Twee keer van het geloof gevallen

In de jaren '80 liet 'jazzpaus' Joachim-Ernst Berendt (75) de jazz achter zich, om zich te storten op New Age-esoterica....

HIJ WORDT VAAK een jazzpaus genoemd, maar 'jazzdominee' zou ook kunnen, want dominee was het beroep van zijn vader, die een onuitwisbaar stempel op zijn karakter zou drukken. Een protestantse voorganger is ook een beter beeld voor het doordrijverige prediken dat hij zijn hele leven gedaan heeft.

Zijn bekendste 'preken' schreef Berendt ten bate van de jazz, vooral in Das Jazzbuch, dat sinds 1953 talloze novieten heeft ingewijd. Pakweg dertig jaar later stortte hij zich op New Age-esoterica, een stap waarop hij uitvoerig ingaat in zijn autobiografie.

En wat is het een merkwaardig boek geworden. Aanvankelijk stelt het zeker de jazzliefhebber teleur, want de man die zich ruim veertig jaar via radioprogramma's, platenproducties en festivals bezighield met het propageren van die muziekvorm en zou kunnen vertellen over vele interessante gebeurtenissen en persoonlijkheden, heeft het vooral over zichzelf.

Naarmate het boek vordert, verandert de verbazing over zijn vrijwel volstrekte narcisme in lacherig ongeloof. Daarna gaat het fascineren, niet alleen omdat Berendt wel degelijk verdiensten heeft, maar ook omdat zijn leven en karakter zo'n karikaturaal ver doorgevoerd beeld vormen van een bekend type: de van zijn geloof gevallen Westerse intellectueel, die houvast zoekt in zweverigheid.

Berendt is zelfs twee keer van zijn geloof gevallen. Hij wees het geloof van zijn vader af, die een christelijke stichting voor welzijnszorg leidde. Zoals zovelen werd hij daarna een aanhanger van Mao en Che. Hij verbond zijn liefde voor jazz nadrukkelijk met revolutionair elan, omdat in die muziek onafhankelijkheid en saamhorigheid hand in hand gingen.

De jazz verloor dat elan steeds meer, revolutionairen ontpopten zich als tirannen, en Berendt zocht op latere leeftijd zijn toevlucht tot een bont pakket warhoofdigheden, van astrologie tot Bhagwan, van rebirthing tot meditatie, zolang het maar niets te maken had met Westerse nuchterheid.

De bewonderde maar afgewezen vader is de enige persoon die naast Joachim-Ernst enigszins uit de verf komt. Het is een boeiend portret, zoals ook de andere jeugdherinneringen interessant en evocatief zijn. Berendt Sr. was een streng maar moedig man, die zich tegen de Nazi's verzette en in 1942 in een concentratiekamp stierf. Waarschijnlijk joeg hij met zijn principiële starheid zijn vrouw weg, want die verliet het gezin toen Berendt Jr. drie was.

Daar wordt uitvoerig over gepsychologiseerd, vaak met malle excessen als de verborgen homo-erotische gevoelens die pa gekoesterd zou hebben. Een dominante vader, een afwezige moeder, een verlegen jongetje dat op school gepest wordt, het tekent een mens natuurlijk, al heeft het iets onzindelijks als een man van in de zeventig in therapie gaat om zijn ouders van alles de schuld te kunnen geven, en zeurt dat zijn moeder hem zo kort borstvoeding heeft gegeven.

Het eenzame jongetje dat uitgebreide holen- en gangenstelsels bouwde in de tuin, dat kristalontvangers knutselde en daarmee zijn pianospel door het hele huis uitzond, groeide op tot een man die zich voortdurend door al zijn vrienden en collega's verraden voelt, absoluut niet tegen kritiek kan en maar blijft hameren op zijn prestaties.

Zijn Jazzbuch, hij vermeldt het voor alle zekerheid maar een paar keer, is het best verkochte muziekboek ter wereld. Het zal best, maar hoewel het voor beginnende fans veel informatie bevat, is het inhoudelijk zeker niet zo'n diepgravend geschiedenisboek als James Lincoln Colliers The Making Of Jazz, of zo'n gedegen encyclopedie als The New Grove Dictionary. Het is vaak weinig meer dan een opsomming, zo gründlich dat het doet denken aan oudtestamentische lijstjes met de geslachten der Israëlieten ('en Coleman Hawkins verwekte Chu Berry en Herschel Evans. . .').

De snoeverij neemt soms groteske vormen aan. Zo danken we de muziek van de Beatles en de Rolling Stones vooral aan de bluesfestivals die Berendt begin jaren '60 in Europa organiseerde. Dat de Beatles nauwelijks iets met blues te maken hadden, wordt hierbij niet in overweging genomen.

Verder beschouwt Berendt zichzelf als de grondlegger van het wereldmuziek-genre, bezit hij de mooiste radiostem, een absoluut gehoor (vaak beter dan dat van de jazzmusici die hij engageert), een fatale aantrekkelijkheid voor vrouwen en, vooral de laatste tijd natuurlijk, een diepe levenswijsheid.

Dankbaarheid, ho maar. De man die Duitsland jazzfähig maakte en zovelen geholpen heeft, werd door al zijn geestelijke nazaten verketterd, en al zijn functies heeft hij uiteindelijk met ruzie neergelegd: zoals bij de Berliner Jazztage, het festival dat jarenlang zijn kindje was, en bij de Südwestfunk, die hij nota bene zelf heeft helpen oprichten.

Die laatste geschiedenis, verteld in het hoofdstuk Mein Radio, is overigens zeer de moeite waard. Berendt was in 1945 krijgsgevangene in Baden-Baden, en werd door de Franse bezettingsmacht aangezocht om een radiostation uit de grond te stampen. Dankzij zijn inventiviteit lukte dat goed, met uit andere archieven gekopieerd materiaal, verkregen met Franse wijn bij wijze van steekpenningen, flauw van de honger die hem ertoe dreef aardappels te bakken in levertraan, maar in een aanstekelijke pioniers-stemming.

Dat de voormalige radio-amateur deze baan kreeg aangeboden was natuurlijk geen toeval, want toeval bestaat niet: het universum is er namelijk op gericht het leven van J.-E. Berendt te sturen en inhoud te geven. Zo worden hem voortdurend tekenen gezonden.

Als hij wandelend met een discman op zijn hoofd bijna van de sokken gereden wordt, is zijn reactie 'Was soll mir gesagt werden?' Het heelal deelt hem mee: je bent te tevreden met jezelf, blijf waakzaam. Een droom waarschuwt hem niet toe te geven aan een ex-vriendin die toch een kind van hem wil. (In de nachtmerrie staat zijn huis in brand - het verband is Berendt duidelijker dan de lezer.) In India leiden bepaalde vrouwen (engelen?) hem naar de ashrams waar zijn spirituele wedergeboorte begint.

Wanneer hij met de autobiografie op de verkeerde weg is, rijdt de schrijver met zijn auto in een greppel, en de volgende dag, hoe is het mogelijk, door rood. Hij krijgt nog een bekeuring ook. Als dit geen waarschuwing is!

De geur van onzin, om Kamagurka te parafraseren, verpest ook de ernstigste episoden, net als je denkt dat Berendt toch iets zinnigs of ontroerends te melden heeft. Hij voegt een hoofdstuk toe waarin hij het hele Duitse volk, niet alleen de Nazi's, aansprakelijk stelt voor de holocaust.

Een dappere stellingname, maar later blijkt dat de aanklager zichzelf uiteraard niet aangesproken voelt, in een tamelijk weerzinwekkend hoofdstuk dat Bin ich's? heet. De vader van een joodse vriendin in New York vindt hem helemaal niet zo'n enge Duitser, en bij navraag blijkt, godlof, dat hij misschien wel een beetje joods bloed heeft.

Wat hem er overigens niet van weerhouden heeft geallieerde vliegtuigen uit de lucht te schieten, iets waar hij, het zal geen verwondering wekken, heel goed in was.

Nog stuitender zijn de overdenkingen bij de vroege dood van Christian, zijn gehandicapte zoon. Berendt wilde nog geen kind, en baby's in de baarmoeder horen alles, dus de ellende van zijn zoon was zijn schuld. Of was Christian zijn 'tweelingziel', die de wereld vroegtijdig verliet om ruimte voor hem te maken, en daarmee leed van zijn schouders nam?

Ook in zijn huidige incarnatie is Joachim-Ernst een professionele luisteraar. Als we beter naar elkaar luisteren, komt alles goed. Hij geeft zelf therapieën en workshops, waarin hij verknoopte Duitsers laat dansen op het Requiem van Mozart, om in contact te komen met hun diepe zelf. En hij produceert ook weer platen, zoals de reeks Urtöne, waarop de klanken van planeten worden weergegeven op een éénsnarig drone-instrument, het monochord.

Meteen maar Urtöne 3 aangeschaft, omdat daarop Kosmisches Bewusstsein staat, de tonen van elf planeten voor de prijs van één. Levensgevaarlijke vergissing, want eerst moet je de andere twee delen beluisteren, omdat de theta-golven bij onoordeelkundig gebruik de hersens kunnen klutsen.

Je mag de dubbel-cd ook niet draaien onder de afwas, of bij het autorijden. Gelukkig heb ik er niets aan overgehouden, want de 'muziek' van Pluto (70,12 Hertz), Neptunus (105,72 Hertz) of de zon (overigens geen planeet, maar goed, niet zo kil verstandelijk doen) riep vooral verveling op. Je moet er ook op mediteren, natuurlijk, maar als je ziet wat een hoogstaand mens J.-E. Berendt daarvan is geworden, twijfel je aan het nut daarvan.

Joachim-Ernst Berendt: Das Leben - Ein Klang. Wege Zwischen Jazz und Nada Brahma. Droemer Knaur Verlag, ISBN 3-426-26933-3.

Urtöne 3. Bauer-Ton CD 8642.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden