boekrecensie

Twee fascinerende boeken laten zien wat de adel nog te betekenen heeft ★★★★☆

Van alle minderheden in Nederland moet de adel ongeveer de kleinste zijn. Toch is hij bepaald niet op sterven na dood, zo blijkt uit twee nieuwe publicaties.

Sander van Walsum
null Beeld Martyn F. Overweel
Beeld Martyn F. Overweel

De adel is een residu van oude, al dan niet goede, tijden. Een charmant anachronisme. Zeker in Nederland, waar hij al tijdens de Republiek ophield een machtsfactor van betekenis te zijn. Telgen van adellijke geslachten zijn dan ook bedreven geraakt in zelfrelativering. In de regel spreken ze hun familienaam terloops uit, of laten ze – indien het een dubbele achternaam betreft – een deel daarvan weg. Als hun origine desondanks ter sprake komt, halen ze daar hun schouders over op. Misschien is dat vaak een pose voor de bühne en voelt het adeldom in de beslotenheid van het eigen milieu toch best behaaglijk aan. Maar naar buiten toe wordt bescheidenheid betracht – vaak in samenhang met dienstbaarheid tegenover de samenleving.

In Nederland beslaat de adel – 325 geslachten met 10- à 11 duizend leden – slechts een fractie van de bevolking. De Quote 500 is niet hun domein. En de adel is allang niet meer normbepalend – een ontwikkeling die toenemend wordt betreurd omdat het ooit verguisde ‘old boys network’, anders dan de hedendaagse crypto-penoze, ook een waardengemeenschap was. In 2002 schreven ervaringsdeskundigen Yvo van Regteren Altena en Binnert de Beaufort, gesecondeerd door toenmalig Quote-hoofdredacteur Jort Kelder: ‘Oud Geld vertegenwoordigt een cultuur die niet direct, of vaak helemaal niets, met geld te maken heeft. Het is een manier van leven die door conventies wordt gedomineerd.’

Overleven

Dit citaat is opgenomen in Goede namen, het boek van historicus Kees Bruin over adel en patriciaat in naoorlogs Nederland. Nog meer dan in de jaren zestig en zeventig, toen het geloofsartikel ‘nivellering’ in zwang raakte, is hun plek in de samenleving veranderd onder invloed van de nieuwe (geld)elite, die zich niet langer ten doel stelt ‘het goede voorbeeld’ te geven. Toch heeft de ‘notabelenelite’ zich in de meritocratie van de Zuidas redelijk weten te handhaven en is het verstervingsproces, waarvan lange tijd werd aangenomen dat het de adel uiteindelijk de das zou omdoen, tot staan gebracht.

Dat is niet eens het gevolg van een uitgekiende overlevingsstrategie. Bij de herziening van de Wet op de adeldom, die in 1994 haar beslag kreeg, waren er welbeschouwd slechts drie toekomstscenario’s: afschaffen, niets doen of moderniseren – wat bijvoorbeeld zou kunnen betekenen dat adellijke titels ook via de vrouwelijke lijn aan het nageslacht kunnen worden overgedragen. De wetgever koos voor de tweede optie. Dit betekent dat de adel uitsluitend nog kan worden ververst door erkenning van oude geslachten die hun status eerder niet zichtbaar hebben willen maken (‘niet van node hadden’), of door inlijving van families die in het buitenland een adellijke titel voeren.

Bij elkaar zijn de laatste tachtig jaar 39 verzoeken ingewilligd om in het adelsregister te worden bijgeschreven. Niet genoeg om van een grote sociale mobiliteit te kunnen spreken, maar genoeg om de omvang van de adel in Nederland stabiel te houden.

Stilstaand water

‘Je zou kunnen zeggen’, schrijft Kees Bruin: ‘Adel is in Nederland stilstaand water dat toch redelijk helder is.’ Oftewel: het is duidelijk wie wel en wie niet tot deze kleine minderheid behoort. Anders is het met het Nederlandse patriciaat, de andere tak van de notabelenelite, waarbij geslachten van enige maatschappelijke betekenis aansluiting kunnen zoeken. Een aanspraak op een plek in het zogenoemde Blauwe Boekje – een variatie op het Rode Boekje van adellijke geslachten – wordt weliswaar getoetst en gewogen, maar de criteria zijn dermate arbitrair en vluchtig dat het patriciaat volgens Bruin ‘meer stroomt (dan de adel, red.) maar troebeler is’. Waar adel en patriciaat in de 19de en vroege 20ste eeuw nog innig met elkaar waren vervlochten, is het patriciaat minder waardevast gebleken.

Voor beide takken van de notabelenelite is het familiewapen van oudsher het belangrijkste kenmerk van voornaamheid. Aan ruim 400 Nederlandse familiewapens is een zogenoemde wapenspreuk toegevoegd: een kernachtige levenswijsheid, een vermaning, een toespeling op de familienaam of het wapenschild zelf. Het naslagwerk Wapenspreuken van Nederlandse geslachten bevat een ‘beredeneerd overzicht’ van gevoerde wapenspreuken (ook van families die inmiddels zijn uitgestorven), hun herkomst en betekenis. Zo hebben de auteurs 310 wapenspreuken in – niet altijd foutloos – Latijn geteld. Van de geciteerde Romeinse auteurs zijn Horatius, Vergilius, Cicero en Ovidius het meest geliefd. Veelvuldig gebruikte Latijnse woorden zijn virtus (deugdzaamheid of dapperheid), labor (hard werken), fides (vertrouwen) en pietas (plichtsbesef of vroomheid). Na het Latijn is het Frans de meestgebruikte taal in de wapenspreuken, gevolgd door het Nederlands, het Engels/Schots, Duits, Fries en andere talen.

Ooit werden overeenkomsten bekrachtigd met de lakafdruk van een familiewapen. Maar gaandeweg werd met het familiewapen – opgeluisterd door helmen, veren en weerbare dieren – familietrots, historisch besef of ordinaire pronkzucht tot uitdrukking gebracht. In dat verband verwijzen de auteurs van Wapenspreuken van Nederlandse geslachten naar de derde uitgave van Hildebrands Camera Obscura (1851) waarin de ‘burgerman’ (en oud-planter) Kegge de aanschaf overweegt van een rijtuig waar ‘de groote hanzen en adellijke heeren een punt aan (kunnen) zuigen. Ik heb zin er een wapen op te laten schilderen met een gouden keg op een zilveren veld, en een groote planterskroon er bovenop van suikerriet en koffieboonen.’

Kees Bruin: Goede namen – Adel en patriciaat in naoorlogs Nederland. W Books; 271 pagina’s; € 24,95. ★★★★☆

null Beeld W Books
Beeld W Books

Christoph E.G. ten Houte de Lange, Alle Diderik de Jonge, Jan Spoelder: Wapenspreuken van Nederlandse geslachten. W Books; 211 pagina’s; € 29,95. ★★★★☆

null Beeld W Books
Beeld W Books
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden