functie als directeur van het Sweelinck Conservatorium in Amsterdam, z'n studenten kan hij niet in de steek laten.

Een week later loopt hij langs leeggehaalde kamers vol met plastic overdekte meubels en verontschuldigt hij zich voor de wanorde in zijn huis, dat fraai gelegen is in een rustig deel van Utrecht. Zijn pensioen, besloot hij samen met zijn echtgenote, moest geen afsluiting zijn, maar een nieuw begin. Daarom wordt het huis waarin ze al zo'n twintig jaar wonen helemaal opnieuw geschilderd. Wat donker was wordt licht en omgekeerd.

Formeel horen er vragen bij een interview, maar voor Hartsuiker is de aanblik van een cassetterecorder al genoeg om los te branden. Dan gaat het natuurlijk meteen over zijn radiotijd bij de NOS (waar hij 22 jaar lang programma's over eigentijdse muziek presenteerde), en de onvermijdelijke Nagra-bandrecorders waarmee hij op stap werd gestuurd. Loodzwaar en voor alfa-types als hij volslagen onhandelbaar.

Wijlen Edu Verhulst, toen nog muziekchef NOS-radio, had hem rond 1968 nog zo'n ding meegegeven naar een Stockhausenfestival in Parijs. Hartsuiker had weliswaar andere belangen - een aardige pianiste die hij had leren kennen zou er ook naar toe gaan -, maar goed, een radioreportage kon hij wel maken. Werd hij in Parijs door de douane aangehouden, want hij had invoerpapieren voor 'professionele apparatuur' moeten hebben. Na een paar uur en intensieve telefonades kon hij gaan. Toen moest hij ook nog die vreselijke bandrecorder testen. De bewuste papieren zaten natuurlijk keurig in de tas. De pianiste was er overigens niet.

Zo is Hartsuiker: een overlopend vat met anekdoten. Over de keer dat hij te laat kwam bij een van zijn schoolconcerten (hij gaf ze van 1961 tot 1979), omdat The Beatles in Amsterdam optraden en de hele stad vast zat. Over dat verschrikkelijk lange changement dat hij vol moest praten bij een live-uitzending van zijn programma Musica nova, toen hij van ellende maar de namen begon op te sommen die het balkon van de Grote Zaal in het Concertgebouw sieren.

Over alle conservatorium- en fusiebeslommeringen natuurlijk, die hij eerst van 1979 tot 1993 als directeur van het Utrechts Conservatorium meemaakte en daarna als directeur van het conservatorium in Amsterdam. Of over zijn eerste optreden als pianist in 1946 in de kerk van Ommen, samen met z'n vader voor twee mud kolen en tien knotten breiwol. En ook over zijn jongste leerlinge van tien, die voor z'n 65ste verjaardag een boek over Mozart had gefabriceerd, want 'over John Cage kon ze niks vinden'.

Hij is een omnivoor, zegt hij zelf. Hij houdt van Alban Berg, maar ook van Bach, Scarlatti en Beethoven. Hij heeft twee vleugels in z'n tuinkamer en een paar originele Peter Struyckens aan de muur. Hij leest met evenveel plezier de gedichten van Bloem als die van Lucebert of Leopold. En hij kan zich geen beter jaar voorstellen om in geboren te zijn, dan zijn eigen geboortejaar 1933: 'dat je opgroeit in een tijd waarin er zo ontzettend veel in de kunst gebeurt'.

Hartsuiker zat er, als 'Mister Musica Nova', met z'n neus bovenop. Althans, wat de muziek betreft. Dat hij 'in de muziek zou gaan' lag min of meer in zijn levenslijn besloten. Als zoon van de directeur van het Muzieklyceum in Zwolle had hij alleen in de vierde klas van het gymnasium kortstondig getwijfeld of muziek zijn roeping was. Hij schreef gedichten ('heel erg puberig allemaal') en las alles wat los en vast zat. Maar eigenlijk wees het zich vanzelf. Of beter gezegd, het was waarschijnlijk vader Hartsuiker die het spoor trok dat zijn zoon uit eigen beweging volgde.

'Mensen zeggen me dat ik het vaak over mijn vader heb', weet Hartsuiker. 'We waren in veel opzichten gelijk. Ik heb ook ontzettend veel aan hem gehad.' Nieuwe muziek bijvoorbeeld, lag gewoon in eerste drukken thuis op de piano, al begreep Hartsuiker sr. er niet alles van. 'Die Schönberg', zei hij dan tegen zijn zoon, 'daar moet je wel aandacht aan besteden, want het schijnt belangrijk te zijn.' Zelf componeerde de oude Hartsuiker een onvergetelijke bestseller op de regels 'Kom mee naar buiten allemaal, dan zoeken wij de Wielewaal'.

Minstens even belangrijk was de pianoleraar die vader Hartsuiker voor z'n zoon had uitgezocht: Léon Orthel, die doceerde aan het conservatorium in Den Haag. Deze was in technisch en analytisch opzicht misschien niet de 'ideale leraar', heeft hij zich achteraf gerealiseerd, maar Orthel was wel het type leraar dat Hartsuiker in zijn lange loopbaan als docent en conservatoriumdirecteur onwillekeurig als model voor ogen heeft gestaan.

'Je moet altijd naar les komen, ook als je niet gestudeerd hebt', zei Orthel. En als dat het geval was, zei hij: 'Trek je jas aan, we gaan naar het Mauritshuis' en dan zaten ze een half uur voor het Gezicht op Delft. Hartsuiker zou de lessen zo weer over willen doen, al leerde hij er wellicht meer over de poëzie van Rilke dan over pianotechniek.

In die jaren aan het Haags conservatorium werd de basis gelegd voor Hartsuikers passie voor nieuwe muziek. Hij was niet zo'n klavierleeuw, zijn vrienden vond hij eerder bij de compositie-afdeling dan bij de uitvoerenden. Met Otto Ketting beluisterde hij de hier toen nog onbekende muziek van Charles Ives en Aaron Copland. En daags nadat hij een zangeres begeleid had in de Chansons de bilitis van Debussy, stormde er een 'merkwaardige bolle jongen' bij hem de trap die enthousiast kennis wilde maken met de pianist die zó Debussy kon spelen. Dat was Louis Andriessen.

Wanneer je Hartsuiker vraagt welk beroep hij invult aan de vele hotelbalies waar hij incheckte, zegt hij zonder aarzelen 'musicus'. Om het even of hij er nu als radiomaker, conservatoriumdirecteur, lector of pianist moest zijn. 'Ik ben musicus en dat is mijn drijfveer', vindt hij, maar 'musicus in bredere zin, noem het muzisch-zijn'. Muziek, zeker, dat is zijn onderwerp. Maar de geboren pedagoog schuilt nog dieper in Hartsuiker.

Uitleggen, overdragen, enthousiasmeren, het onbegrijpelijke een stapje dichterbij brengen: dat is wat Hartsuiker zijn leven lang hartstochtelijk heeft gedaan. Jarenlang heeft hij in schoollokalen piano's met schroeven en bouten geprepareerd en met zijn onderarmen op de toetsen oorverdovende clusters geproduceerd.

Bijna een kwart eeuw heeft hij met 'raspende dictie' en 'gevoileerde tenor', zoals een journalist het formuleerde, radioluisteraars met programmatoelichtingen gebombardeerd. Hij doceerde aan de conservatoria van Amsterdam, Rotterdam, Utrecht en Enschede. Hij voorzag de bezoekers van de C-serie in het Concertgebouw van tekst en uitleg. Maakte tournees met zijn Ensemble M. Werkte in de jaren zestig mee aan de televisie-serie Horen en Zien met danser/choreograaf Joes Odufré. En juist deze bevlogen muziekmissionaris moest de fusie van twee conservatoria organisatorisch begeleiden en op zijn instituten de studieduurverkorting tot vier jaar doorvoeren.

'We zijn stom geweest dat we daarmee akkoord zijn gegaan', vindt hij achteraf. Hij zal het niet zo cru zeggen, maar hij voelt zich bedrogen omdat de beloften die in de jaren tachtig mondeling zijn gedaan voor een financieel draagvlak voor de vooropleidingen, nooit zijn nagekomen. Een vierjarige opleiding, vooruit, werd er toen op het ministerie gezegd, maar op voorwaarde dat het 'voortraject' wordt verbeterd zodat het beginniveau van de studenten hoger is.

Natuurlijk probeert Hartsuiker net als zijn eigen leraar Orthel meer voor zijn leerlingen te zijn dan een pianoleraar alleen. 'Maar', zegt hij met plotselinge felheid, 'als je je realiseert hoeveel vakken er al zijn afgevallen sinds de tijd dat ik studeerde. Verdomme, muziekonderwijs moet zich eigenlijk afspelen in intimiteit.'

De laatste jaren heeft hij zich ingezet voor het verwezenlijken van een individueler leerplan, dat danig kan afwijken van het standaardprogramma en waarin het bijvoorbeeld mogelijk is dat een theatraal ingestelde saxofonist pantomimeles krijgt. Hartsuiker: 'De ideale situatie is voor mij dat je leerlingen in zo'n individuele route een vervolg kunt bieden in de tweede fase, desnoods met een aparte leraar.'

Er zijn meer kwesties die hem bij het afscheid van het conservatorium in Amsterdam zorgen baren, zoals de versmelting van lichte muziek en klassieke muziek in één instituut. Niet dat hij tegen onderwijs van jazzmuziek is, maar hij had liever onder de vlag van de Amsterdamse Hogeschool een International Duke Ellington Jazz Academy én een Sweelinck Conservatorium gezien. Natuurlijk zijn er raakvlakken tussen compositie en improvisatie, en kunnen de opleidingen elkaar verrijken, maar hij heeft altijd sceptisch gestaan tegenover de idealen van verregaande integratie.

En dan is er nog de kwestie van de behuizing. Er bestaan wel mooie plannen voor het uitnodigen van strijkkwartetten en gastdocenten voor de studenten van de tweede fase, maar Hartsuiker ziet nog niet hoe die allemaal een ruimte kunnen krijgen in de Van Baerlestraat, ook al is er een extra gebouw gehuurd. Als je echt een Centre of Excellence wilt, moet je ook een excellente behuizing hebben, stelt Hartsuiker.

'Heb je laatst die tv-documentaire gezien over de speciale school in Imola?', vraagt hij opeens. 'Dat maakte indruk op me hoor, dat oord waar de pianisten Enrico Pace en Igor Roma vandaan komen. Dat idee van een heel klein conservatorium, een soort retraîte waar bijzondere talenten in alle rust met topsolisten kunnen werken.'

De sinds kort ambteloze burger draait in zijn stoel. 'Dat is altijd nog een klein ideaal van me, om dat op te richten', zegt hij, half dromerig, half resoluut. 'Misschien wel een gróót ideaal.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden