Twee kerels vechten om een vrouw: prachtige inspiratiebron voor een draaivloer van de Nationale Opera

Decorontwerper Raimund Voigt laat acteurs draaien en rollen, kantelen en kiepen

De technische mensen van De Nationale Opera zijn niet vies van een uitdaging. Voor vuur of waterpartijen stropen ze graag hun mouwen op. Toch krabden ze zich even achter de oren, toen de Duitse decorontwerper Raimund Voigt zijn plannen kwam presenteren. Voor een bijzondere dubbelproductie die zaterdag in première gaat, had hij een huzarenstukje bedacht: een vrijzwevende toneelvloer, groot 16 bij 18 meter, die geruisloos kon draaien en rollen, kantelen en kiepen.

Scène uit Eine florentinische Tragödie. Foto Scènebeeld uit Eine florentinische Tragödie van Alexander von Zemlinsky

Op dat wiebelplatform trekt eerst Eine florentinische Tragödie voorbij, de broeierige psychothriller die de Oostenrijker Alexander von Zemlinsky in 1917 componeerde. Na de pauze volgt de komische eenakter Gianni Schicchi (zeg: skiki), die Puccini een jaar later schreef. De operaatjes hebben enkele overeenkomsten. Ze spelen allebei in Florence en gaan over liefde die wordt gecorrumpeerd door geld. Maar in klank en conceptie zijn ze totaal verschillend.

Voigt zag dan ook niets in een eenheidsdecor. Toch wilde hij dat de vormgeving van de opera's in de basis verbonden was. Hij beleefde zijn eurekamoment bij een passage uit de Tragödie. Twee kerels vechten om een vrouw en bij alle stress mijmert een van de mannen: is het machtige universum gekrompen, zijn wij drieën de enige armzalige bewoners?

Driehoeksverhouding

Een paar dagen voor de première zegt Voigt: 'Bij die woorden zag ik het trio zweven in een kale ruimte. De uitdaging was om focus aan te brengen, om de blik van de toeschouwer te leiden langs de spanningen in hun driehoeksverhouding. Als een filmmaker wilde ik kunnen in- en uitzoomen, schakelen tussen voor- en achtergrond. Dat kan met beweging en zo kwam ik op het idee van een draaitoneel.'

Maar Voigt was nog niet klaar. In beide eenakters krijgen personages het gevoel dat de grond onder hun voeten wegzinkt. In Gianni Schicchi legt een oplichter beslag op een familiefortuin. De vrouw in de Tragödie denkt dat haar geldbeluste echtgenoot haar tegen betaling van de hand wil doen.

'Het toneel moest daarom niet alleen draaien', zegt Voigt, 'maar ook naar alle kanten kunnen hellen. Liefst een paar meter boven de grond, zodat er voor de karakters geen ontsnappen aan is.' Met de associatie 'vluchtsimulator' grepen de technici van De Nationale Opera naar hun schetsblok en rekenmachine. Ze maakten een schaalmodel en stelden vast: met een elektromotor en hydraulische stangen moest zo'n zwenkplateau mogelijk zijn.

Zemlinsky: Eine florentinische Tragödie

Puccini: Gianni Schicchi, Jan Philipp Gloger (regie), Marc Albrecht (dirigent).
Amsterdam, De nationale Opera, t/m 28-11.

Gevarenanalyse

Op de installatie werd een gevarenanalyse losgelaten. Nee, zegt voorstellingsleider Marie-José Litjens, de zangers lopen geen risico eraf te glijden. 'Het hellingsvlak kent maximumwaarden, de hydraulische cilinders zijn fysiek begrensd. Zelfs in de vechtscène van de Tragödie rollen de mannen veilig over de vloer.'

Tijdens de opvoeringen geeft Litjens, met de partituur op schoot, instructies aan twee operators. De een laat de speelvloer roteren, de ander bedient het stijgen en dalen. 'Het wordt een beetje improviseren', zegt ze, 'dit soort techniek doen we nog zelden op de hand. Maar het luistert nauw, met een platform dat in wisselende snelheden op livemuziek beweegt.'

Na de pauze lijkt het draaitoneel verdwenen. Gianni Schicchi speelt zich af in een stevige Florentijnse villa, met kunst aan de muur, stoelen en een bed. Decorontwerper Voigt verklaart: 'Bij Puccini's komedie kom je niet uit onder concreet scènebeeld. Maar let op wat er gebeurt als tot de familie doordringt dat een boef gaat strijken met de erfenis.'